Vous êtes ici

Focus: Klachten geluidsoverlast (buurtlawaai, ingedeelde inrichtingen)

Actualisering : december 2015

Twee derde van de klachten voor geluidsoverlast die Leefmilieu Brussel in 2014 binnen kreeg, hadden te maken met buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen. Voor dat soort klachten blijkt huishoudelijk gedrag de oorzaak van geluidsoverlast te zijn waar de Brusselaars het meest over klagen, gevolgd door het afspelen van muziek en de verwarmings-, verluchtings- en airco-installaties (HVAC) in de horeca. Tussen 2005 en 2014 valt de stijgende trend op in het aantal klachten voor de woningsector en voor gedragsgerelateerde geluidsoverlast, en daarnaast de duidelijke daling van het aantal klachten toe te schrijven aan HVAC-installaties.

Lawaai is een hoofdbekommernis van de Brusselaars. Het wordt beschouwd als een van de drie voornaamste bronnen van milieuoverlast: 50% van de Brusselaars is van mening dat hun geluidsomgeving beter kan, nog eens 20% vindt hun woning te lawaaierig (Leefmilieu Brussel, 2013).

Eén manier om te achterhalen hoe het probleem leeft onder de Brusselaars, is door het aantal klachten die verband houden met dat soort geluidsoverlast onder de loep te nemen. Die oefening werd gedaan voor klachten wegens buurtlawaai en lawaai van ingedeelde inrichtingen (zie factsheet nr. 42). We vatten ze hier kort samen. Let wel, de analyse had betrekking op klachten behandeld door Leefmilieu Brussel, dat niet de enige bevoegde autoriteit is op dat vlak. Buurtlawaai zoals het staat omschreven in de wetgeving sluit overigens een reeks activiteiten uit waarvoor het gezond verstand zegt dat het wel degelijk om buurtlawaai gaat. Ook de geluidswetgeving voor ingedeelde inrichtingen sluit een reeks activiteiten uit.

Een klacht indienen

Wanneer een klacht wordt ingediend, voert Leefmilieu Brussel een beschrijving in van de geluidsoverlast zoals die beschreven wordt door de klager, met vermelding van het type overlast en het soort activiteit. De types geluidsoverlast worden ingedeeld in 6 grote categorieën: gedrag (van mensen en dieren), HVAC-installaties, uitrustingen, muziek, laden/lossen en een categorie ‘andere’ (hoofdzakelijk voor onbepaalde geluidsbronnen). De activiteitensectoren die daaraan gekoppeld worden, zijn de volgende: huisvesting, detailhandel, horeca, vrijetijdsbesteding, bouw, kantoren en overige sectoren.

Bij de behandeling van de klacht gebeuren er metingen met geluidsmeters, om de ervaren hinder objectief vast te stellen. Indien de reglementaire richtwaarden voor geluid worden overschreden, dan wordt er een procedure opgestart. Maar bij buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen is het raadzaam, alvorens dergelijke metingen te doen, te kiezen voor alternatieve en minder ingrijpende oplossingen die ook hun vruchten kunnen afwerpen: dialoog, bemiddeling of de vrederechter. Het is trouwens niet omdat er een klacht wordt ingediend bij Leefmilieu Brussel en er metingen worden gedaan, dat er na de behandeling van een klacht voor geluidsoverlast ook een sanctie volgt. Het aantal klachten dat uiteindelijk uitmondt in een boete, is vrij beperkt: slechts 3,4% van de klachtendossiers die werden afgesloten tussen 1 januari 2005 en 31 december 2014 heeft geleid tot een proces-verbaal (Leefmilieu Brussel, 2015).

Twee derde van de klachten die Leefmilieu Brussel in 2014 binnen kreeg, hadden te maken met buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen.

Het totaal aantal klachten voor buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen is gestegen tussen 1992 (het jaar waarin de procedure werd ingevoerd) en het midden van de jaren 2000. Vervolgens was er een stagnering van 244 dossiers per jaar (gemiddelde voor de periode 2005-2014). Sinds 2010 lijkt het aantal klachten zelfs te dalen.

De klachten voor dit soort geluidsoverlast maakten tot 2008 een steeds groter aandeel uit van de klachten behandeld door Leefmilieu Brussel (alle disciplines door elkaar): bijna 8 klachten op 10 dat jaar. Vervolgens is dat aantal gestaag weer gezakt tot een gemiddelde van 2/3 van de klachten in 2014 (gemiddelde voor de periode 2005-2014).

De analyse van het aantal klachten voor geluidsoverlast mag dan een manier zijn om te vatten hoe de Brusselaars hun geluidsomgeving ervaren, besluiten dat er een direct verband bestaat tussen beide parameters blijft desalniettemin heikel. Zo blijkt immers dat de procedure om een klacht in te dienen onvoldoende bekend is: het kan dus goed zijn dat het aantal klachten toeneemt zodra de procedure meer aandacht krijgt. In dat opzicht zou het opzetten van een 'infopunt geluid', zoals voorzien in het geluidsplan 2008-2013, het aantal klachten bij Leefmilieu Brussel wel eens drastisch kunnen doen toenemen.

Over welke vormen van geluidsoverlast door buurtlawaai en ingedeelde inrichtingen klaagden de Brusselaars in 2014?

Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2014)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »

Nota : Omdat een klacht verschillende geluidsbronnen kan beslaan, is het totaal in deze afbeelding groter dan 100%.

Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2014)

In 2014 was huishoudelijk gedrag de voornaamste bron van geluidsoverlast in het Brussels Gewest (meer dan 2 klachten op 10). Daarna komt geluidsoverlast door muziek en door HVAC-installaties in de horeca (iets meer dan een klacht op 10 in beide gevallen), gevolgd door lawaai van installaties in de woningsector.

Zo is die laatste vandaag de sector die de meeste klachten voortbrengt, voornamelijk als gevolg van het gedrag (vooral van mensen: lawaai overdag en 's nachts) en de uitrustingen (werking van elektrische huishoudtoestellen zoals wasmachine, droogtrommel, vaatwasmachine, van liften, lawaai van wegstromend water…). Deze bronnen hebben betrekking op respectievelijk bijna 2 klachten en 1 klacht op 10 van het totaal aantal klachten voor lawaai.

Daarna is de horecasector de tweede activiteitensector voor het aantal klachten en dit voornamelijk wegens drie geluidsbronnen: de muziek die men in deze inrichtingen laat horen (1 klacht op 10), de HVAC-installaties (1 klacht op 10) en, minder frequent, het gedrag (ca. 1 klacht op 20).

Tot slot toont de gekruiste analyse dat de HVAC-installaties in kleinhandelszaken en muziek voor vrijetijdsbesteding vaak aanleiding geven tot klachten (ca. 1 klacht op 20 voor elk van deze twee bronnen).

De gekruiste analyse brengt ook aan het licht dat geluidsoverlast door HVAC-uitrusting en -installaties in heel wat activiteitensectoren voorkomt. Omgekeerd zijn muziek en laad- en losactiviteiten eigen aan bepaalde sectoren.

Merk bovendien op dat in minder dan 3% van het totaal aantal klachten die in 2014 werden geregistreerd noch de geluidsbron, noch de activiteitensector kon worden bepaald op basis van de beschrijving die de klagers hadden gegeven.

Het klassement van voornaamste boosdoeners was anders in 2005

Uit de vergelijking van de gekruiste analyse van klachten voor buurtlawaai en lawaai van ingedeelde inrichtingen tussen 2005 en 2014, blijkt dat het klassement van de voornaamste verantwoordelijke sectoren is omgegooid.

Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2005)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »
 

Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2005)

In 2005 waren de eerste twee plaatsen omgekeerd: muziek in de horeca stond op de 1ste plaats (18,5% van de klachten in verband met dit type lawaai) en het gedrag in woningen stond slechts op de 2de plaats (11,9%). Ook plaats 3 en 4 zijn omgedraaid. De 3de plaats werd net als in 2014 ingenomen door HVAC-installaties, maar de voornaamste verantwoordelijke sector was destijds de kleinhandel (10,1%), niet de horeca (9,3%).

De grote trends in de evolutie van de klachten tussen 2005 en 2014

De klassementswijzigingen zijn toe te schrijven aan evolutietrends tussen 2005 en 2014, zowel wat de verantwoordelijke activiteitensectoren betreft als op het vlak van categorieën van geluidsoverlast.

Allereerst wordt de evolutie van de klachten voor geluidsoverlast, toe te schrijven aan de 4 voornaamste verantwoordelijke activiteitensectoren (huisvesting, horeca, vrijetijdsbesteding en detailhandel), getekend door een duidelijke stijging van het aantal klachten voor lawaai in de woningsector. Zo is die sector uitgegroeid tot de voornaamste verantwoordelijke voor klachten, sinds 2012 nog voor de horeca.

De evolutie wordt ook gekenmerkt door een toename van het aantal klachten m.b.t. de sector van de vrijetijdsbesteding en een afname van het aantal klachten m.b.t. de sector van de detailhandel.

Evolutie van de opsplitsing van de geluidsklachten voor de sectoren woning, Horeca, vrijetijdsbesteding en kleinhandelszaak (voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar tussen 2005 en 2014)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »
 

Evolutie van de opsplitsing van de geluidsklachten voor de sectoren woning, Horeca, vrijetijdsbesteding en kleinhandelszaak (voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar tussen 2005 en 2014)

Ten tweede blijkt uit de evolutie van het aantal klachten per overlastcategorie dat steeds meer klachten gedragsgerelateerd zijn. HVAC-installaties worden dan weer steeds minder ervaren als bron van hinder.

Het aantal klachten in verband met uitrustingen is gestegen tot in 2010 en vertoont sindsdien een neerwaartse tendens. Wat betreft de evolutie van de klachten in verband met muziek lijkt geen enkele tendens zich duidelijk af te tekenen.

Mogelijke verklaringen voor die trends

De toename van het aantal gedragsgerelateerde klachten kan te wijten zijn aan het feit dat steeds meer mensen bij Leefmilieu Brussel komen aankloppen om de geluidsoverlast vast te stellen die hun buren veroorzaken. Omdat gedrag de hoofdreden is voor woninggerelateerde klachten, zijn er steeds meer klachten voor die sector. Ook de toename van het aantal woningen tussen 2005 en 2014 (+6%) heeft daar waarschijnlijk toe bijgedragen (BISA, 2015). Bovendien lijkt het erop dat de voorbije jaren steeds meer klachten ingediend werden wegens de slechte akoestiek van nieuwe woningen.

De daling van het aantal klachten te wijten aan HVAC-installaties, ingezet in 2005, kan verschillende redenen hebben: de technologische ontwikkelingen, die leiden tot minder lawaaierige toestellen? De verhoogde bewustwording bij installateurs en professionelen?

Het aantal klachten voor de horecasector ten opzichte van het totaal aantal klachten dat Leefmilieu Brussel binnenkreeg, is vrij stabiel gebleven tussen 2005 en 2014. Hetzelfde geldt trouwens voor het aantal horecazaken. De positieve impact van de campagne 'gentlemen nachtraven' in de zomers van 2013 en 2014, gericht op overlastgedrag, lijkt niet tot uiting te komen in de statistieken voor de evolutie van gedragsgerelateerde klachten voor die sector.

Dat er voor alle categorieën lawaaibronnen binnen de sector van de vrijetijdsbesteding een stijging was, zou ermee te maken kunnen hebben dat ook het aantal ondernemingen binnen die sector is toegenomen (+ 16% tussen 2008 en 2013 - BISA, 2015). Daarnaast zijn er verschillende verklaringen denkbaar voor de proportioneel sterkere toename van het aantal 'muziekgerelateerde' klachten voor deze sector, net zoals voor de horecasector: meer muziekactiviteiten, meer zaken die kiezen voor muziek om hun klanten te vermaken, ook in ruimtes die daar eigenlijk niet echt voor geschikt zijn; het amateurisme van bepaalde uitbaters; de technologische vooruitgang, die ervoor zorgt dat er hogere geluidsniveaus gehaald kunnen worden dan vroeger...

Conclusie

Buurtlawaai tegengaan is niet evident. Een sterkere bewustwording van het lawaai dat je maakt op de werkplek, tijdens verplaatsingen, thuis of tijdens het uitgaan en dat lawaai beperken, is een eerste stap om minder geluidsoverlast te veroorzaken voor je omgeving. Bewustmaking is dan ook een belangrijke pijler om overlast door buurtlawaai terug te dringen. De brochure 'Rustig wonen' van Leefmilieu Brussel sluit trouwens aan bij die ambitie.

Het voornaamste drukkingsmiddel om het geluid van ingedeelde inrichtingen te beperken, is de milieuvergunning. Daar kunnen immers strengere voorwaarden in worden opgenomen dan de bepalingen uit het geluidsbesluit.

Maar of het nu om buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen gaat, de dialoog aangaan met veroorzakers van geluidsoverlast, om zo hun bewustzijn aan te wakkeren, moet altijd de eerste keuze zijn. Van alle opties moet het indienen van een klacht het laatste redmiddel zijn.

Date de mise à jour: 14/05/2020