Vous êtes ici

Blootstelling van de bevolking aan het geluid van transport

Actualisering : februari 2020

Het wegverkeer is de geluidsbron die, veruit, het grootste aantal Brusselaars aanbelangt, het spoorwegverkeer de kleinste groep. Twee inwoners op drie zouden een geluidsoverlast door het weglawaai ervaren (Lden ≥ 55 dB(A)) en één op drie zou zijn blootgesteld aan lawaaierige tot zeer lawaaierige geluidniveaus (Lden ≥ 65 dB(A)). Drie Brusselaars op vier zouden bovendien slaapstoornissen hebben en één op vier zou zelfs ’s nachts blootgesteld zijn aan zeer hoge niveaus. Het luchtverkeer belangt potentieel minder mensen aan. Toch zou hij in het weekend de slaap van één inwoner op vijf verstoren. 

Modellering van het vervoersgeluid

Om na te gaan in welke mate de Brusselaars lawaaioverlast verbonden met het vervoer ondervinden, werd, in 2016 (referentiejaar in de zin van de richtlijn), een "akoestische" plaatsbeschrijving van het grondgebied voor het weg-, spoor- en luchtverkeer opgesteld. Doel van deze plaatsbeschrijving is het kwantificeren van het "structurele" lawaai door deze verschillende transportmodi. De cartografisch weergegeven resultaten van deze modelleringen worden "geluidskadaster” van het weg-, spoor-, en luchtverkeer  genoemd. 
 
Deze kadasters bepalen vooral de Lden indicator (Level day-evening-night), het gewogen equivalent geluidsniveau over 24 uur dat gemiddeld tijdens een volledig jaar werd waargenomen. Voor de weging wordt een straffactor van 5 dB(A) toegepast voor de avonduren (19 tot 23 u) en van 10 dB(A) voor de nachtelijke periode (23 tot 7 u), aangezien lawaai op die tijdstippen als hinderlijker wordt ervaren. Deze indicator weerspiegelt vrij goed de daadwerkelijk door de bevolking ervaren geluidshinder. 
Het kadaster bepaalt eveneens de Ln indicator (Level night) wat overeenkomt met het equivalent geluidsniveau tussen 23 uur en 7 uur.

Merk op dat deze kadasters in het geval van het lawaai verbonden met het luchtverkeer sinds 2009 elk jaar werden bijgewerkt. De in deze editie besproken resultaten zijn die van het jaar 2016, om te vergelijken met andere transportwijzen (weg-, treinverkeer). Maar de resultaten voor 2017 en 2018 zijn reeds beschikbaar. 

Evaluatie van de blootstelling van de bevolking

De potentiele blootstelling van de Brusselse bevolking wordt vervolgens geraamd op basis van de geraamde blootstelling aan lawaai van de woonplaatsen (rekening houdend met de meest blootgestelde gevel in het geval van het lawaai veroorzaakt door weg- of spoorverkeer) en van hun bezetting (aantal inwoners per XY coördinaten). Het gaat dus om een schatting van de inwoners (m.a.w. de woonbevolking) die potentieel aan een extern geluidsniveau zijn blootgesteld en niet om de gegevens van de reële blootstelling in de gebouwen.

Het concept van “rustige gevel”

Om de resultaten van de blootstelling te relativeren, wordt als bijkomend gegeven vermeld wat het aandeel is van de populatie die in een woning met een "rustige gevel" woont. De geluidsniveaus van dergelijke gevels liggen immers 20 dB(A) lager dan die van de meest blootgestelde gevel. Dit concept is echter niet pertinent voor het lawaai van het luchtverkeer aangezien het volledige gebouw door overvliegende vliegtuigen getroffen wordt.

Het concept van de "rustige gevel" moet dan ook met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Een gevel kan immers rustig zijn ten aanzien van één bepaalde vervoersmodus maar "gevoelig" voor een ander type van vervoer. In werkelijkheid worden bepaalde inwoners gelijktijdig aan meerdere geluidsbronnen blootgesteld (multiblootstelling), waarbij de akoestische energie van de verschillende bronnen moet worden opgeteld. De hieronder voorgestelde resultaten betreffen de analyse van elke afzonderlijke geluidsbron. De analyse van de multiblootstelling wordt wat haar betreft in een aparte focus  behandeld.

Het wegverkeer, aan de top van geluidsoverlast verbonden aan transport

Percentage van de bevolking woonachtig in gebouwen die zijn blootgesteld aan verkeerslawaai (afkomstig van wegen, vliegtuigen, treinen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bronnen: Leefmilieu Brussel / ASM Acoustics-Stratec / Tractebel, 2018, voor het geluid van het weg- en spoorverkeer, Leefmilieu Brussel, 2017, voor het geluid van het vliegverkeer & op basis van de verkeergegevens in 2018 (weg), 2016 (lucht, spoorweg) en de bevolkingsgegevens op 31/12/2014
 

Uit de resultaten blijkt dat de Brusselaars het meest gehinderd worden door het wegverkeer, gevolgd door het luchtverkeer en tot slot het spoorverkeer. Op Europese schaal, en in het bijzonder in de stedelijke zones, stoort het wegverkeer het grootste aantal mensen (AEE, 2014). Het spoorverkeer komt op de 2de plaats en het luchtverkeer op de 3de, ver achter het wegverkeer.

Twee derde van de Brusselaars heeft potentieel geluidsoverlast door het wegverkeer

Twee derde van de inwoners (64%) kan potentieel belangrijke geluidshinder ondervinden (met Lden-niveaus boven de 55 dB(A)) als gevolg van het wegverkeer. Minder dan de helft van hen (42%) beschikt over een rustige gevel in hun woning. Dit is vooral zorgwekkend voor de gezondheid van de buurtbewoners aangezien de Wereldgezondheidsorganisatie sterk aanbeveelt dat het lawaai veroorzaakt door het wegverkeer het niveau van 53 dB(A) niet mag overschrijden (WGO, 2018). Daarentegen zou minder dan één inwoner op twintig deze geluidshinder ervaren als gevolg van het luchtverkeer (5%), of van het spoorverkeer (3%).

En één derde aan zeer hoge geluidsniveaus

Nog zorgwekkender is dat zowat één derde van de bewoners (35%) potentieel blootgesteld worden aan weglawaai met een geluidsniveau van boven de 65 dB(A). Deze waarde geldt als de drempel waarop het omgevingslawaai als "luid" wordt beschouwd (ter vergelijking: voor deze geluidsbron is 68 dB(A) de drempel waarop moet worden ingegrepen). Wetende dat één derde van hen niet beschikt over een rustige gevel waarachter ze zich kunnen terugtrekken om aan het lawaai te ontsnappen. Deze proportie is minimaal voor de geluidshinder door het spoor- of luchtverkeer.

Vermeldenswaard is ook dat 2% van de Brusselse bevolking potentieel wordt blootgesteld aan extreme geluidsniveaus (Lden ≥ 75 dB(A)). Dergelijke niveaus zijn enkel toe te schrijven aan het wegverkeer in de onmiddellijke nabijheid van de snelwegen en van de Kleine en Middenring. Gelukkig beschikt de meerderheid van de betrokken bewoners over rustiger lokalen.

De slaap van drie kwart van de Brusselaars potentieel gestoord door het weglawaai 

's Nachts treft de geluidshinder door de diverse transportmodi een groter aantal mensen. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt inderdaad dat gematigde tot sterke slaapstoornissen vanaf de drempel van 40 dB(A) optreden. 

Een vergelijking tussen de diverse transportmodi wijst uit dat de drempel van 45 dB(A) voor 72% van de Brusselaars wordt overschreden alleen al vanwege het weglawaai, voor 9% enkel vanwege het luchtverkeerslawaai en voor 4% enkel vanwege het lawaai afkomstig van het spoorverkeer. Gelukkig beschikt twee derde van de inwoners die aan deze niveaus van weglawaai worden blootgesteld (63%) over een aangenamere geluidsomgeving (in casu een rustige gevel). 

Daarnaast wordt vier inwoners op tien (41%) 's nachts potentieel blootgesteld aan een geluidsniveau (Ln) van meer dan 55 dB(A) als gevolg van het wegverkeer; dit niveau komt overeen met de door de WGO vastgestelde tussentijdse doelstelling op korte termijn. En één kwart van de bewoners (25%) aan een niveau boven 60 dB(A); dit niveau komt overeen met de regionaal vastgelegde interventiedrempel. Iets meer dan driekwart onder hen (77%) beschikt over een woning met een gevel die als rustig kan bestempeld worden ten opzichte van het weglawaai. De proportie bewoners die wordt blootgesteld aan spoorgeluiden die deze drempel overschrijden is gering (<1%). Wat het luchtverkeer betreft, stoort hij geen mens meer boven deze drempel.

“Rustiger” weekends, behalve voor het lawaai verbonden aan het luchtverkeer

De bevolking is in het weekend potentieel minder blootgesteld aan lawaai van de weg dan op de werkdagen, aangezien er op zaterdag en zondag minder verkeer is. 

Voor het vliegtuiglawaai geldt het omgekeerde (8% in het weekend tegenover 5% op de werkdagen voor een Lden ≥ 55 dB(A)), vooral ’s nachts (18% versus 7% respectievelijk voor een Ln ≥ 45 dB(A)). Dit wordt verklaard door het grotere luchtverkeer (opstijgen) boven de Kanaalroute en de zeer hoge bevolkingsdichtheid van de overvlogen wijken (zie de indicator kadaster van het luchtverkeer ).

Blootstelling versus beleving van de bevolking

We vestigen er evenwel de aandacht op dat de gebruiker van de voorgestelde resultaten dient rekening te houden met het subjectieve karakter van de geluidsperceptie door de inwoners. De wijze waarop de inwoners het omgevingslawaai beleven, hangt immers niet enkel af van de blootstelling (de lawaaibronnen, het tijdstip van de dag) maar ook van andere parameters (de persoonlijke eigenschappen van de bewoners en de toestand van hun woning). Volgens de laatste analyse van de perceptie van geluidshinder in2017, toen het wegverkeer door de Brusselaars werd aangehaald als de meest hinderlijke bron van lawaai, loopt het evenwel net voor op het lawaai verbonden aan het luchtverkeer. 

Welke perspectieven?

Het ontwerp van Gewestelijk mobiliteitsplan (Good Move) voorziet in het bijzonder een groot deel van het doorgaand verkeer om te leiden naar de voornaamste verkeersassen en het gebruik van de auto voor verplaatsingen te verminderen. Een modellering gebaseerd op de hypothesen van Good Move toont aan dat het mogelijk zou zijn de blootstellingsniveaus in het volledige Gewest te verminderen tegen 2030 indien het plan daadwerkelijk wordt uitgevoerd (zie factsheet nr.9 ). De proportie bewoners die wordt blootgesteld aan geluidsniveaus (Lden) van meer dan 55 dB(A) zou van 64% in 2016 naar 52% in 2030 dalen. En ’s nachts, zou de proportie bewoners die wordt blootgesteld aan geluidsniveaus (Ln) van meer dan 45 dB(A) van 72% naar 57% verminderen.

Date de mise à jour: 14/05/2020
Documents: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens 

Factsheet(s) 

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

  • ASM Acoustics & Stratec, 2018. « Rapport sur la cartographie de la multi-exposition au bruit des transports en Région de Bruxelles-Capitale – Année 2016 ». (enkel in het Frans). Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 27 pp. Beperkte verspreiding.
  • ASM Acoustics & Stratec, 2018. « Rapport sur la cartographie du bruit du trafic routier en Région de Bruxelles-Capitale – Année 2016 ». (enkel in het Frans). Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 165 pp. Beperkte verspreiding.
  • Tractebel, 2018. « Rapport sur la cartographie du bruit du trafic ferroviaire en Région de Bruxelles-Capitale – Année 2016 ». (enkel in het Frans). Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 128 pp. Beperkte verspreiding.
  • Europees Milieuagentschap, 2014. « Noise in Europe 2014 », EEA Report, No 10/2014, 68 pp. (.pdf)

Plan(nen) en programma(‘s)