Vous êtes ici

Energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels gewest

Actualisering : februari 2020

Het potentieel voor energieproductie vanuit hernieuwbare bronnen is op het grondgebied van het Gewest eerder beperkt, omwille van de stedelijke dichtheid en de nabijheid van de luchthaven.
In 2017 bedroeg het eindverbruik van elektriciteit en warmte uit hernieuwbare bronnen in het Gewest 240,96 GWh, waarbij de in het vervoer verbruikte hernieuwbare energie (biobrandstoffen aan de pomp) van 218,61 GWh moet worden opgeteld. Het grootste deel van de elektriciteit en de warmte is afkomstig van de exploitatie van biomassa (respectievelijk 122,02 GWh en 60,71 GWh). 

Een verhoogde productie van energie uit hernieuwbare bronnen als doel

Energie geproduceerd vanuit hernieuwbare bronnen is energie waarvan de exploitatie geen voorraden van beperkte of fossiele bronnen aantast. Ze is bijvoorbeeld afkomstig van zonnestraling (aangewend voor diens warmte of voor de productie van elektriciteit), kinetische energie van de wind, aardwarmte, rivierstroming, zeebewegingen. Deze bronnen voor hernieuwbare energie (HE) bieden in het algemeen een heel aantal voordelen en mogelijkheden, zoals, een verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een beperking van de impact van hun gebruik op de leefomgeving. Ze verminderen de afhankelijkheid voor energie en verhogen de zekerheid van de energievoorziening,  ze creëren lokale tewerkstelling en ze stimuleren onderzoek en innovatie. 
Een verhoogde productie van energie vanuit hernieuwbare bronnen is één van de doelstellingen van het Energie- en Klimaatpakket van de Europese Unie, die zich geëngageerd heeft om tegen 2020 20% van het bruto eindverbruik te voorzien vanuit hernieuwbare energie. Deze Europese inspanning zal worden verhoogd naar minstens 32% tegen 2030 (pakket "Clean Energy for All"). 
De doelstelling tegen 2020 werd verdeeld onder de lidstaten, waarbij België een doelstelling heeft gekregen om 13% van haar energieverbruik uit hernieuwbare energiebronnen te dekken. Deze werd dan weer verdeeld onder de Federale Staat en de Gewesten van het land in het kader van een beleidsakkoord van 4 december 2015. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich daarbij geëngageerd om tegen 2020 zijn bruto eindverbruik dat voorzien wordt vanuit hernieuwbare energie, te verhogen tot 0,073 Mtoe, ofwel 849 GWh. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de Brusselse doelstelling geformuleerd werd met een absolute waarde en geen relatieve (percentage). 

Ontwikkelingspotentieel van hernieuwbare energie in het Brussels Gewest

Door de sterke verstedelijking en dichtheid, ondervindt het BHG een aantal beperkingen hiervoor, met name:

  • De afwezigheid van mogelijkheden voor grote windmolens (wegens de restrictie van de nabijgelegen luchthaven) en grote hydro-elektrische installaties,
  • De aanwezigheid van een uitgebreid gasdistributienetwerk,
  • De reglementaire voorwaarden voor de inplanting van projecten voor de terugwinning van energie uit biomassa en de daarmee samenhangende luchtkwaliteitsproblemen. 

Deze beperkingen zijn dan wel reëel en veelbetekenend, toch dient ook genoteerd te worden dat het Gewest over een grote troef beschikt : zijn dicht en wijdverspreid elektriciteitsnetwerk. Een dergelijk netwerk zou de injectie van de (niet zelf-geconsumeerde) productie van gedecentraliseerde installaties kunnen vergemakkelijken en zo de exploitatie van de productie verhogen door het verlies te beperken.  Zonne-energie, en meer in het bijzonder fotovoltaïsche zonnepanelen, vertonen hiervoor een groot potentieel, maar daarnaast dienen ook andere mogelijkheden grondiger onderzocht te worden. Zo biedt de valorisatie van organisch materiaal in het gewestelijk afval, gelinkt met biomethanisatie, heel wat interessante denkpistes. Deze maken momenteel het onderwerp uit van een studie in het kader van de voorbereiding van een circulaire economie.

Evolutie van de gewestelijke politiek wat betreft energie uit hernieuwbare bronnen

Sinds 2005 steunt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de hernieuwbare energie op verschillende manieren, met name via het systeem van groenestroomcertificaten, de Brusselse groene lening, energiepremies, de terbeschikkingstelling van een netwerk aan experten (Dienst facilitator “duurzame gebouwen”) voor de professionals in het Gewest, via het programma SolarClick voor de openbare instellingen en door de zonnekaart .
Sinds de aanname in juni 2016 van het gewestelijke Plan Lucht-Klimaat-Energie door de Gewestelijke Regering, vormt de ontwikkeling van hernieuwbare energie een hoofdlijn in diens geïntegreerde politiek.
In deze context heeft de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in oktober 2016 zijn strategie aangenomen betreffende hernieuwbare energiebronnen, waarin ook de verdere exploitatie van het potentieel aan zonne-energie, en meer in het bijzonder fotovoltaïsche zonnepanelen, opgenomen is. Er is een reeks initiatieven  ontwikkeld om overheden, KMO’s en burgers te stimuleren om direct of indirect in dergelijke projecten te investeren.
De inspanningen die in de periode 2021-2030 moeten worden geleverd, zijn ook gepland in de Brusselse bijdrage aan het nationale plan Energie Klimaat 2030: dit plan is gericht op de lokale productie van 470 GWh energie uit hernieuwbare bronnen en de uitvoering van een investeringsstrategie buiten het grondgebied van het BHG die de productie van 700 GWh mogelijk maakt. Het Belgische plan werd eind 2019 bij de Europese Commissie neergelegd, zoals vereist door de regelgeving.

De productie van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest

De Europese wetgeving (Richtlijn 2009/28/EG, art. 5) verdeelt de energie, afkomstig vanuit hernieuwbare bronnen, in 3 categorieën volgens gebruik: de productie van elektriciteit, de productie van warmte of koude, en de productie van drijf- of motorkracht voor het transport.
Alleen de productie van elektriciteit en warmte, afkomstig van hernieuwbare bronnen, vallen onder de verantwoordelijkheid van het Gewest, de productie van motorkracht voor het transport is een federale aangelegenheid, via diens politiek van producten (biobrandstoffen). Gezien er momenteel geen gegevens over de productie van koude in het Gewest beschikbaar zijn, werden ze hier dan ook niet opgenomen.

Indeling van de bronnen van hernieuwbare energie in het Brussels Gewest, in functie van hun gebruik 

Bron : Gebaseerd op de gewestelijke energiebalans 

 

Het moet onderlijnd worden dat de hoeveelheid energie die in rekening gebracht wordt, diegene is die inbegrepen is in het bruto eindverbruik van het Gewest, met andere woorden “de energiestoffen die geleverd worden aan de industrie, het vervoer, de huishoudens, de dienstensector inclusief de openbare diensten, de land- en bosbouw en de visserij ” (Richtlijn 2009/28/EG, Art.2f). De verliezen die geleden worden bij de energietransformatieprocessen en het eigenverbruik in de energiesector mogen niet in rekening gebracht worden.  

Elektriciteit uit hernieuwbare bronnen

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg in 2017 de gestadig aangroeiende productie van elektriciteit op basis van hernieuwbare energiebronnen 169,48 GWh.
Dit werd mogelijk gemaakt door twee circuits : biomassa en zonnepanelen. 
Het grootste deel (122,02 GWh, of 75% in 2017) van de elektriciteit die in het BHG wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen komt uit de exploitatie van biomassa, die verschillende vormen kan aannemen:

  • Vast: de organische fractie van het ongesorteerde afval, dat behandeld wordt door de afvalverbrandingsoven in Neder-Over-Heembeek (deze is gekoppeld aan een turbine met een vermogen van 45 MW). In 2017 werd op die manier 512.500 ton huishoudelijk afval verbrand waarvan de organische fractie (volgens een analyse van de in de rook aanwezige koolstof) 56,5% bedraagt. De warmte die vrijkomt bij de verbranding transformeert het water dat aanwezig is in de leidingen van een verwarmingsketel, tot oververhit stoom, wat vervolgens naar een turbine gestuurd wordt om elektriciteit te maken.  Dit leverde 131,7 GWh aan elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op, waarvan 112,89 GWh op het netwerk werd geplaatst en kan daarom effectief in aanmerking worden genomen (de rest diende voor auto-consumptie in de industriële processen van de verbrandingsoven en de turbine). 
  • Vloeibaar: koolzaadolie die benut wordt in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Deze biobrandstof wordt ingevoerd, maar de transformatie ervan tot elektriciteit gebeurt op het grondgebied van het Gewest en dus wordt deze beschouwd als lokale productie. Zo werd 1,6 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd;
  • Gasvormig: biogas gewonnen bij slibgisting op de site van het waterzuiveringsstation Brussel Noord uitgebaat door Aquiris waar een deel van het afvalwater van het Gewest wordt behandeld, en benut in installaties voor warmtekrachtkoppeling. Zo werd 7,5 GWh netto hernieuwbare elektriciteit geproduceerd.

Sinds 2007 neemt de productie van elektriciteit m.b.v. zonnepanelen gestadig toe. In 2017 zou  op deze manier 47,46 GWh geproduceerd zijn, wat overeenkomt met 28% van de gewestelijke hernieuwbare elektriciteitsproductie. De in 2013 vastgestelde stijging wordt hoofdzakelijk verklaard door nieuwe grote installaties die in of door privébedrijven werden opgetrokken en door de aankondiging van de stopzetting van de ZP-ondersteuning in 2014 in de twee andere Belgische gewesten. 

Evolutie van het gecumuleerd vermogen en van de totale nettoproductie met zonnepanelen in het Brussels Gewest 

Bron: Gebaseerd op de gewestelijke energiebalans 
 


 
Warmte uit hernieuwbare bronnen

Hernieuwbare bronnen voor de productie van warmte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn zonne-energie (thermische zonne-energie), biomassa, diverse warmtepompen alsook hernieuwbare warmtekrachtkoppeling (koolzaad en biogas). 
De warmte die geproduceerd werd vanuit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest bedroeg 71,48 GWh in 2017. Vaste biomassa (organisch afval en hout) vormt de hoofdbron (51,6 GWh, of 72% in 2017). De warmtepompen produceren 8,8% van de hernieuwbare warmte (6,29 GWh). Ook is er een deel afkomstig van thermische zonnepanelen, die 4,48 GWh, of 6,3% van de hernieuwbare warmte produceerden in 2017.

Evolutie van de productie van warmte uit hernieuwbare bronnen, verbruikt in het Brussels Gewest (2014-2017)

Bron: Gebaseerd op de gewestelijke energiebalans 
 
 


Energie uit hernieuwbare bronnen in het vervoer 

De hernieuwbare energiebron die voor het transport wordt aangewend, bestaat uit biobrandstoffen (biodiesel en bio-ethanol, ingevoerd in het BHG) die aanwezig zijn in de voertuigbrandstoffen die aan de pomp worden verkocht (ingevoerd in het Brussels Gewest). De exacte vaststelling van de hoeveelheden biobrandstoffen die in het Gewest verbruikt worden, dient te gebeuren in het kader van de uitvoering van het Burden Sharing akkoord van 2015 (zie hierboven), in samenwerking met het federaal niveau.
Momenteel wordt de hoeveelheid biobrandstof die in het Brussels Gewest wordt verbruikt, geschat op 218,6 GWh in 2017 (zie onderstaande grafiek). Merken we op dat, naar aanleiding van een beslissing van het grondwettelijk hof, de producenten gedurende meerdere maanden hebben kunnen profiteren van een juridische leemte die hun heeft toegelaten om te stoppen met het toevoegen van biobrandstoffen in de klassieke brandstoffen. Het jaar 2015 komt daarom overeen met abnormaal lage cijfers hiervoor. Een zogenaamde “herstelwet” werd erna aangenomen waardoor opnieuw normale cijfers worden opgetekend voor 2016 en 2017. 

Verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen in het Brussels Gewest

Ter herinnering, in het kader van het Energie- en Klimaatpakket van de Europese Unie, engageert België zich om tegen 2020 13% van het bruto eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Door een verdeling van deze inspanning tussen de Gewesten en de federale staat, engageert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich om tegen 2020 zijn gewestelijk bruto eindverbruik uit hernieuwbare energiebronnen te verhogen tot 0,073 Mtoe, of 849 GWh.
In 2017 bedroeg het totaal energieverbruik uit hernieuwbare bronnen (elektriciteit, warmte en transport), verbruikt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals bedoeld in de Richtlijn 2009/28/EG, 459,57 GWh. Dit komt overeen met bijna 54% van de doelstelling voor 2020. 

Evolutie van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, geproduceerd in het Brussels Gewest (2014-2017), zonder klimaatcorrectie, volgens de richtlijn 2009/28/EG 

Bron: Gebaseerd op de gewestelijke energiebalans 

 

Date de mise à jour: 14/05/2020