Vous êtes ici

De natuur nodigt je uit om haar te ontdekken

Liefhebbers van bouwpakketten - inbussleutel in de ene hand en instructies in de andere - dreigen teleurgesteld te worden, want het bouwpakket "Leren in de natuur" bestaat niet. Bouwpakken zijn geruststellend, dat is een feit. Het voelt alsof we van begin tot eind de controle hebben. Als het tijdens bepaalde stappen een beetje uit de hand loopt, komen we meestal weg met een paar goedgeplaatste verwensingen aan het adres van de fabrikant.

En als we klaar zijn, bewonderen we het resultaat van ons werk met een gevoel van trots. De benadering van "Leren in de natuur" is anders: het is een soort jongleren met aan de ene kant het geruststellende aspect van een kader en aan de andere het bevrijdende (of soms storende) aspect van het loslaten. En van dat kader krijg je slechts enkele schetsen. Want de tijd, het delen, de ervaring en de ontdekkingen zullen je in staat stellen het zelf verder uit te werken, zodat je een uniek resultaat krijgt dat je samen met je leerlingen tot stand hebt gebracht.

Charter en logboek

Samen met je leerlingen een charter opstellen is onmisbaar want het schept een duidelijk kader voor als je van omgeving verandert. De inhoud zal natuurlijk van klas tot klas verschillen, maar enkele elementen zijn essentieel: het project en de deelnemers moeten een naam krijgen, er moet een betekenis aan worden gegeven en een frequentie, een tijdsduur, inhoud, een ruimtelijke context, een veiligheidskader en instructies voor respectvol gedrag ten opzichte van de groep en de natuur.

Er zijn twee manieren om dit charter op te stellen:

  • ofwel gaan jullie samen op stap en gebruiken jullie de ervaringen (schrik, ontdekkingen, vreugde, onzekerheden, vragen, ...) om het charter op te stellen,
  • ofwel denken jullie samen na over het project om voor de eerste uitstap het charter op te stellen.

Welke optie je ook kiest, het charter zal evolueren, want je kunt er in de loop van de ervaringen beetje bij beetje nieuwe elementen aan toevoegen.

Al die ervaringen worden in het logboek genoteerd. Houd het zorgvuldig bij en schrijf er de praktische aspecten in op (datum, plaats, tijdstip, traject, aantal leerlingen, ...), de geplande activiteiten en hun duur, observaties, avonturen en tegenslagen, vragen, spontane activiteiten en ontmoetingen. Het logboek wordt een schatkamer waarin je kunt putten om uitgangspunten of aanknopingspunten te vinden voor de thema's die je wenst te behandelen of al met je leerlingen hebt behandeld. Dit hulpmiddel stelt je dus in staat om het buitenleren aan onderwijsdoelen te koppelen. Vergeet niet foto's te maken van de activiteiten en resultaten, want ze kunnen van onschatbare waarde zijn om de leerresultaten te documenteren en samen te vatten.

Oriëntatiepunten

Op school worden bij het begin van het jaar ruimtelijke en temporele oriëntatiepunten bepaald die meestal weinig veranderen. Buiten zullen ze opnieuw moeten worden opgebouwd. Net als het charter kunnen de oriëntatiepunten collectief en experimenteel worden ontwikkeld.

Je zult merken dat de leerlingen spontaan ruimtelijke oriëntatiepunten vinden en creëren. Ze verzamelen zich in de buurt van een struik voor een tussendoortje, ze gaan om je heen staan als je op een bankje gaat zitten, schuilen onder een boom als het regent en spelen met de steentjes aan de rand van een pad. Stuk voor stuk plaatsen die ze kunnen benoemen, en je zult ze aanmoedigen om dat te doen, want zo ontstaan betekenisvolle oriëntatiepunten.

Voor de punten in de tijd moeten we weer naar de zon kijken. Waar staat ze bij aankomst, tijdens de picknick en bij het vertrek? Je zou de zon op die verschillende sleutelmomenten en door de seizoenen heen in kaart kunnen brengen.

Met verschillende kleine muziekinstrumenten kun je richtpunten maken voor de organisatie en de veiligheid: het vertrek- en aankomstsignaal, het verzamelsignaal en een code voor het type wandeling (veilig, vrij, stil, ...). Wat de grenzen van de ruimten en hun gebruik betreft (spelletjes, onderzoek, vrije tijd, rust, lezen, maaltijden, observatie, ...), moeten de regels voor de groene ruimte uiteraard worden gecombineerd met de spontaniteit van de leerlingen, om het respect voor de omgeving en de veiligheid van de kinderen te verzekeren. In sommige situaties zullen afbakeningen met een code (zoals vlaggetjes met pictogrammen) nodig zijn. Andere keren kunnen de kinderen zich verplaatsen binnen bestaande ruimtelijke oriëntatiepunten (een pad, een grasveld, een rij bomen, ...) en hoef je niets anders toe te voegen.

De organisatie

Om heel het project vlot te doen verlopen, moet je rekening houden met enkele belangrijke elementen. Kijk de schoolverzekering na om te weten hoeveel begeleiders je nodig hebt, en maak een kalender waarop ze zich kunnen inschrijven. Breng de ouders op de hoogte van de datum van de uitstappen, zodat de kinderen geschikte kleding dragen.

Informeer de schoolleiding over de datums, de routes, de locaties, de tijden en de contactpersoon. Het is ook heel belangrijk dat iedereen het veiligheidsprotocol kent dat in geval van een probleem moet worden toegepast.

Maak in het lokaal een plekje vrij dat aan de uitstappen gewijd is en waar je het basismaterieel bewaart: het logboek, de lijst met kinderen en de telefoonnummers van de ouders (en individuele badges voor de jongsten), hesjes, zakdoeken, een EHBO-doos en een stoffen zak voor verzamelde objecten. De rest van het materieel zal afhangen van de geplande activiteiten. Elk kind kan ook een eigen buitentasje hebben met daarin een potlood, een notitieboekje, een gom, een touw, een wasspeld en een vergrootglas. Houd het eenvoudig, de natuur heeft ons zoveel te bieden.

Probeer de kinderen te betrekken bij de organisatie van de uitstappen, zowel tijdens de voorbereiding als ter plaatse, door taakgroepen te vormen: het weer (zorgen voor de juiste kleding), de uitrusting (buitentasjes, hesjes, badges uitdelen), het comfort (zakdoeken, dekzeil voor bescherming, touwen om het vast te binden), de route (de route bepalen en als gids optreden).

Een prospectie van de route is aan te raden als je met kleinere kinderen op wandel gaat, maar met grotere kinderen is dat niet nodig. Het traject kan een moment vormen voor ontdekking en leren, zowel vooraf als tijdens de wandeling zelf. Het is een gelegenheid om een kaart boven te halen, de leerlingen een route te laten tekenen en de duur van de wandeling te schatten. Tijdens de wandeling kunnen jullie allerlei thema's onderzoeken: getallen, vormen, kleuren, de waterkringloop, energie, geschiedenis, geografie, ...

De locatie van de uitstappen hangt af van je prioriteiten, maar als je regelmatig en zonder veel moeite met de kinderen op wandel wilt gaan, kies je een plek in de buurt die te voet bereikbaar is. Op de site BrusselsGardens kun je de groene ruimten rond je school ontdekken. Een kleine prospectie voorafgaand aan de eerste uitstap is aanbevolen om onaangename verrassingen te voorkomen. Sommige ingangen kunnen gesloten zijn, sommige gebieden zullen ontoegankelijk zijn of gewoonweg onaantrekkelijk blijken. Leg geen grote afstanden af: neem de tijd om de ruimte beetje bij beetje te ontdekken. Zo kunnen de kinderen zich vertrouwd maken met de omgeving, zich er prettig voelen en ze geleidelijk aan in kaart brengen. En waarom zou je in het klaslokaal geen kaart tekenen en er de natuurlijke elementen aan toevoegen die tijdens de uitstapjes zijn ontdekt? Want je neemt de klas mee naar buiten en de klas kan de buitenwereld weer mee naar binnen nemen...

Inhoud

De inhoud die je tijdens de uitstappen behandelt, hangt sterk af van de manier waarop je het buitenleren wilt benaderen. In het algemeen kunnen drie benaderingen worden onderscheiden:

  1. In de eerste verplaatsen we een activiteit van binnen naar buiten. We gaan naar buiten, maar er is geen concrete interactie met de buitenomgeving. Dat doet geen afbreuk aan het welzijn en de gedragsveranderingen die het met zich mee kan brengen.
  2. In de tweede brengen we een binnenactiviteit naar buiten en zoeken we uit hoe de omgeving kan worden gebruikt om het leren te verbeteren. Bijvoorbeeld door takjes op grootte te sorteren.
  3. In de derde benadering is de locatie het uitgangspunt van het leerproces. Ze zet aan tot actie en verrijkt de basisvaardigheden.

Ongeacht de aanpak is het belangrijk om open te staan voor wat de nieuwe context zal opleveren in termen van reflecties en vragen. Bovendien zullen de kijk en de reacties van de leerlingen je misschien in staat stellen om de verschillende benaderingen met elkaar te combineren, want vergeet niet dat de locatie je de kans geeft om het leren in een context te plaatsen.

En hoe meer je het in zijn context plaatst, hoe meer je het tot leven brengt. Hoe meer het tot leven komt, hoe meer belangstelling, motivatie en nieuwsgierigheid je bij de leerlingen zult opmerken.

Je zult zeker veel ontdekken als je aan dit project begint, en meer dan eens zul je verbaasd of verrast zijn door de manier waarop de dingen verlopen. Leerprestaties met een spreadsheet aantonen, lijkt natuurlijk gemakkelijker dan met een logboek en wat foto's.

Toch maakt het leren in de natuur het geleerde rijker en steviger geworteld, omdat het gebaseerd is op ervaring. Door ervaringen en successen te delen, maar ook problemen en confrontaties te analyseren zal het buiten lesgeven, met jouw hulp, zijn weg vinden in het curriculum van morgen. Want gesproken woorden vervliegen, het geschrevene blijft, maar de beleving dringt door.

Isabelle Vermeir, namens het team "Leren in de natuur"

Bronnen

Referentiesites:

  • Silviva : Zwitsers nationaal competentiecentrum voor leren met de natuur
  • Enseigner dehors : website van het project Enseigner dehors van de Stichting Monique-Fitz-Back met pedagogische benaderingen, tips, getuigenissen, een databank van samenwerkingsactiviteiten en praktische hulpmiddelen.

Inspirerende boeken:

Date de mise à jour: 28/09/2020