Vous êtes ici

Milieukenmerken van het Brussels wagenpark

Focus - Actualisering : augustus 2021

Met een half miljoen wagens bestaat het Brussels autopark voor twee derde uit particuliere voertuigen en voor een derde uit firmawagens. Opmerkelijk feit: na jaren van overheersing domineert de dieselwagen niet langer het Brussels wagenpark! De alternatieven voor de klassieke motoraandrijvingen boeken vooruitgang, hoewel ze momenteel nog ondergeschikt zijn. De gemiddelde Ecoscore van het wagenpark neemt jaarlijks met ongeveer een punt toe, in een stijgend tempo sinds 2016. Een voertuig op twee beschikt over de euronorm 6. De invoering van de Lage-emissiezone staat zeker niet los van deze goede resultaten...

Een half miljoen auto's, waarvan een derde firmawagens

Het Brussels wagenpark telt ongeveer 490.000 wagens en vertegenwoordigt zo 8% van de Belgische vloot (Directie Inschrijvingen van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer naar Ecoscore, op 31 december 2020). Bijna de helft van de Brusselse huishoudens (48%) bezit helemaal geen auto (Huishoudbudgetonderzoek (HBS), 2018).

Ongeveer twee derde van het autopark bestaat uit particuliere voertuigen. Het overige derde bestaat uit firmawagens. Deze vloten evolueren in de tegenovergestelde richting:

  • De vloot van firmawagens heeft de neiging om toe te nemen. Deze groei werd evenwel onderbroken tussen 2015 en 2016 door een daling van bijna 20.000 voertuigen. Maar de vloot heeft in de drie daaropvolgende jaren teruggewonnen wat zij had verloren.
  • Sinds 2015 daalt de vloot van particuliere voertuigen en is hij op 6 jaar tijd met 19.000 wagens afgenomen. Maar deze daling compenseert de groei van de firmawagens niet: het resultaat is een zeer lichte groei van het Brussels wagenpark


Nieuwe auto's vertegenwoordigen 16% van het Brussels wagenpark (vs 9% van het Belgisch wagenpark). In tegenstelling tot de Belgische evolutie heeft deze markt de neiging af te nemen in volume, ook al vormde 2019 een uitzondering.

De andere nieuwe inverkeerstellingen (d.w.z. tweedehandswagens) zijn goed voor 12% van het wagenpark. Na een terugval tussen 2011 en 2014 wegens de economische crisis is de markt van tweedehandswagens in het Brusselse Gewest net als in België gestegen (+14% in 2019 t.o.v. 2014). 

De gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus zorgde in 2020 voor een lichte daling van het wagenpark, ongeacht het type van wagenpark (totaal, bedrijven en particulieren). De crisis had een aanzienlijke impact op nieuwe auto’s, die met bijna 30% daalden in vergelijking met 2019 en in mindere mate op de tweedehandsmarkt (ongeveer -10%). Enkel de benzinewagens op de tweedehandsmarkt voor particulieren en vooral de alternatieven die overal in opmars zijn, hebben het goed gedaan.


Twee specifieke kenmerken van het Brussels wagenpark

Het Brussels wagenpark heeft twee bijzonderheden:
•    Ten eerste is het aandeel van de firmawagens er groter dan elders: 37% van het totale park en 80% van het nieuwe park in 2020 (tegenover 18% en 54% respectievelijk in België). 
•    Vervolgens bestaat er een verschil tussen het in het Brussels Gewest ingeschreven autopark en dat van de auto's die er effectief rijden. Het aandeel van diesel is dus hoger voor deze laatste zoals blijkt uit de gegevensanalyse van de camera’s met automatische nummerplaatherkenning voor de Lage-emissiezone . Dit verschil houdt verband met het grote aantal firmawagens en pendelaars (volgens de mobiliteitsenquête “Monitor” van 2017 zouden 55% van de Vlaamse inkomende pendelaars en 71% van de Waalse de auto gebruiken). 

Het einde van de dominantie van de dieselwagen

Evolutie van het soort brandstof in het Brussels wagenpark (2012-2020)

Bron: Rapporten Ecoscore, 2021
 

Na jaren van overheersing en een daling die startte in 2014 domineert de dieselwagen niet langer de Brusselse vloot! In 2019 telde de Brusselse vloot evenveel benzine- als dieselwagens. En in 2020 is er een effectieve omschakeling: de benzinewagens steken de dieselwagens voorbij (51% versus 44%). Sinds 2018 tellen de nieuwe voertuigen zelfs meer benzine- dan dieselvoertuigen. En hoewel een meerderheid van de firmawagens nog op diesel rijdt, neemt dit deel ook af. Dit is vooral goed nieuws voor de kwaliteit van de Brusselse lucht, aangezien diesel een grotere negatieve weerslag op het stedelijk milieu heeft. 

De alternatieven voor de klassieke wagens (elektrische voertuigen, hybride, gecomprimeerd aardgas (CNG), LPG (liquefied petroleum gas) en andere technologieën) halen samen in 2020 maar 5% van de vloot, maar ze boeken vooruitgang. Het valt echter te betreuren dat een op de drie alternatieven anno 2020 een SUV is, waarvan de milieuprestaties minder zijn. 

Deze veranderingen houden waarschijnlijk verband met:

  • de evoluties van het fiscale beleid dat diesel minder voordelig maakt (belasting op zowel bedrijfswagens als brandstoffen).
  • de invoering van de Lage-emissiezone (of Low Emission Zone - LEZ) sinds 1 januari 2018. Deze gaat logischerwijs gepaard met een duidelijke daling van de oudste dieselwagens (rekening houdend met een geleidelijk verbod afhankelijk van de euronorm), met een daling van 5 procentpunten voor de Belgische dieselwagens in omloop tussen december 2018 en december 2019 (zie de focus over de stand van zaken van de LEZ ). De Brusselse regering heeft zich tot doel gesteld dieselvoertuigen tegen 2030 te verbieden (en benzine- en LPG voertuigen tegen 2035).
  • en misschien wel het koopgedrag van de Brusselaars, ongetwijfeld ook beïnvloed door de LEZ.

Voorts zij erop gewezen dat 8 van de 10 dieselauto's in 2020 met roetfilters zijn uitgerust (verplicht voor de nieuwe voertuigen sinds 1 januari 2011). In 2012 was dit nog maar 1 op de 2.

Meer oude auto’s in Brussel

In 2020 zijn de Brusselse voertuigen gemiddeld 9 jaar oud. Na een lichte verjonging tussen 2017 en 2019 (met 4 maanden) is de gemiddelde leeftijd in 2020 weer gestegen.

Maar de leeftijd contrasteert sterk tussen:

  • De recente bedrijfswagens (3 jaar), vanwege hun hoge vernieuwingspercentage;
  • En de oude wagens van particulieren (12 jaar): de wagens van de Brusselaars zijn gemiddeld 3 jaar ouder dan die van de Vlamingen of Walen.

Het aandeel van “old-timers” - voertuigen die ouder zijn dan 25 jaar - ligt er overigens hoger dan elders. Een van de hypothesen zou zijn dat er een groter aandeel ‘spookvoertuigen’ is, die niet meer rijden of die zijn geëxporteerd of vernietigd zonder dat de administratie op de hoogte is gesteld (TML & Traject, 2017). 

Een gemiddelde Ecoscore van 64 voor het Brussels wagenpark in 2020

Wat is Ecoscore? 

De Ecoscore is een milieuprestatie-indicator van een voertuig met een globalere beoordeling van de milieu-impact van een voertuig dan louter de CO2-uitstoot of dan de Euronormen (zie methodologische fiche ). Het resultaat is een score op een schaal van 0 tot 100: hoe hoger de Ecoscore, hoe minder vervuilend het voertuig
De berekeningswijze houdt zowel rekening met de emissies die gepaard gaan met het rijden van het voertuig (uitlaat), als met de productie en distributie van de brandstof of elektriciteit. De ingeschatte impact betreft het broeikaseffect, de luchtverontreiniging (zowel voor de gezondheid als voor de ecosystemen) en de geluidshinder. De Ecoscore schat de reële uitstoot (van onder meer CO2) en het reële brandstofverbruik van de voertuigen evenwel (net zoals de Euronormen) te laag in. 

De gemiddelde Ecoscore van het Brussels wagenpark bedraagt 64 in 2020. De score neemt jaarlijks met ongeveer een punt toe, met een iets meer aanhoudende stijging sinds 2016. 

De Ecoscore van het nieuw wagenpark ligt 6 punten hoger en verbeterde tot 2016 sneller dan het totale park maar kende vervolgens 3 jaar van relatieve stagnatie. In 2020 heeft de Ecoscore evenwel 1,7 punt winst geboekt tegenover 2019. 

Als we het totaal wagenpark bekijken, presteren de bedrijfswagens beter (66) dan wagens van particulieren (62), met een Ecoscore 4 punten hoger. Bij het nieuw wagenpark neemt men het omgekeerde waar (70 en 72 respectievelijk) maar het verschil bedraagt maar 2 punten. 

Gemiddelde ecoscore van het Brussels wagenpark (totaal en nieuw) (2012-2020)

Bron: Rapporten Ecoscore, 2021

 

Merk ook op dat de Brusselse overheid het goede voorbeeld geeft (opgelegd door het besluit van 15 mei 2014) met een gemiddelde Ecoscore van 69 voor de auto's eind 2019 (ofwel 6,5 punten meer dan het Brusselse wagenpark en bijna evenveel als de vloot van nieuwe wagens). Hij zou met 2 punten per jaar stijgen. Slechts 23% rijdt met diesel terwijl 15% elektrisch is. De vloot van deze 79 openbare instellingen vertegenwoordigt echter minder dan 1% van het totale park (Leefmilieu Brussel, 2020).

De benzinewagens hebben een Ecoscore die 7 punten hoger ligt dan dieselwagens 

De benzinewagens hebben globaal een minder grote milieu-impact dan dieselwagens (met een gemiddelde Ecoscore 7 punten hoger in 2020 in Brussel) (zie ook de infofiche over het verrekenen van de Ecoscore in het beheer van de vloot ). De Ecoscore stijgt voor deze twee soorten van motoraandrijving met ongeveer één punt per jaar.

Gemiddelde ecoscore van de verschillende technologiëen in het Brussels wagenpark (2020)

Bron: Rapporten Ecoscore, 2021

De alternatieven op klassieke brandstoffen zijn logischerwijze efficiënter:

  • De technologie met de minste milieu-impact is uiteraard het elektrisch voertuig, met een Ecoscore van 85. Dat is 19 punten meer dan voor benzine en 26 meer dan voor diesel. Hun goede resultaat dient men evenwel te nuanceren. Hun aandeel in de totale vloot is immers miniem, behalve in de vloot van de Brusselse overheid (zie hierboven).
  • Daarna komen de voertuigen die op aardgas rijden (78).
  • Hybride en plug-in voertuigen op benzine hebben sinds 2016 een even hoge Ecoscore (77 en 78 respectievelijk). De daling van de score voor de plug-in voertuigen op benzine is het gevolg van het commerciële succes van de krachtige SUV's en van de sportwagens met zware motoren.
  • De hybride voertuigen op diesel vertegenwoordigen dan weer een interessant alternatief voor de klassieke dieselvoertuigen (59), vooral omwille van het “plug-in”-systeem (73) dat de prestaties van hybride voertuigen op benzine benadert. Dit gaat evenwel enkel op als deze voertuigen hun elektrische motor frequent gebruiken. Zo niet, dan zijn hun prestaties gelijk aan of zelfs slechter dan die van de klassieke motoren. 
  • Voertuigen op LPG (61) zien hun kloof met de Ecoscore van klassieke voertuigen op benzine toenemen.

Op de website www.ecoscore.be, kunt u de Ecoscore van uw wagen ontdekken, de aankoopgids voor uw volgende aankoop raadplegen en de milieuprestaties van de voertuigen op de markt vergelijken. 


CO2-uitstoot daalt

De CO2-uitstoot van een wagen die in het Brussels Gewest staat ingeschreven bedraagt in 2020 gemiddeld 135 g/km. De uitstoot zal jaarlijks met 3 g/km (of 2%) afnemen. De enige uitzondering: de leasingwagens. 

Firmawagens stoten heel wat minder CO2 uit dan particuliere voertuigen (ongeveer 30 g/km) maar de vermindering van hun CO2-uitstoot heeft sinds 2015 de neiging te vertragen. 

Met de homologatietest WLTP, die de nieuwe referentie is sinds 2021, zullen de emissiewaarden worden herzien ... naar boven toe. Voor 2020 bijvoorbeeld, bedragen ze gemiddeld 140 g/km (5 g/km meer dan met de NEDC-test). De hogere snelheden en snellere acceleraties van de WLPT-test leiden inderdaad tot een hoger brandstofverbruik en dus tot een hogere CO2-productie voor de klassieke thermische motoren (FEBIAC).

50% van Euro 6 in 2020

Verdeling van de EURO-standaards in het Brussels wagenpark (2012-2020)

Bron: Ecoscore, 2021
De datum rechts van de EURO-norm komt overeen met de datum van de ingebruikneming van de norm voor de auto's

In 2020 staat Euro 6 voor de meest verbreide standaard in de Brusselse vloot (met 29% van Euro 6b/c, 16% van Euro 6d-Temp en 5% van Euro 6d). Dan komen de EURO-normen 5 en 4, met elk bijna 20%. 

Ten opzichte van de Belgische vloot heeft de Brusselse vloot twee bijzondere kenmerken: 

  • de nieuwe normen vinden er sneller ingang (+5 punten in 2020 voor de Euro 6-norm) 
  • en de Brusselse vloot behoudt een groter aandeel Euro 0 (7% tegenover 4% voor België). Dit is opnieuw het gevolg van het overwicht van firmawagens in het Brusselse park.

Een welkome herziening van de homologatietest: WLTP vs NEDC, dat is?  

De oude homologatietest voor voertuigen - de New European Driving Cycle (NEDC), een gestandaardiseerde testcyclus op de proefbank, was weinig representatief voor de reële rijomstandigheden. Op 1 september 2017 werd hij met de invoering van de Euro 6c-norm vervangen door de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). De nieuwe cyclus werd trouwens op 1 september 2018 naar alle nieuwe voertuigen uitgebreid, ook naar de types die voor september 2017 werden gehomologeerd. De voertuigen in voorraad die met de NEDC-test werden gevalideerd, mochten nog tot september 2019 worden verkocht. 
De nieuwe homologatietest geeft een betere benadering van de reële rijomstandigheden, bijvoorbeeld door de duur van de test te verlengen, de rijsituaties beter te diversifiëren (zoals met een test in file-omstandigheden), metingen op meer realistische temperaturen uit te voeren enz. Hij gaat ook samen met een meting van de emissies in reële verkeersomstandigheden: de RDE (Real Driving Emissions). De WLTP-test, aangevuld met de RDE-test, zal bepaalde Ecoscore misschien doen dalen, maar zal vooral de consumenten een beter beeld van de realiteit geven.

Milieuprestaties die constant verbeteren, maar een nog steeds erg aanwezig mobiliteitsprobleem

De evolutie van de Ecoscore van het Brussels wagenpark getuigt van een verbetering van de milieuprestaties. Deze positieve balans dient evenwel te worden gerelativeerd als men de globale impact van een wagen op het milieu bekijkt, ook op het vlak van de mobiliteit: hoe efficiënt ook, een wagen heeft een problematische voetafdruk voor verplaatsingen en parkeren. 

Het Brussels Gewest en België krijgen te kampen met een daadwerkelijk mobiliteitsprobleem. Verschillende indicatoren tonen dat dit probleem er niet beter op wordt: weliswaar zwakke, maar reële groei van het autopark, toename van de verkeersopstoppingen. Andere indicatoren tonen evenwel een positieve evolutie (zie fiche “Mobiliteit en Vervoer” ): daling van het wegverkeer in de stadscentra; sterke toename van de verplaatsingen met het openbaar vervoer, per fiets en te voet; toename van het telewerk; dalend wagengebruik door de Brusselaars, met name als vervoermiddel van woonplaats tot werk en andersom; versnelde toename sinds 2016 van de aankoop van voertuigen met alternatieve brandstoffen en de vastgestelde en verwachte positieve effecten van de invoering van de Lage-emissiezone op de samenstelling van het wagenpark. 

Date de mise à jour: 01/09/2021

Documents: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)