Vous êtes ici

Sport en groene ruimten in Brussel

Focus – Actualisering : juli 2021

Het aanbod aan infrastructuur voor sporten in de openbare ruimte is momenteel maar weinig gediversifieerd: meer dan 80% van het aanbod bestaat uit voetbal- en/of basketbalvelden en petanquebanen. De sporten die in de groene ruimten worden beoefend, zijn daardoor weinig gevarieerd en voornamelijk gericht op bepaalde doelgroepen: mannen (ongeveer 80% van de sporters), jongeren en jongvolwassenen. Het is dan ook een uitdaging van formaat om sporten in de openbare ruimte aan te moedigen bij adolescenten, vrouwen, senioren, mensen met een handicap en soms ook kinderen.
Ook ruimtelijk vertoont het aanbod een groot contrast: volgens een studie is er in ongeveer 43% van de Brusselse wijken een groot tekort aan sportinfrastructuur.

Een studie om in te spelen op de groeiende vraag naar sportzones in groene ruimten

De beschikbaarheid van groene en recreatieve ruimten is essentieel voor de levenskwaliteit en de gezondheid van de stadsbewoners. Bovendien heeft ze ook een rechtstreekse impact op de residentiële aantrekkelijkheid. De toename van de Brusselse bevolking en de daarbij horende verdichting vertaalt zich met name in een groeiende vraag naar de ontwikkeling van sportmogelijkheden in de openbare groene ruimten van het gewest. Die ontwikkeling moet evenwel worden geïntegreerd in de stedelijke ruimte en combineerbaar zijn met de andere functies van de groene ruimten (behoud van biodiversiteit, rustzone, erfgoed- en landschapswaarde enz.). In de honderdtal groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, zijn momenteel een vijftigtal spel- en/of sportinfrastructuren (sommigen gecombineerd) aanwezig. 
In dat opzicht werd in 2017-2018 een studie uitgevoerd met het oog op de ontwikkeling van een algemene visie en strategie voor de (her)ontwikkeling van sportmogelijkheden in de groene ruimten van het Brussels Gewest.
Die studie bestond uit drie fasen

  • Context en stand van zaken
    • Inventaris en kaart van de beschikbare sportinfrastructuur in de openbare ruimte, alsook per type terrein;
    • Inventaris en kaart van de sites waar sportactiviteiten mogelijk zijn zonder dat een specifieke inrichting is voorzien (grasvelden, wegen, parken en bossen, waterpartijen enz.);
    • Identificatie van zones met tekorten, die niet worden gedekt door bepaalde elementen met betrekking tot het aanbod (uitgaande van een toegankelijkheidszone met een straal van 500 meter).
  • Identificatie van de mogelijke vraag en het gebruik (vanuit kwantitatief en kwalitatief oogpunt) en vergelijking met het aanbod (analyse per sport en per type groene ruimte of wijk)
  • Aanbevelingen

Dankzij deze studie kon Leefmilieu Brussel haar aanpak structureren en een interventiekader op middellange en lange termijn bepalen voor de ontwikkeling van sportactiviteiten in de gewestelijke openbare ruimten. 

Sporten in de openbare ruimte als antwoord op maatschappelijke uitdagingen en in het belang van de volksgezondheid

Regelmatig bewegen heeft heel wat positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid, alsook op de psychomotorische ontwikkeling.  Fysieke en/of sportactiviteiten zorgen bovendien niet alleen voor nieuwe ontmoetingen, maar hebben ook een gunstige impact op het sociale leven van een individu: verschillen doen vervagen (sociale klasse, afkomst, geslacht, leeftijd enz.), het gevoel bij een groep te horen en samenhorigheidsgevoel, sociale vaardigheden verwerven (communicatie, interactie, zelf luisteren en anderen doen luisteren enz.), omgaan met regels en conflicten en noem maar op.
In sommige Brusselse wijken heerst er een fenomeen van uitsluiting dat zich met name vertaalt in hogere werkloosheidspercentages, vroegtijdige schoolverlaters of meer kwetsbaarheid. De uitbouw van sportactiviteiten in deze wijken kan, samen met heel wat andere hulpmiddelen, zorgen voor een sociale dynamiek en een positieve invulling van de openbare ruimte.
Lichaamsbeweging in de openbare ruimte biedt bovendien nog bijkomende voordelen: het is gratis, praktisch en ook gezellig. Sportinfrastructuren in de openbare ruimten kunnen ook zeer nuttig zijn voor verenigingen (jeugdhuizen, jeugdbewegingen enz.) en scholen die niet altijd over deze voorzieningen beschikken. 

Maar een transversale denkoefening dringt zich op

Sommige sportactiviteiten kunnen hinder veroorzaken, zowel voor de ruimte zelf, als voor de andere gebruikers van de ruimte, de buren of het leefmilieu. Er zijn verschillende soorten hinder: beschadiging van de ruimte, geluidsoverlast, mogelijke conflicten (tussen gebruikers, met buren enz.), verstoring van flora en fauna, bodemverdichting enz. Naast hinder, moet ook over andere kwesties worden nagedacht. Denk bijvoorbeeld aan het delen van de openbare ruimte, het beheer en het onderhoud van de sportinfrastructuur en de ruimte die wordt gebruikt door de sporters en een juiste omkadering zodat de verschillende gebruikers van de ruimte er kunnen 'samenleven'. 

Bij de ontwikkeling van sportactiviteiten in een groene ruimte moet er dus een evenwicht worden gezocht tussen de verschillende functies van het gebied en moet rekening worden gehouden met de opvangcapaciteit van het gebied en met de potentiële gevolgen van de ingreep op het vlak van vereiste voorzieningen en de recreatieve activiteiten die er worden uitgebouwd. Die ontwikkeling moet ook passen in een sociaal-stedenbouwkundige aanpak waarbij rekening wordt gehouden met de kenmerken en uitdagingen van de wijk. Sporten in de openbare ruimte is bovendien meer een kwestie van vrijetijdsbesteding dan van intensieve sportbeoefening en bijgevolg moet de aangeboden infrastructuur niet de plaats innemen van het 'standaardaanbod' (bijv. sporthallen) maar veeleer een aanvullende rol vervullen.   

Een aanpak per sport: het voorbeeld van basketbal 

In het kader van deze studie werden ongeveer vijftig sporten in aanmerking genomen die kunnen worden beoefend in de openbare ruimte, inclusief sporten waarvoor geen specifieke uitrusting of infrastructuur nodig is (tai chi, parkour, fitness enz.). Sporten die niet in aanmerking werden genomen, zijn voornamelijk indoorsporten waarvoor een specifieke infrastructuur nodig is, sporten waarbij grote risico's worden genomen en een bepaalde omkadering nodig is en sporten die voornamelijk als vrijetijdsbesteding worden gezien (zoals rijden met een gocart). De gegevens die werden verzameld voor basketbal, vindt u hieronder als voorbeeld. 

De inzichten: kwantitatief ...
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt in totaal 133 basketbalvelden. Alle gemeenten van het Gewest beschikken over dergelijke velden, behalve Vorst. Van deze 133 basketbalvelden zijn er 70 specifiek en enkel voor basketbal aangelegd.

Met betrekking tot de aanpassing van het aanbod aan de vraag, werd de indicatieve drempel voor deze sport vastgelegd op 2.500 inwoners/basketbalveld (ratio bepaald op basis van verschillende studies). Deze ratio moet worden vergeleken met de ratio die werd berekend voor het volledige gewest en 8.932 inwoners/uitrusting bedraagt. Deze berekening werd bovendien toegepast op de 145 wijken in het volledige gewest (Wijkmonitoring), waardoor het in eerste instantie mogelijk was om het gebrek aan basketbalvelden per wijk te bepalen aan de hand van drie prioriteitsniveaus (sterk, gering, geen).  Deze aanpak werd vervolgens verder verfijnd: de weinig of niet-bewoonde wijken werden uitgesloten en de minder dichte wijken (< 5.000 inwoners/km2) gingen van een hogere naar een lagere prioriteit. Dat laatste gold ook voor de wijken die voor ten minste 50% van hun oppervlakte worden gedekt door de toegankelijkheidszone van basketbalvelden in de naburige wijken. 

Gezien het grote aantal wijken met een lagere prioriteit voor voetbal en basketbal, werd beslist om een bijkomend categorisatieniveau toe te voegen voor deze wijken: er werd een hogere prioriteit toegekend aan de wijken met meer dan 1.000 jongeren (12-24 jaar) per veld. 

Op basis van deze kwantitatieve aanpak zien we over het algemeen een goede theoretische geografische verdeling, ondanks de tekorten in deze gemeenten: 

  • In het westen van Sint-Jans-Molenbeek en het noorden van Elsene, in wijken met een hoge bevolkingsdichtheid;
  • Vlak bij de wijk Georges Henri, met een middelmatige bevolkingsdichtheid;
  • In Vorst en Ukkel, in wijken met een geringe bevolkingsdichtheid.

Ook andere criteria kunnen in aanmerking worden genomen, naargelang de beleidsoriëntaties van de bevoegde instanties: nabijheid van scholen, interventiepotentieel (op gewestelijke schaal veranderende zones) enz.

... maar ook kwalitatief 

Naast deze kwantitatieve aanpak gingen de auteurs van deze studie ook over tot een meer kwalitatieve benadering. Die was gebaseerd op:

  • ontmoetingen met een reeks belangrijke actoren uit de sportwereld, het onderwijs, de jeugdwerking, alsook met Leefmilieu Brussel (parkbeheerders en -wachters);
  • terreinwaarnemingen op een tiental geselecteerde sites om te zorgen voor een representatieve steekproef van de verschillende soorten gevallen in het Brussels Gewest, met name op het vlak van aanbod en wijkprofielen. 

Op die manier kon worden achterhaald welke behoeften niet of slecht ingelost worden, hoe de bestaande uitrustingen op de verschillende sites worden gebruikt en wat de verwachtingen zijn van de actoren. 

Voor basketbal kunnen de belangrijkste lessen uit de kwalitatieve studie als volgt worden samengevat: 

  • op gecombineerde terreinen (zoals Agoraspaces) zal basketbal het vaakst worden beoefend in grotere polyvalente ruimten waar de basketbalringen niet op dezelfde plaats staan als de voetbaldoelen, want anders wint voetbal bijna systematisch van basketbal;
  • de ondergrond en de basketbalringen van de Agoraspaces zijn niet helemaal geschikt voor basketbal en kunnen ongevallen veroorzaken;
  • de gebruikers die basketbal spelen in de openbare ruimten hebben minder interesse voor traditioneel basketbal dan voor street basket, dat ze in een kleinere groep (3x3) en met slechts één basketbalring spelen;
  • er is vraag naar lagere basketbalringen, aangepast aan kinderen;
  • basketbalinfrastructuur raakt snel beschadigd (netten, ringen);
  • het stuiteren van de ballen veroorzaakt geluidsoverlast (afhankelijk van het type ondergrond); 
  • de scholen en de sportsector zouden graag uitrustingen hebben die aan de normen voldoen;
  • basketbal is een potentieel hulpmiddel voor jeugdopvoeders en een belangrijke bron van motivatie voor bepaalde jongeren, die het zien als een hulpmiddel voor sociale mobiliteit.

Op basis van de kwantitatieve en kwalitatieve analyses en de specifieke kenmerken van basketbal, werd een SWOT-analyse uitgewerkt (Strengths (sterktes), Weaknesses (zwaktes), Opportunities (kansen) en Threats (bedreigingen)).

De kwalitatieve analyse leidt tot een nuancering van de kwantitatieve benadering. Als we namelijk geen rekening houden met voorzieningen van het type Agoraspace, waar er in feite zo goed als geen basketbal wordt gespeeld, stellen we vast dat de ruimtelijke dekking wel degelijk minder goed is: er zijn dus grotere zones met een tekort, met name in wijken met veel jongeren.

Analyse van vraag en aanbod van basketball infrastructuur : kwantitatieve benadering

Bron: BRAT-PEPS 2017

Wat de uitrustingen betreft, leidt de analyse ook tot een reeks aanbevelingen, met name: 

  • de voorkeur geven aan een groter netwerk met aparte basketbalringen – dus niet op voetbalvelden – in plaats van klassieke terreinen die meer ruimte in beslag nemen;
  • zorgen voor sterker materiaal dan het huidige materiaal, waarbij sommige aan de officiële normen voldoen en andere specifiek voor kinderen bestemd zijn;
  • kiezen voor een ondergrond die minder geluidshinder veroorzaakt en bij een ongeval de schok kan opvangen;
  • de voorkeur geven aan halve terreinen waarop ook street basket (3x3) mogelijk is, een sport die zeer in trek is op dit moment.  

Een transversale aanpak per type groene ruimte of per wijk

Hier willen we een stap verder gaan dan de analyse per sport en de ontwikkeling van sportinfrastructuur in de openbare ruimte vanuit een algemener oogpunt bekijken, rekening houdend met de kenmerken van de groene ruimten en de omliggende stedelijke context. 

Deze analyse is voornamelijk gebaseerd op terreinwaarnemingen die getoetst werden aan theoretische bijdragen uit verschillende workshops.  Op die manier konden we voor de verschillende bestudeerde parken de vraag en het aanbod analyseren. In tweede instantie konden we een parktypologie voorstellen ten aanzien van de bestudeerde sporten.  Zo maakten de auteurs van de studie een onderscheid tussen 'natuurparken', 'sportparken' (met veel sportinfrastructuur, gevarieerde activiteiten, intensief gebruik), 'geïntegreerde sportparken' (weinig sportinfrastructuur maar sportactiviteiten voornamelijk op de grasvelden en paden) en 'afgescheiden omnisportparken' (sportinfrastructuur gescheiden van de andere zones van het park).

Voetbal en joggen zijn goed voor 60% van de sportactiviteiten in de bestudeerde parken

Uit de terreinbezoeken blijkt dat zeven sporten en fysieke activiteiten 90% van de waargenomen activiteiten vertegenwoordigen: voetbal, joggen, street workout (gymnastiek/krachttraining/parkour) en fitness, basketbal, boardsport en petanque. Deze waarnemingen over het gebruik moeten echter worden genuanceerd aangezien een gering of onbestaand aanbod het gebruik ook onvermijdelijk vermindert. In alle parken die groot genoeg zijn wordt gejogd.

Aantal keer dat een van de 7 meest geïnventariseerde sportactiviteiten werd waargenomen en % verdeling tussen mannen en vrouwen (118 bezoeken – 14 parken)

Bron: BRAT-PEPS 2017

Andere activiteiten, zoals frisbee, badminton of volleybal, werden sporadisch waargenomen.

Bijna 80% van de geobserveerde sporters zijn mannen

Tijdens de terreinbezoeken werden bijna 3.500 mensen waargenomen die een sport beoefenden.  
79% van hen waren mannen. Wat de geschatte leeftijdscategorieën betreft, zien we voornamelijk volwassenen (60%) en een kleiner aantal adolescenten (25%) en kinderen (15%). Joggen is veruit de voornaamste sport die wordt beoefend door vrouwen (87% van de waarnemingen) en de enige sport waarvoor bijna een gelijk aantal mannen en vrouwen werd waargenomen.

Er werd ook een analyse uitgevoerd om na te gaan of het type wijk (stadsweefsel en sociaal-demografische samenstelling) een invloed had op de sportactiviteiten. Uit de resultaten blijkt dat deze activiteiten vooral afhankelijk zijn van de aanwezigheid en de kenmerken van het aanbod in het park (concentratie van meerdere infrastructuren, grootte van de grasvelden ...). 

In 62 wijken is er een groot tekort aan sportinfrastructuur

In het licht van voorgaande vaststelling, lijkt het ons interessant om de wijken niet vanuit een sociaal-urbanistisch oogpunt te karakteriseren, maar wel vanuit de tekorten in de voornaamste infrastructuren (voetbal, basketbal, petanque, tafeltennis en fitness en vergelijkbare sporten).

Voor elke wijk werden de mogelijke tekorten voor verschillende infrastructuren opgesomd, op basis van een weging volgens de ernst van het tekort: 2 punten (hoge prioriteit), 1 punt (geringe prioriteit), 0 punten (geen prioritaire interventie). 

Op die manier kunnen de wijken worden voorgesteld volgens een algemeen 'tekortenniveau'. Aan de hand van die oefening kunnen we de wijken met de meeste tekorten identificeren, voor alle infrastructuren samen. Zo zien we verschillende kritieke zones, vaak gelegen aan de gemeentegrenzen of zelfs uitgespreid over meerdere aangrenzende gemeenten.

Analyse van vraag en aanbod aan sportinfrastructuren: samenvatting van de tekorten

Bron: BRAT-PEPS 2017

De hoogste tekortenniveaus (score van 7 tot 10) zien we in 62 wijken, of 43%.  Het sportaanbod is ook weinig gediversifieerd: meer dan 80% van het aanbod bestaat uit petanquebanen of voetbal- en/of basketbalvelden. Dat heeft verschillende gevolgen. Zo is er weinig diversiteit in de sportactiviteiten en wordt het aanbod vaker gericht op bepaalde doelgroepen van sporters ten koste van andere – soms vergeten – doelgroepen (vrouwen, senioren, mensen met een handicap en soms kinderen).

Bij het bepalen van de prioriteiten voor de ontwikkeling van het aanbod, kan rekening worden gehouden met andere bijkomende criteria dan die van het aanbod en de vraag, zoals de hoeveelheid jongeren, het dringende karakter van de interventies (verouderde voorzieningen ...), de nabijheid van groene ruimten of prioritaire ontwikkelingspolen zoals bepaald in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling. Het is immers de bedoeling dat deze polen de komende jaren sterk evolueren, met een mogelijke toename van het aantal woningen en inwoners en dus met nieuwe behoeften als gevolg, maar ook met mogelijke veranderingen op het vlak van openbare ruimte en voorzieningen.

Een sportstrategie aangepast aan de behoeften, opportuniteiten en realiteiten van de gewestelijke groene ruimten en hun gebruikers

Op basis van deze studie heeft de dienst 'Speel- en sportnetwerken' van Leefmilieu Brussel een strategisch document uitgewerkt om de ontwikkeling van sportactiviteiten in de gewestelijke groene ruimten te omkaderen. Dat gebeurde in samenwerking met de verschillende betrokken departementen en met de Sportcel van perspective.brussels.

Deze ontwikkeling is opgebouwd rond vier hoofdpijlers, met name: 

  • de versterking van de sociale cohesie en integratie; 
  • de verbetering van de fitheid en de gezondheid van de Brusselaars;
  • het aanmoedigen van 'actieve vrijetijdsbesteding';
  • de ontwikkeling van 'sportieve polen' met lokale of gewestelijke uitstraling.

De te ontwikkelen pijlers moeten worden gekozen op basis van de lokale context, zowel sociaal-demografisch als ecologisch. 

Op kwantitatief vlak heeft deze sportstrategie als doel het Gewest op een evenwichtige manier uit te rusten, rekening houdend met de zones met tekorten en het sociaal-demografische profiel van de verschillende wijken (met prioriteit voor de achtergestelde en dichtbevolkte wijken). Daarnaast wil men bepaalde doelgroepen beter bereiken (adolescenten, senioren, personen met beperkte mobiliteit enz.). Sportdynamieken aangepast aan de behoeften van de gebruikers en de verschillende types groene ruimten worden aangemoedigd via de organisatie van kleine sportevenementen, initiaties, animatiesessies en kleinere interventies (zoals markeringen op de grond).

Op kwalitatief vlak werden vijf doelstellingen vastgelegd:

  • Diversifiëring van het aanbod, de activiteiten en de gebruikers;
  • Interventies aangepast aan de prioritaire pijler (bijvoorbeeld: is het doel van de sport vooral sociaal, dan is een participatieve aanpak met het verenigingsleven aangewezen en moeten de activiteiten van de parkwachters-animatoren in de kijker worden gezet);
  • Betere integratie van de sportvoorzieningen/-infrastructuur in het landschap; 
  • Een betere omkadering bieden, nieuwe sportactiviteiten onthalen;
  • De ontwikkeling van sportactiviteiten aanmoedigen waarvoor geen zware infrastructuur nodig is.

Wat de eerste doelstelling betreft, heeft de studie aangetoond dat jongeren of jongvolwassenen en het mannelijke geslacht oververtegenwoordigd zijn. Het is dan ook een uitdaging van formaat om sporten in de openbare ruimte aan te moedigen bij vrouwen of senioren. Voor mensen met een mentale of fysieke beperking is de installatie van aangepaste sportvoorzieningen dan weer essentieel, naast interventies op het vlak van toegankelijkheid van deze installaties en communicatie.

Een groeiend gewestelijk aanbod 
 

Op operationeel vlak realiseert de dienst 'Speel- en sportnetwerken' tal van aanleg- of heraanlegprojecten om sportactiviteiten aan te moedigen in de gewestelijke ruimten, ongeacht of ze worden beheerd door Leefmilieu Brussel dan wel of de overname nog 'in wording' is.  

Tal van projecten werden in 2019-2021 uitgevoerd of worden momenteel nog uitgevoerd. Bijvoorbeeld:

  • Omnisportveld, fitnesstoestellen en klimmuur in het Bonneviepark;
  • Speel- en sportplein in de Kruidtuin; 
  • Markeringen voor een sprintzone op de grond en nieuw terrein voor street basket in het Park L28, aanleg van een parkourspot onder de Demeerbrug;
  • Speeltuinen en sportinfrastructuur, slackline-spot in het Rood Klooster;
  • Sportvelden en boardsporten in het Georges Henripark;
  • Sport en spel (street basket en parkourspot) in het Zennepark. 

In de loop van de huidige legislatuur zouden nog verschillende andere projecten moeten worden uitgevoerd of opgestart (bijvoorbeeld: speelplein en sportinfrastructuur in het Dauwpark).  De verdere uitbouw van het speel- en sportnetwerk op het Brusselse grondgebied vereist bovendien partnerships en wisselwerkingen met de verschillende betrokken spelers zoals de gemeenten, de sport- en verenigingswereld, perspective.brussels of de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) die belast is met sociale huisvesting.

Naast Leefmilieu Brussel wil ook het Brussels Gewest sportbeoefening aanmoedigen en toegankelijk maken voor iedereen. In het kader daarvan werkt perspective.brussels momenteel een strategische visie uit voor de realisatie van sportinfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hiervoor wordt een Brussels sportkadaster opgesteld met informatie over alle sportinfrastructuur (indoor en outdoor). Daarnaast wordt er gewerkt aan een gewestelijke strategie om joggen te promoten.

Het Gewest voert ook een actief beleid ter ondersteuning van de gemeenten voor de ontwikkeling van sportinfrastructuur via twee projectoproepen. Eén van die projectoproepen heeft betrekking op 'sportinfrastructuur in de buurt', d.w.z. vlak bij een woongebied én vrij toegankelijk. Deze infrastructuur moet met name bijdragen aan de versterking van de sociale cohesie door alle inwoners van een wijk de mogelijkheid te bieden zich te ontspannen, te vermaken en nieuwe mensen te leren kennen.

Bovenop de infrastructuur ontwikkelt de dienst 'Speel- en sportnetwerken' van Leefmilieu Brussel sportprogramma's om het sportaanbod in de parken uit te breiden en te diversifiëren en zo beter in te spelen op de noden van alle doelgroepen. Deze initiatieven hebben ook als doel om bepaalde recente realisaties te promoten en te begeleiden. In het kader daarvan worden initiaties voor nieuwe sporten georganiseerd voor het grote publiek, in samenwerking met de parkwachters en externe stakeholders.  Zo werd in de zomer van 2018 een bewustmakings- en promotieactie rond sport georganiseerd bij de wachters en het grote publiek via een reeks demonstraties van innovatieve sporten. Bij het project 'Sport in de parken' worden in 2021 slackline, parkour en skeeleren in de kijker gezet in zes groene ruimten. Voor deze drie sporten zijn telkens slechts lichte voorzieningen nodig en ze kunnen goed worden opgenomen in het landschap. Naast deze activiteiten wordt ook nog een pumptrack geïnstalleerd (een gesloten parcours met oneffenheden en bochten) in een park om het publiek te laten kennismaken met BMX'en, steps, skates en skeelers. 

Date de mise à jour: 02/09/2021

Documents: 

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten