Vous êtes ici

COVID-19 – Wat waren de effecten van de eerste lockdown op de luchtkwaliteit?

Focus - Actualisatie : juni 2021

De COVID-19-pandemie in het voorjaar van 2020 dwong heel wat landen wereldwijd om maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. In België, en dus ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moest de hele bevolking in lockdown. Daarbij werd telewerk sterk aanbevolen, gingen de scholen en de horeca dicht en werden culturele evenementen afgelast. Die maatregelen leidden tot een drastische vermindering van het wegverkeer. Wat waren de effecten van die verminderde activiteit op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Is de luchtkwaliteit verbeterd? En zo ja, op basis van welke vervuilende stoffen werd die verbetering geverifieerd? 

De COVID-19-pandemie

In het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis die sinds begin 2020 wereldwijd aan de gang is, werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. In Europa gingen verschillende gebieden in een strikte lockdown, waardoor de activiteiten en het wegverkeer sterk werden verminderd. Ook in Brussel zorgde de lockdown van maart, april en mei 2020 voor een significante vermindering van het verkeer, en bijgevolg van de vervuilende stoffen waarvoor de transportsector verantwoordelijk is. Die nooit geziene situatie gaf ons de mogelijkheid om de impact van een sterke vermindering van het wegverkeer op de luchtkwaliteit in het gewest te analyseren. 

Wat zijn de voornaamste vervuilende stoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? 

Net als in veel grote steden wordt de luchtvervuiling in Brussel voornamelijk veroorzaakt door menselijke activiteiten. De twee voornaamste bronnen van luchtvervuilende stoffen zijn het vervoer en de verwarming en verlichting van woon- en tertiaire gebouwen. De vervuilende stoffen die vrijkomen bij die twee soorten activiteiten zijn voornamelijk stikstofoxiden (NO2 en NO), fijn stof (PM10 en PM2.5) en black carbon (zie ook Factsheet 02.Luchtverontreiniging in het BHG: Vaststellingen  en de verschillende Indicatoren Lucht ). Die drie vervuilende stoffen werden dus van dichtbij opgevolgd tijdens de lockdownperiode om de impact van de vermindering van het verkeer op hun aanwezigheid in de atmosfeer te bekijken. 

  • Stikstofoxiden  

Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten door menselijke activiteiten tijdens verbrandingsprocessen met hoge temperaturen, die de oxidatie van stikstof in de lucht veroorzaken. De sectoren die verantwoordelijk zijn voor de uitstoot zijn dan ook voornamelijk het wegvervoer (vooral dieselmotoren) en de verwarming van gebouwen. De NO2-concentraties in de atmosfeer worden op Europees niveau gereglementeerd, in tegenstelling tot NO waarvoor geen reglementering bestaat. NO2 is de meest problematische gasvormige vervuilende stof in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) op het vlak van de naleving van de Europese normen, ondanks een voortdurende daling die van jaar tot jaar wordt waargenomen. NO is dan weer zeer interessant om te bestuderen omdat het door zijn lage dispersieneiging de mogelijkheid biedt om lokale emissiebronnen te identificeren (zie ook Factsheet 08.Stikstofoxiden (NOx) en de Indicator Luchtkwaliteit over de Concentratie van stikstofdioxide NO2 ).

  • Fijn stof  

Fijn stof omvat alle vaste en vloeibare zwevende deeltjes in de atmosfeer. Fijn stof kan afkomstig zijn van natuurlijke of antropogene bronnen. De belangrijkste bronnen van antropogene emissies zijn de verwarming van gebouwen, het wegvervoer en in mindere mate de industrie. Door de grote verscheidenheid aan mogelijke bronnen zijn de emissies van fijn stof minder gerelateerd aan het vervoer dan andere vervuilende stoffen (zie ook de Indicator Emissies van fijne deeltjes ).

  • Black carbon  

Black carbon wordt voornamelijk uitgestoten via verbrandingsprocessen (onder meer in het wegverkeer), waardoor het bijzonder interessant is om te bestuderen in een stedelijke context. De evolutie van black carbon correleert zeer sterk met de NOx-emissies en kan worden gelijkgesteld met die van stikstofoxiden. Om die reden wordt black carbon hier niet in detail besproken (voor meer informatie, raadpleeg de themapagina's over black carbon ).

 

Hoe de impact van de lockdown op de luchtkwaliteit identificeren? 

Over het algemeen wordt de luchtkwaliteit bepaald door

  • de emissies van vervuilende stoffen; 
  • de weersomstandigheden, die een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van de vervuilende stoffen. 

Die twee factoren moeten dus worden geanalyseerd om de impact van elk van hen tijdens de betrokken periode te kunnen afbakenen. Een goede representativiteit van de weersomstandigheden is dus noodzakelijk. 
                                     
Om verslag te kunnen uitbrengen over de diversiteit van de in het gewest aanwezige omgevingen werden verschillende meetpunten van het Brusselse meetnet in aanmerking genomen voor de analyse van de luchtkwaliteit in de lente van 2020:

  • Kunst-Wet: Dit is het meetpunt met de hoogste concentraties stikstofoxiden, door de ligging aan een kruispunt op de Kleine Ring. Het gaat om een stedelijke omgeving met een zeer grote invloed van het wegverkeer.
  • Elsene: Hier vinden we ook hoge concentraties vervuilende stoffen. Dat heeft met name te maken met de 'canyon'-kenmerken van de Kroonlaan waar dit meetpunt gelegen is. Het gaat om een stedelijke omgeving met een grote invloed van het wegverkeer.
  • Sint-Jans-Molenbeek: Dit meetpunt is representatief voor een algemene stedelijke omgeving, met een matige invloed van het wegverkeer
  • Ukkel: Dit meetpunt bevindt zich in een woonwijk. Het gaat om een stedelijke omgeving met een zeer geringe invloed van het wegverkeer (ook wel 'stedelijk achtergrondstation' genoemd).
  • Haren: Hier zien we de invloed van de industriële activiteiten en het verkeer. Het gaat om een industriële omgeving met een matige invloed van het wegverkeer.

Meetpunten die in aanmerking komen voor de beoordeling van de luchtkwaliteit tijdens de pandemie.

Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

 

 

De meteorologische gegevens van de bestudeerde periode (19 maart – 19 juni 2020, in de meetpunten van Ukkel en Molenbeek) werden vergeleken met de historische gegevens van de periode 2010-2019. De analyse toonde aan dat de omstandigheden voor de verspreiding van de vervuilende stoffen vergelijkbaar waren met de 'normale' omstandigheden die werden waargenomen in dezelfde periodes van de vorige jaren, en dat de vermindering van de concentraties vervuilende stoffen die mogelijk werd waargenomen dus wel degelijk verband hield met de lagere uitstoot.
De concentraties vervuilende stoffen voor de bestudeerde periode werden enkel vergeleken met de gegevens van de laatste drie jaar (2017, 2018 en 2019). Gezien de voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit zijn immers alleen de laatste drie jaar representatief voor de huidige situatie. 

Een nettovermindering van de concentraties stikstofoxiden

Gemiddelde concentraties stikstofoxide (NO2, [µg/m3]) per meetpunt.

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  
 

Gemiddelde concentraties stikstofmonoxide (NO, [µg/m3]) per meetpunt. 

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  
 

Tijdens de lockdown ...
De gemiddelde concentraties stikstofoxiden (NO2 en NO) daalden sterk tijdens de lockdownperiode in de lente van 2020 (19 maart – 3 mei 2020), zoals blijkt uit de bovenstaande figuren (zie blauwe balken voor de lockdownperiode). We merken echter een onderscheid tussen de dalingen, naargelang het type omgeving:

  • De sterkste dalingen worden vastgesteld in stedelijke omgevingen met een zeer grote en grote invloed van het verkeer. Zo merken we een daling van NO2 met 49% in Kunst-Wet en met 54% in Elsene, en een daling van NO met 78% in Kunst-Wet en met 77% in Elsene;
  • De dalingen zijn ook uitgesproken voor NO2 in stedelijke omgevingen met een zeer geringe invloed van het verkeer (~50%), hetgeen waarschijnlijk te maken heeft met het feit dat de lockdown in heel België van kracht was en zelfs in verschillende Europese landen en met het feit dat de stedelijke achtergrondstations dus ook een daling van die wijzigingen registreren door de uitwisselingen van luchtmassa. De daling is daarentegen veel minder uitgesproken voor NO (35%) in dergelijke omgevingen omdat NO zeer moeilijk getransporteerd wordt en de concentraties hoog zijn in de onmiddellijke omgeving van de bronnen;
  • Op de stedelijke en industriële sites met een matige invloed van het verkeer zijn de verminderingen van de NO2-concentraties groot, maar minder uitgesproken (respectievelijk 31% en 37%). Voor NO daarentegen is de daling meer uitgesproken voor de industriële sites (55%), wat waarschijnlijk te maken heeft met het intensieve vrachtwagenverkeer (dieselmotoren) op die plaatsen. 

Tijdens de afbouw van de lockdown ... 
De afbouw van de lockdown was verdeeld in twee afzonderlijke periodes: van 4 mei tot 2 juni (gedeeltelijke afbouw van de lockdown) en van 3 juni tot 19 juni (normale hervatting van de activiteiten). Zo zien we een onderscheid tussen de effecten in die twee periodes.

  • Van 4 mei tot 2 juni: de NO2-concentraties stemmen overeen met de concentraties van de lockdownperiode en we stellen zelfs een licht dalende trend vast voor de gemiddelde NO-concentraties. Een mogelijke verklaring hiervoor is de progressieve manier waarop de afbouw van de lockdown is verlopen. Het wegverkeer hernam immers gedeeltelijk omdat telewerk nog steeds de norm was en de scholen nog niet opnieuw geopend waren aan het begin van de periode. 
  • Van 3 tot 19 juni: de NO2-concentraties stijgen in vergelijking met de lockdownperiode, in het bijzonder voor de stedelijke omgevingen met een zeer grote (14%) en grote (20%) invloed van het wegverkeer, alsook voor de industriële omgeving (7%). Wat NO betreft, zijn de stijgingen nog meer uitgesproken, met +83% en +67% voor de stedelijke omgevingen met respectievelijk een grote en zeer grote invloed van het verkeer. In de industriële omgeving zagen we een minder grote toename van de NO-concentraties (+9%). Die stijgingen illustreren uiteraard de hervatting van de activiteiten en het verkeer tijdens de afbouw van de lockdown. In de stedelijke gebieden met een lage en matige invloed zien we dalingen van de NO2- en NO-concentraties door hun beperkte blootstelling aan het verkeer en de verbetering van verspreidingsvoorwaarden in de loop van het jaar. 

Ondanks de stijgende trend tijdens de afbouw van de lockdown in vergelijking met de lockdownperiode blijven die waarden tijdens beide periodes echter onder de waarden die doorgaans worden waargenomen in die periode van het jaar. 

Geen uitgesproken trend voor fijn stof

Over het algemeen had de lockdown geen effect op de gemiddelde concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5). Dat geldt voor alle soorten omgevingen die werden bestudeerd. 
Verschillende factoren kunnen dat verklaren:

  • in tegenstelling tot stikstofoxiden wordt fijn stof uitgestoten door zeer diverse bronnen, zowel antropogene als natuurlijke bronnen. De concentraties zijn dus veel minder afhankelijk van het verkeer;
  • de periode van 19 maart tot 3 mei 2020 was zeer droog (slechts zeven dagen regen), waardoor het fijn stof opnieuw in suspensie werd gebracht in de lucht;
  • de periode maart-april is doorgaans een periode waarin meststoffen op de velden worden gestrooid. Naargelang de weersomstandigheden (onder meer vochtigheid en temperatuur) kan de ammoniak die bij die strooiactiviteiten vrijkomt, reageren met de stikstofoxiden (uitgestoten door het verkeer) en zo fijn stof vormen. Dat verklaart de toename van de concentraties fijn stof tijdens de maanden maart en april 2020 op verschillende meetpunten. 

De afbouw van de lockdown had dan weer geen significant effect op de gemiddelde concentraties fijn stof. De licht dalende trend wordt verklaard door het einde van de strooiperiode, alsook door de voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de vorige jaren. 

Gemiddelde concentraties van fijn stof (PM10 en PM2.5, [µg/m3]) per meetpunt. 

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

 

Samengevat

Date de mise à jour: 04/06/2021