Vous êtes ici

Luchtkwaliteit : concentratie van fijne deeltjes (PM10)

Indicator - Actualisering : december 2021

De deeltjes die zich in suspensie bevinden in de lucht (PM) zijn zowel qua herkomst als qua chemische en fysische kenmerken zeer verschillend. De PM-concentraties en -emissies in de lucht zijn door Europa gereglementeerd omdat deze deeltjes een belangrijke impact hebben op de gezondheid, meer bepaald op de ademhaling en de bloedsomloop. De gemiddelde jaarconcentraties van PM10 zijn conform met de Europese grenswaarde in alle luchtmeetposten van het Gewest. De daggrenswaarde, die verscheidene jaren lang problematisch was, wordt sinds 2014 eveneens gerespecteerd. De grenswaarden aanbevolen door de WGO, die veel strenger zijn dan de Europese normen, werden bij 3 van de 4 meetstations gerespecteerd. Om de concentraties PM10 te verklaren, moet men met verschillende factoren rekening houden: de lokale bronnen, de import van verontreinigende stoffen uit de buurlanden en de secundaire vorming van fijn stof.


Context 

Alle partikels met een grootte kleiner dan 10 micrometer worden aangeduid met het acroniem “PM10” voor “particulate matter”, onafgezien van hun samenstelling of fysische aard. De deeltjes in suspensie in de omgevingslucht zijn afkomstig van diverse bronnen: de “primaire” partikels worden rechtstreeks uitgestoten door natuurlijke processen (bijvoorbeeld bodemerosie of partikels uit de Sahara) of worden door menselijke activiteiten (verbranding, slijtage van de wegbekleding, bouw- en sloopwerkzaamheden, …) voortgebracht, terwijl de “secundaire” partikels ontstaan door chemische reacties tussen andere in de atmosfeer aanwezige stoffen (nitraten, sulfaten, ammonium, nucleatie van gasvormige substanties, …).

Europese grenswaarden en richtwaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie

Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid verplicht de Europese richtlijn 2008/50/EG voor de PM10-concentratie in de omgevingslucht de naleving van twee grenswaarden die al van toepassing zijn sinds 1 januari 2005: 

  • 50 µg/m3 als daggemiddelde, met een maximum van 35 dagen per jaar waarop de grenswaarde mag worden overschreden; 
  • 40 µg/m3 als jaargemiddelde.

De grenswaarden aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) werden in 2021 verlaagd van 20 µg/ m³ tot 15 µg/ m³ als jaargemiddelde, en 45 µg/ m³ als daggemiddelde, met 3-4 toegestane overschrijdingsdagen per jaar. 

PM10-concentratie in de lucht 

In het Brussels Gewest wordt PM10 continu gemeten in 6 stations van het telemetrisch meetnet voor de luchtkwaliteit. Wij baseren onze indicator op de gegevens van de meetpost St-Jans-Molenbeek (code 41R001) omdat deze representatief is voor een stedelijke omgeving met invloed van het wegverkeer. De Brusselse indicator voor PM10 heeft enkel betrekking op de daggemiddelden.

Evolutie in de meetpost Sint-Jans-Molenbeek van het aantal overschrijdingsdagen van de daggrenswaarde van 50 µg/m3 voor PM10 (1997-2020)

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit

Tot en met 2009 waren er in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek systematisch meer overschrijdingsdagen dan de toegestane 35. Een verbetering wordt echter waargenomen sinds 2012, in het bijzonder vanaf 2015 met minder dan 10 overschijdingsdagen per kalenderjaar. 

Tot en met 2013 werd de grenswaarde echter wel overschreden in de meetpost Voorhaven (Haren) langs het Kanaal. Tot die datum bevond het Gewest zich dus in overtreding, aangezien er sprake is van niet-conformiteit met de grenswaarde vanaf het ogenblik dat er zich een overschrijding voordoet in één van de stations van het Brussels meetnet.  
Sinds 2014 is de grenswaarde daarentegen wel gerespecteerd. De verbetering die recentelijk geobserveerd werd in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek, wordt ook vastgesteld in alle andere meetposten. 

Sinds 2004 heeft geen enkel meetstation van het regionale bewakingsnetwerk de Europese gemiddelde jaarlijkse grenswaarde van 40 µg/m³ overschreden. 

De grenswaarden aanbevolen door de WGO, die veel strenger zijn dan de Europese normen, zijn ook in 2021 herzien. Terwijl in 2020 de oude jaarlijkse drempelwaarde van 20 µg/m³ alleen werd overschreden in het station van Haren (41N043), wordt de nieuwe jaarlijkse aanbevolen waarde van 15 µg/m³ nog steeds overschreden in de stations van Haren en Sint-Jans-Molenbeek (41R001)

Oorsprong van de PM10

Luchtmassa's kunnen de PM10 over grote afstand transporteren omdat ze zo klein zijn. Dat betekent dat de in Brussel gemeten concentraties niet louter het gevolg zijn van de plaatselijke emissies. De PM10-concentraties hangen samen met :

  • de achtergrondvervuiling (zoals die bijvoorbeeld in de Ardennen wordt gemeten), 
  • de gewestoverschrijdende bijdrage (in het BHG ingevoerd via de luchtstromen), 
  • de stedelijke achtergrondvervuiling (resultante van de  uitstoot door de verwarming en het verkeer zoals in de meetposten te Ukkel en St-Agatha-Berchem), 
  • de lokale stedelijke bijdrage die hoofdzakelijk samenhangt met het verkeer (wat het geval is in een omgeving met een meer dichte bewoning zoals in St-Jans-Molenbeek).  
Date de mise à jour: 05/01/2022