Vous êtes ici

FAQ PLAGE

1. Toepassingsgebied

1.1. Wat is het toepassingsgebied van het PLAGE? Welke organisaties, welke gebouwen,…? 

Het toepassingsgebied van het PLAGE staat duidelijk beschreven in het Protocol PLAGE blz. 8-11.

1.2. Welke gebouwen vallen onder het toepassingsgebied van het PLAGE? 

Om uw PLAGE-vastgoedpark te kennen moet u alle gebouwen of delen van gebouwen optellen, zelfs als ze tijdens de identificatiefase niet worden betrokken:

  • gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (adres in één van de negentien gemeentes);
  • een oppervlakte die gelijk is aan of groter is dan 250 m²;
  • volledig of gedeeltelijk in het bezit van en/of gebruikt door de betreffende instantie op de dag dat het "identificatiedossier" ingediend wordt.
  • waarin energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen

Gebouwen of delen van gebouwen in renovatie worden beschouwd als niet betrokkenen. U moet ze optellen.

Voor nadere gegevens over de begrippen gebouw, eigenaar en gebruiker, of oppervlakte, verwijzen we naar het Protocol blz. 21-26.

1.3. Welke oppervlakken vallen onder het toepassingsgebied van PLAGE? 

U moet de oppervlakte van alle gebouwen of delen van gebouwen die deel uitmaken van uw PLAGE-vastgoedpark samentellen. (Zie FAQ 1.2 “Welke gebouwen vallen onder het toepassingsgebied van het PLAGE?”).

Om de vloeroppervlakte van elke gebouw te berekenen:

  • telt u in alle lokalen de overdekte vloer samen met een vrijehoogte van meer dan of gelijk aan 2,10m;
  • de lokalen onder het grondniveau die bestemd zijn voor het parkeren of voor de kelders worden niet meegerekend als ze niet worden verwarmd;
  • de vloerafmetingen worden buitenwerks gemeten tussen de onbeklede buitenwanden van de gevelmuren, en de vloeren worden geacht door te lopen, zonder rekening te houden met de onderbreking ervan door scheidingswanden en binnenmuren, of door kokers, trappenhuizen en liftschachten.

Uw gebouwen beschikken over een EPB-certificaat of een energieaudit voor grote bedrijven of verbonden aan de milieuvergunning? U gebruikt de vloeroppervlaktegegevens die werden berekend om deze certificaten of audits op te stellen.

De oppervlakte in volgende lokalen mag worden afgetrokken van de berekening van de oppervlakte:

  • lokalen die dienen als erkende plaatsen voor erediensten of levensbeschouwing;
  • lokalen bestemd voor landbouw-, industriële of ambachtelijke activiteiten, dan wel voor (tijdelijke) opslag, wanneer er hier een lage energiebehoefte te noteren valt (het samengetelde vermogen van het warmte afgiftesysteemligt lager dan 15W/m²);
  • voorlopige constructies vergund voor een gebruiksduur van twee jaar of minder;
  • gebouwen in opbouw.

Voor meer info, zie het Protocol, blz. 26-27.

Tijdens de programmatiefase moet u een preciezere methode gebruiken zodat u nauwkeurig het specifieke verbruik in uw gebouwen kunt berekenen (Zie hoofdstuk “4.3 Uw energiekadaster opmaken” van het protocol).

1.4. Waarom is er een verschil tussen de drempel voor de privé- en openbare sector? 

De drempel van 100.000 m² voor de privésector dient om de proportionaliteit tussen de beschikbare middelen en de verplichtingen van een PLAGE te waarborgen. Het is de bedoeling dat het PLAGE zich richt op grote particuliere organisaties die over voldoende personen beschikken om een team installatiebeheerders aan te stellen dat in staat is om de verschillende acties van het PLAGE efficiënt uit te voeren.

De drempel van 50.000 m² voor overheden werd vastgelegd om rekening te houden met artikel 5 (voorbeeldfunctie van overheden) van de Europese Richtlijn 2012/27/EU inzake energie-efficiëntie.

1.5. Waarom is er een drempelverschil tussen de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden en de andere overheden? 

De federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden vallen niet onder de drempel van 50.000 m² omdat artikel 5 van de Europese richtlijn inzake energie-efficiëntie 2012/27/EU dit niet toelaat. Dat artikel bepaalt dat 3% van de totale vloeroppervlakte van de verwarmde en/of gekoelde gebouwen die eigendom zijn van de federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden en door deze overheden gebruikt worden, elk jaar gerenoveerd dient te worden om op zijn minst aan de minimale eisen op het vlak van energieprestatie te voldoen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft besloten om via het PLAGE een alternatieve maatregel in te voeren om aan deze verplichting te voldoen. Deze overheden dienen dus een PLAGE-doelstelling na te leven zodra zij een gebouw of een deel van een gebouw van meer dan 250 m² bezitten en/of in gebruik hebben.

1.6. Hoe worden dochterondernemingen van dezelfde groep behandeld?  Bijvoorbeeld wat betreft de afbakening van het gebouwenpark? 

Het BWLKE is van toepassing op vennootschappen zoals gedefinieerd in het Wetboek van vennootschappen. Het PLAGE beoogt in dat opzicht elke handelsvennootschap die bij de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) staat ingeschreven. Volgens dat principe stelt Leefmilieu Brussel dat een KBO-nummer aan een organisatie toebehoort.

Indien een organisatie één of meer dochterondernemingen of aandelen in een andere organisatie heeft en deze hebben verschillende KBO-nummers, worden deze organisaties beschouwd als verschillende organisaties met verschillende gebouwenparken. Samengevat: één organisatie = 1 KBO-nummer = 1 gebouwenpark = 1 coördinator = 1 PLAGE-doelstelling.

1.7. Wat betekent ‘gebruiker’ in de zin van het PLAGE? 

In de zin van het PLAGE is de gebruiker:

  1. ofwel de houder van een gesplitst eigendomsrecht (opstal, erfpacht of vruchtgebruik) op een gebouw of een deel ervan krachtens een overeenkomst van ten minste twaalf maanden;
  2. ofwel de houder van een persoonlijk genotsrecht op een gebouw of een deel ervan op doorlopende wijze en krachtens een overeenkomst van ten minste twaalf maanden; 
  3. ofwel de houder van een persoonlijk genotsrecht op een gebouw of een deel ervan op onderbroken wijze krachtens een overeenkomst van ten minste twaalf maanden en door de kosten te dragen die verband houden met het energieverbruik en het onderhoud van het gebouw of de gedeelten daarvan waarover hij dat persoonlijke genotsrecht heeft.

1.7.1. Gesplitst eigendomsrecht met een overeenkomst van ten minste twaalf maanden 

In deze eerste hypothese is de gebruiker de houder van een gesplitst eigendomsrecht, namelijk een recht van opstal (d.w.z. de opstalhouder), van erfpacht (d.w.z. de erfpachter) of van een vruchtgebruik (d.w.z. de vruchtgebruiker) voor een periode van ten minste twaalf maanden op een gebouw of een gedeelte daarvan. 

De minimumduur van twaalf maanden wordt beoordeeld volgens de voorwaarden van het recht van de houder (a priori de voorwaarden van de overeenkomst). 

Indien de houder van voormeld gesplitst eigendomsrecht zijn recht deelt met een derde (bv. in het kader van een mede-erfpacht of een opstalhouder en een erfpachter op hetzelfde gebouw), wordt elke (mede)houder van voormeld(e) recht(en) beschouwd als een gebruiker. 

Indien de houder van een voormeld recht het genot van het gebouw of een deel ervan heeft overgedragen aan een derde (bv. door middel van een huurovereenkomst, een gebruiksovereenkomst, een exploitatieovereenkomst, enz.), wordt die houder altijd beschouwd als een gebruiker onder het PLAGE, onderworpen, indien van toepassing, aan de verplichtingen met betrekking tot het PLAGE samen met een (of meer) andere geïdentificeerde gebruiker(s). Zo moeten bijvoorbeeld de oppervlaktes van gebouwen die een vastgoedmaatschappij in erfpacht heeft en verhuurt bij deze maatschappij geregistreerd worden in het kader van het PLAGE.

1.7.2. Persoonlijk genotsrecht op doorlopende wijze met een overeenkomst van ten minste twaalf maanden 

In deze tweede hypothese heeft de gebruiker een persoonlijk genotsrecht, d.w.z. een ander recht dan het eigendomsrecht (volle eigendom) of een gesplitst eigendomsrecht (namelijk een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik) om gedurende een periode van ten minste twaalf maanden van een gebouw of een deel ervan te genieten.

Dat persoonlijke genotsrecht kan verschillende vormen aannemen, waaronder (maar niet beperkt tot) een huurovereenkomst, een gebruiksovereenkomst, een exploitatieovereenkomst, een concessie, enz. 

Dat persoonlijke genotsrecht moet echter de houder ervan in staat stellen om exclusief van het gebouw of een deel van het gebouw in kwestie te genieten, met uitsluiting van derden. Indien de houder van voormeld persoonlijk genotsrecht zijn recht echter (gedeeltelijk) overdraagt aan een derde (medehuur, onderverhuur, enz.), wordt elke houder van dat persoonlijke genotsrecht beschouwd als een gebruiker.  

Dat exclusieve genot onderscheidt het persoonlijke genotsrecht van het loutere recht op toegang tot een gebouw of een deel ervan. In dat geval kan de houder van het toegangsrecht niet exclusief van het gebouw of een deel ervan genieten. Met andere woorden, in het geval van een toegangsrecht heeft de houder van het toegangsrecht geen ‘controle over de toegang’ tot het gebouw: het is niet aan hem/haar om te beslissen wie al dan niet toegang heeft tot het gebouw (in tegenstelling tot de houder van een exclusief persoonlijk genotsrecht). Zo heeft de organisatie die een toetredingsovereenkomst heeft getekend voor een coworkingruimte (zonder vast kantoor) alleen recht op toegang. Indien de organisatie echter een vast kantoor huurt in een (afgesloten) coworkingruimte, heeft zij wel een persoonlijk genotsrecht op dat kantoor (te registreren in het kader van het PLAGE, waarbij de gemeenschappelijke ruimten in verhouding tot de privéruimten worden geregistreerd). 

De minimumduur van twaalf maanden wordt beoordeeld volgens de voorwaarden van het recht van de houder (a priori de voorwaarden van de overeenkomst). De tijdslimiet van twaalf maanden is vastgesteld omdat die termijn veronderstelt dat de gebruiker een zekere handelingsbevoegdheid heeft met betrekking tot het beheer van de technische installaties en het energiebeheer, wat de essentie is van de doelstelling van het PLAGE.

Dat persoonlijke genotsrecht moet ook gedurende die minimumperiode van twaalf maanden op doorlopende wijze worden uitgeoefend, d.w.z. dat het persoonlijke genotsrecht gedurende die minimumperiode van twaalf maanden niet wordt onderbroken. Met andere woorden, de houder van het persoonlijke genotsrecht kan gedurende minimaal twaalf maanden naar eigen inzicht van het gebouw of een deel ervan genieten, hetzij permanent, regelmatig of gefragmenteerd (bv. door slechts enkele dagen per week naar het gebouw te komen, terwijl hij of zij de hele tijd kan komen). 

Zo heeft bijvoorbeeld een sportvereniging die een dag per week voor minimaal twaalf maanden sporthallen huurt geen doorlopend persoonlijk genotsrecht. Aan de andere kant, als ze die sporthallen huurt voor twaalf maanden, maar daarna beslist om ze slechts zes dagen per week te gebruiken, heeft ze wel een doorlopend persoonlijk genotsrecht. 

Indien de houder van voormeld persoonlijk genotsrecht het genot van het gebouw of een deel ervan heeft overgedragen aan een derde (bv. de verhuurder van een onderhuur), wordt die houder nog steeds beschouwd als een gebruiker onder het PLAGE, onderworpen, indien van toepassing, aan de verplichtingen met betrekking tot het PLAGE samen met een (of meer) andere geïdentificeerde gebruiker(s). Zo moeten bijvoorbeeld de oppervlaktes van door een vastgoedmaatschappij gehuurde gebouwen die deze maatschappij onderverhuurt, bij haar geregistreerd worden in het kader van het PLAGE.

1.7.3. Onderbroken persoonlijk genotsrecht, met een overeenkomst van ten minste twaalf maanden en tenlasteneming van de energie- en onderhoudskosten 

In deze tweede hypothese heeft de gebruiker een persoonlijk genotsrecht, d.w.z. een ander recht dan het eigendomsrecht (volle eigendom) of een gesplitst eigendomsrecht (namelijk een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik) om gedurende een periode van ten minste twaalf maanden van een gebouw of een deel ervan te genieten.

Dat persoonlijke genotsrecht kan verschillende vormen aannemen, waaronder (maar niet beperkt tot) een huurovereenkomst, een gebruiksovereenkomst, een exploitatieovereenkomst, een concessie, enz. 

Dat persoonlijke genotsrecht moet echter de houder ervan in staat stellen om exclusief van het gebouw of een deel van het gebouw in kwestie te genieten, met uitsluiting van derden. Indien de houder van voormeld persoonlijk genotsrecht echter zijn recht deelt met een derde (bv. een medehuurder), wordt elke houder van voormeld persoonlijk genotsrecht beschouwd als een gebruiker en is elk van hen hoofdelijk aansprakelijk (samen met de anderen) voor de verplichtingen met betrekking tot het PLAGE.  

Dat exclusieve genot onderscheidt het persoonlijke genotsrecht van het loutere recht op toegang tot een gebouw of een deel ervan. In dat geval kan de houder van het toegangsrecht niet exclusief van het gebouw of een deel ervan genieten. Met andere woorden, in het geval van een toegangsrecht heeft de houder van het toegangsrecht geen ‘controle over de toegang’ tot het gebouw: het is niet aan hem/haar om te beslissen wie al dan niet toegang heeft tot het gebouw (in tegenstelling tot de houder van een exclusief persoonlijk genotsrecht). 

De minimumduur van twaalf maanden wordt beoordeeld volgens de voorwaarden van het recht van de houder (a priori de voorwaarden van de overeenkomst). De tijdslimiet van twaalf maanden is vastgesteld omdat die termijn veronderstelt dat de gebruiker een zekere handelingsbevoegdheid heeft met betrekking tot het beheer van de technische installaties en het energiebeheer, wat de essentie is van de doelstelling van het PLAGE. 

Dat persoonlijke genotsrecht moet ook gedurende die minimumperiode van twaalf maanden op onderbroken wijze worden uitgeoefend, d.w.z. dat het persoonlijke genotsrecht gedurende die minimumperiode van twaalf maanden wordt onderbroken. Met andere woorden, over een periode van ten minste twaalf maanden kan de houder van het persoonlijke genotsrecht genieten van het gebouw of een deel ervan onder de voorwaarden die in zijn overeenkomst zijn vastgelegd. Bijvoorbeeld slechts één aaneengesloten week of maand gedurende twaalf maanden, één week per maand gedurende twaalf maanden of één uur per week gedurende twaalf maanden. Bijgevolg worden de twaalf maanden beoordeeld op basis van de totale duur van de overeenkomst (overeenkomst van minimaal twaalf maanden) en niet op basis van de totale duur van het gebruik.  

Onder voorbehoud van de toepassing van de tweede voorwaarde (zie hieronder) vallen de zwemclub van een openbaar zwembad dieper uur banen huurt voor een jaar of de sportvereniging van een sportclub die per uur sportzalen huurt voor een jaar dus onder dat persoonlijke genotsrecht op onderbroken wijze. Een theatergezelschap dat voor zes maanden drie uur per week een repetitiezaal huurt of een sportvereniging die voor tien maanden vijf dagen per week sportvelden huurt, wordt daarentegen niet beoogd. 

In dat geval draagt de houder van het onderbroken persoonlijke genotsrecht ook de kosten die verband houden met het energieverbruik en het onderhoud van het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop hij dat recht heeft. 

De kosten die betrekking hebben op het energieverbruik slaan op de kosten voor het verbruik van gas, elektriciteit, warm water of verwarming. De kosten in verband met het onderhoud van het gebouw of een deel ervan hebben betrekking op de onderhoudskosten die ten laste komen van de houder van het persoonlijke genotsrecht, met uitzondering van de kosten die zouden toekomen aan de houder van het zakelijke recht op het betrokken gebouw of een deel ervan. 

Onder ‘de kosten dragen’ wordt verstaan dat de houder van het persoonlijke genotsrecht de werkelijke kosten van zijn energieverbruik en het onderhoud van het gebouw moet betalen. Met andere woorden, ofwel betaalt de houder van het persoonlijke genotsrecht zijn eigen persoonlijke energieverbruik en zijn eigen verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het gebouw, ofwel worden die werkelijke kosten gedeeld tussen de verschillende gebruikers. 

Indien de houder van het persoonlijke genotsrecht alleen de kosten met betrekking tot het energieverbruik dient te betalen, met uitzondering van de kosten voor het onderhoud van het gebouw (of omgekeerd), dan is hij in deze veronderstelling geen gebruiker van het gebouw. 

Indien de houder van het persoonlijke genotsrecht voor het gebruik van het gebouw of een deel ervan een vast bedrag betaalt, ongeacht de werkelijke kosten met betrekking tot het energieverbruik en het onderhoud van het gebouw of een deel ervan, is hij in deze veronderstelling geen gebruiker. Als dat vaste bedrag daarentegen aan het einde van het jaar wordt aangepast op basis van het werkelijke verbruik moet ervan worden uitgegaan dat de gebruiker de kosten in verband met het energieverbruik en het onderhoud van het gebouw draagt.  

In de praktijk wil dat zeggen dat de organisatie die een toetredingsovereenkomst voor een coworkingruimte heeft getekend (in principe) niet de energie- en onderhoudskosten van de ruimte draagt, maar verplicht is een onafhankelijke vaste prijs te betalen, bijvoorbeeld voor haar eigen verbruik. Indien van toepassing geldt dat normaal gesproken ook voor de zwemvereniging in een openbaar zwembad, de theatergroep die per uur een repetitiezaal gebruikt (vast bedrag), de boekenclub in een bibliotheek of de sportvereniging van een sportclub. 

Als bijvoorbeeld zeven sportclubs de huur van een sporthal over twaalf maanden (ten belope van één dag per week per club) delen door met z’n zeven de jaarlijkse energiekosten van de sporthal en het onderhoud ervan te betalen, moeten die zeven sportclubs in deze veronderstelling als gebruikers worden beschouwd. 

Indien de houder van voormeld persoonlijk genotsrecht het genot van het gebouw of een deel ervan heeft overgedragen aan een derde (bv. de verhuurder van een onderhuur), wordt die houder nog steeds beschouwd als een gebruiker onder het PLAGE, onderworpen, indien van toepassing, aan de verplichtingen met betrekking tot het PLAGE samen met een (of meer) andere geïdentificeerde gebruiker(s).

1.8. In bepaalde gebouwen van mijn vastgoedpark zijn er andere eigenaars en/of gebruikers. Hoe ga ik dan te werk om mijn oppervlakten in het kader van het PLAGE te berekenen? 

Als u een gebouw deelt met andere organisaties (gebruikers of eigenaars, al dan niet onderworpen aan het PLAGE), dan moet u de volgende elementen in aanmerking nemen:

  • Als u gebruiker bent (zie specificaties over het begrip 'gebruiker' in het Protocol): de oppervlakte van het deel van het gebouw dat u gebruikt in de zin van het PLAGE; meer bepaald de oppervlakten die u op grond van uw contract gerechtigd bent te gebruiken. Wat betreft de gemeenschappelijke delen dat u mag gebruiken, neemt u de oppervlakte in verhouding tot uw gebruik van de privatieve delen in aanmerking.
    Voorbeeld: U huurt 250m² in een kantoorgebouw van 1200m² waarvan 200m² van gemeenschappelijke delen. U neemt de privatief gehuurde oppervlaktes van 250m² en 25% (250/1000) van de gemeenschappelijke delen (dus 50m²) in aanmerking.
  • Als u (mede-)eigenaar bent (zie specificaties over het begrip 'eigenaar' in het Protocol):
    • In een gebouw in gewone mede-eigendom, met name wanneer het 'volledige' gebouw toebehoort aan meerdere personen die onverdeelde delen hebben: neemt u de oppervlakte in verhouding tot uw aandeel in het gebouw in aanmerking.
      Voorbeeld: U bezit 250/1000ste van een gebouw. U neemt 25% van de oppervlakte in aanmerking.
    • In een gebouw in gedwongen mede-eigendom (collectief gebouw met privatieve delen en gemeenschappelijke delen in mede-eigendom): neemt u de oppervlakte van uw privatieve deel en die van de gemeenschappelijke delen in verhouding tot uw quotiteit in het gebouw in aanmerking (vaak berekend op basis van de oppervlakte van de privatieve delen).
      Voorbeeld: U bent eigenaar van 250/1000ste van een gebouw met privatieve en gemeenschappelijke delen. U neemt u privatieve oppervlakte (overeenkomstig u 250/1000ste) en 25% van de oppervlakte van de gemeenschappelijke delen in aanmerking.
  • Als u (mede-)eigenaar EN gebruiker bent: u neemt steeds de grootste oppervlakte in (mede-)eigendom en/of in gebruik in aanmerking. U dient de oppervlakte van dat gebouw uiteraard maar één keer in rekening te brenge.
    Voorbeeld: u bent voor 100% eigenaar van een gebouw, maar u gebruikt het maar voor 60%: u moet 100% van de oppervlakte in aanmerking nemen.

1.9. In sommige van de gebouwen van mijn vastgoedpark zijn er andere eigenaren of bewoners die aan het PLAGE zijn onderworpen: wie is waarvoor verantwoordelijk? 

Het is belangrijk eraan te herinneren dat de PLAGE-doelstelling van minder verbruik berekend wordt op het geheel van het gebouwenpark en dat het doel per gebouw louter ter informatie wordt gegeven. Elke organisatie is verantwoordelijk voor haar eigen PLAGE-doelstelling met de middelen die haar ter beschikking staan. De doelstelling wordt niet gedeeld tussen de organisaties van eenzelfde gebouw, gezien het individuele doel van een gebouw puur indicatief is en uitsluitend dient om een globaal doel voor het vastgoedpark te berekenen. Het feit dat gebouwen worden gedeeld, betekent dus niet dat de verantwoordelijkheden inzake het bereiken van het PLAGE-doel door meerdere organisaties worden gedeeld. 

De enige verplichting tussen twee of meer organisaties die een gebouw delen, is het doorgeven van informatie over het gedeelde gebouw aan de andere PLAGE-coördinatoren en vice versa en het aanduiden van een hoofdcoördinator die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de informatie voor dit gebouw (elke coördinator blijft daarbij PLAGE-coördinator voor zijn eigen organisatie). Het is wel in het belang van de organisaties om overleg te plegen over maatregelen die elke organisatie wil invoeren in het gedeelde gebouw of de gedeelde gebouwen.

Wat gebeurt er als twee organisaties geen instemming bereiken over de te treffen maatregelen in een gedeeld gebouw?

Elke organisatie is vrij te kiezen in welk(e) gebouw(en) ze actie ze wil ondernemen en hoe ze dat zal doen. Dit betekent ook dat er geen enkele verplichting bestaat om actie te ondernemen in een gebouw dat wordt gedeeld met een andere organisatie onderworpen aan het PLAGE. Aangezien de regelgeving niets zegt over deze keuze, legt ze geen regels vast inzake de coördinatie, de actieprogramma's tussen deze organisaties, ook al is het ten zeerste aanbevolen dat deze organisaties overleg plegen, gezien elke maatregel die in dit gebouw wordt getroffen, ten goede zal komen aan elke eigenaar of gebruiker. Kort gezegd, Leefmilieu Brussel komt niet tussen bij onenigheid.

Als ik mijn PLAGE-doelstelling niet bereik terwijl er acties zijn ondernomen met betrekking tot de gedeelde gebouwen, wie zal dan de administratieve boetes betalen? Zullen deze boetes worden gedeeld onder de eigenaar(s) en de gebruiker(s) van de gedeelde gebouwen?

Als een actie die is ondernomen inzake een gedeeld gebouw en die is vermeld in meerdere actieprogramma's, niet de verhoopte energiebezuinigingen oplevert, moet eerst wordt bekeken of dit leidt tot het niet-behalen van de PLAGE-doelstelling (globale doelstelling voor het hele vastgoedpark) voor minstens een of voor elk van de betrokken organisaties. Als dat zo is, en als dat buiten de wil van de organisatie om is gebeurd, zal zij de bijzondere omstandigheden die het niet-bereiken van haar doel verantwoorden, kunnen toelichten, op grond van de bepalingen zoals vastgelegd in artikel 12 van het PLAGE-besluit. In de gevallen waarbij er geen bijzondere omstandigheden zijn of waarbij die niet worden verantwoord, krijgt elke organisatie een boete die afhangt van het verschil tussen het verbruik en het PLAGE-doel van het geheel van haar eigen vastgoedpark. Een boete wordt dus niet verdeeld onder verschillende organisaties. 

1.10. In sommige van de gebouwen van mijn gebouwenpark zijn er andere eigenaren of bewoners die aan het PLAGE zijn onderworpen: wie is waarvoor verantwoordelijk? 

Leefmilieu Brussel kan de organisaties die niet onderworpen zijn aan de PLAGE-regelgeving, er niet toe dwingen om specifieke maatregelen uit te voeren in een gebouw dat wordt gedeeld met een of meerdere wel onderworpen organisaties. Als u onderworpen bent aan het PLAGE, bent u helemaal niet verplicht om uw informatie door te geven aan de niet-onderworpen organisaties. Uw PLAGE-doelstelling van minder verbruik wordt berekend op het geheel van uw gebouwenpark (het doel per gebouw wordt louter ter informatie gegeven). Het staat u wel vrij om te kiezen voor welk(e) gebouw(en) u actie wilt ondernemen en hoe u dat wilt doen. Dat betekent dat er geen enkele verplichting bestaat om actie te ondernemen voor een gebouw dat wordt gedeeld met andere organisaties die zelf niet aan het PLAGE zijn onderworpen. 

In overeenstemming met artikel 12 van het PLAGE-besluit kunt u, in de veronderstelling dat uw doel niet is bereikt, in uw evaluatieverslag (op het einde van de uitvoeringsfase) met behulp van bewijsstukken een beschrijving geven van de bijzondere omstandigheden die dit verschil verantwoorden, met een voorstel van kwantitatieve bepaling van elk van die omstandigheden. Het kan bijvoorbeeld gaan om functionele vereisten in verband met de omstandigheid dat u op grond van de wettelijke of contractuele voorschriften die uw gebruiks- of eigendomsrecht beheersen op het moment van de invoering van de maatregel, niet kon ingrijpen wat betreft het bouwelement of het systeem waarop uw actieprogramma betrekking had.

1.11. Zijn beschermde gebouwen onderworpen aan het PLAGE? 

Beschermde gebouwen zijn onderworpen aan het PLAGE. U moet ze opnemen in uw vastgoedpark en in heel de PLAGE-procedure.

2. Organisaties : administratieve vereenvoudiging via de KBO

2.1. Waartoe dient het ondernemingsnummer (KBO)? 

Wij gebruiken dit nummer om u officieel te identificeren en om de verschillende organisaties vanuit praktisch en juridisch oogpunt te onderscheiden. Leefmilieu Brussel gaat ervan uit dat een nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO-nummer) gelijkgesteld wordt met een organisatie. Zo worden organisaties (uit de privésector of uit de openbare sector) met hetzelfde ondernemingsnummer juridisch als één enkele organisatie beschouwd. De enige mogelijkheid voor een volledig autonoom PLAGE-beheer (en dus met elk een eigen coördinator en een eigen PLAGE-doelstelling) is een tweede ondernemingsnummer aan te maken.

Samengevat: één organisatie = 1 KBO-nummer = 1 gebouwenpark = 1 coördinator = 1 PLAGE-doelstelling.

Op het platform plage.brussels wordt ook voor een administratieve vereenvoudiging gezorgd. Op basis van uw ondernemingsnummer zijn de volgende gegevens vooraf ingevuld als u voor het eerst inlogt:

  • De belangrijkste contactgegevens van uw organisatie*;
  • De lijst van uw vestigingseenheden (voor privéorganisaties)*;
  • De lijst van uw gebouwen met een EPB-certificaat 'openbaar gebouw' (enkel voor overheden)**.

Gelieve ze te controleren en aan te vullen.

* gegevens ingevoerd uit de Kruispuntbank van Ondernemingen
** gegevens ingevoerd uit de software epb-desk.

2.2. Wat is een vestigingseenheid (VE)? Waartoe dient die in het PLAGE? 

Een vestigingseenheid (VE) is de plaats van de activiteiten geografisch identificeerbaar door een adres, waar minstens een van de activiteiten van de onderneming wordt uitgeoefend of vanaf waar ze wordt uitgeoefend. Voorbeelden: een winkel, een agentschap, een kantoor, een verkooppunt, een werkplaats, een fabriek, een opslagplaats. Een vestigingseenheid wordt geregistreerd in de Kruispuntbank van de Ondernemingen (KBO) en krijgt een tiencijferig nummer.

In de module 'Gebouwen' ziet u een tabel 'Uw vestigingseenheden zonder gebouw': het gaat om de lijst van de VE's van uw organisatie zoals doorgegeven aan de KBO. In de praktijk worden deze gegevens in het geval van overheden als dusdanig opgehaald uit de software EPB-certificering Openbare gebouwen. De tabel dient om het invoeren van uw gebouwen te vereenvoudigen. Het is uw taak die actueel te houden.

Als een van de VE's van uw lijst overeenstemt met een PLAGE-gebouw, kunt u op de regel van de overeenstemmende tabel klikken. U wordt dan doorgeleid naar een formulier om een nieuw gebouw toe te voegen. Daar zijn bepaalde gegevens (van de vestigingseenheid) reeds op voorhand voor u ingevuld. Zodra dit nieuwe gebouw is ingevoerd, zou de VE uit de tabel 'Uw vestigingseenheden zonder gebouw' moeten zijn verdwenen, omdat ze voortaan aan een gebouw is gekoppeld.

Als geen enkel PLAGE-gebouw aan een VE is gekoppeld, moet u klikken op 'Ja' naast de VE, waarmee u aangeeft dat deze VE geen deel uitmaakt van de PLAGE-perimeter. Een groen vignet op de overeenstemmende regel wijst erop dat de invoer met succes is doorgevoerd.

2.3. Wat doe ik als mijn KBO-gegevens niet correct zijn? 

U kunt stappen ondernemen om de gegevens rechtstreeks aan de bron recht te zetten via deze link.

Als de administratieve gegevens van uw organisatie niet correct zijn, kunt u ons contacteren via de Helpdesk van het platform plage.brussels of ons een e-mail sturen naar plage@leefmilieu.brussels als u geen toegang heeft tot dit platform. We voeren de wijziging dan manueel in.

Als een of meerdere van uw vestigingseenheden (VE) niet correct zijn, kunt u die VE uit de PLAGE-perimeter schrappen als er geen enkel PLAGE-gebouw aan gekoppeld is. Als enkel het adres niet correct is, kunt u deze VE selecteren (door erop te klikken in de lijst 'Uw vestigingseenheden zonder gebouw' en de gepaste gegevensvelden invullen om het/de eraan gekoppelde gebouw(en) te vermelden. Voor het adres selecteert u bij de georeferering (via de knop 'GeoUrbis') uw gebouw op de kaart en klikt u vervolgens op 'Een Urbisgebouw toevoegen'. Vervolgens vinkt u het correcte (hoofd)adres van dat gebouw aan.

Leefmilieu Brussel geeft deze gegevens nooit door aan de KBO. 

3. Vrijstellingen en vereenvoudigde procedure

3.1. Bestaan er vrijstellingen op de PLAGE-regelgeving? 

Ja. 

Als uw organisatie onderworpen is aan de regeling voor de handel in broeikasgassen (ETS, Emission Trading System), dan bent u volledig vrijgesteld van de PLAGE-verplichtingen.

Indien u op het ogenblik van de inwerkingtreding van de PLAGE-reglementering over een of meerdere energieaudits van de milieuvergunning beschikt, als een instelling met een groot verbruik, dan bent u tijdelijk vrijgesteld van de PLAGE-verplichtingen tot het einde van de geldigheidsduur van uw audits, voor zover deze betrekking hebben op ten minste 80% van de oppervlakte van uw PLAGE-gebouwenpark. Om de vrijstelling in werking te stellen moet u een vrijstellingsformulier invullen dat beschikbaar is op onze website.

3.2. Er is al een energieaudit uitgevoerd op de gebouwen in mijn gebouwenpark, ben ik vrijgesteld van het PLAGE? 

Als u een energieaudit van de milieuvergunning voor grootverbruikers heeft en deze audit momenteel geldig is en betrekking heeft op minstens 80% van de oppervlakte van uw gebouwenpark, dan kunt u in dit geval een tijdelijke vrijstelling krijgen. Aan het einde van de geldigheidsperiode van deze audit, bent u onderworpen aan de PLAGE-regelgeving.

Als u beschikt over een energieaudit van grote bedrijven, heeft u geen recht op een vrijstelling. Onder bepaalde voorwaarden kunt u echter gebruik maken van de vereenvoudigde procedure.

Dit betekent dat u elementen van de energieaudit kunt hergebruiken om te voldoen aan de verplichtingen van de PLAGE-procedure.

Voor meer info, zie het Protocol, blz. 12-14.

3.3. Wat zijn de geldige beheerssystemen waarmee men recht heeft op de vereenvoudigde procedure? 

Met energie- of milieubeheersysteem bedoelen we "een reeks onderling samenhangende of op elkaar inwerkende elementen die zijn opgenomen in een plan dat een energie-efficiëntiedoelstelling en een strategie om die doelstelling te bereiken, vaststelt."

Het gaat om eender welk energie- of milieubeheersysteem dat door een onafhankelijke organisatie is gecertificeerd:

  • in overeenstemming met de normen aangenomen door het Europees Comité voor normalisatie, het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie, het Europees Telecommunicatie en Standaardisatie Instituut of de Internationale Organisatie voor Standaardisatie en die ter beschikking worden gesteld van het publiek.
  • op voorwaarde dat dit systeem voorziet in een energieaudit die voldoet aan de minimale criteria op basis van de volgende richtlijnen:
    • ze bevatten actuele, gemeten, traceerbare operationele gegevens betreffende het energieverbruik en (voor elektriciteit) de belastingsprofielen;
    • ze omvatten een gedetailleerd overzicht van het energieverbruiksprofiel van gebouwen of gebouwengroepen, industriële processen of installaties, met inbegrip van vervoer;
    • ze bouwen, zo veel mogelijk, voort op een analyse van de levenscycluskosten, in plaats van simpele terugverdienperioden, om rekening te houden met langetermijnbesparingen, residuele waarden van langetermijninvesteringen en discontopercentages;
    • ze zijn proportioneel en voldoende representatief om de vorming van een betrouwbaar beeld van de totale energieprestaties van de gebouwen en industriële activiteiten of installaties van de onderneming op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en om de betrouwbare bepaling van de belangrijkste punten ter verbetering mogelijk te maken.
    • zij leiden tot gedetailleerde en gevalideerde berekeningen van de voorgestelde maatregelen, zodat duidelijke informatie over mogelijke besparingen beschikbaar is;
    • de gegevens die bij energieaudits worden gebruikt, moeten kunnen worden opgeslagen voor historische analyse- en prestatie-opvolgingsdoeleinden.

Volgens deze criteria zijn de systemen EMAS en ISO 14001 niet geldig. Anderzijds is een systeem dat gecertificeerd is volgens ISO 50001 wel geldig.

Voor meer informatie, zie artikel 2.5.7, §2, 1e streepje van het BWLKE.

4. Actoren: PLAGE-coördinator, medewerkers, PLAGE-revisor

4.1. Moet de PLAGE-coördinator deel uitmaken van het personeel van de betrokken organisatie of kan dit een externe persoon zijn? Mag hij al zijn taken uitbesteden? 

De PLAGE-coördinator moet deel uitmaken van het personeel van de organisatie die hij vertegenwoordigt. Het kan dus niet gaan om een externe medewerker of een onderaannemer. Er zijn wel twee uitzonderingen:

  • Als uw organisatie het beheer van haar vastgoedpark heeft uitbesteed via een mandaatovereenkomst (in de zin van het Burgerlijk Wetboek, artikelen 1984 en volgende). In dat geval mag de PLAGE-coördinator een personeelslid van de gemandateerde van de organisatie zijn. Deze uitzondering is dus niet van toepassing in het geval van een contract voor de huur van werken (onderaanneming). 
  • Als uw organisatie niet over personeel in België beschikt. In dat geval aanvaardt Leefmilieu Brussel dat de PLAGE-coördinator wordt aangesteld onder de personeelsleden van een onderneming van dezelfde groep (filiaal enz.). Zie ook FAQ 4.3 voor buitenlandse investeerders.

Voor de uitvoering van een PLAGE zal het wellicht nodig zijn dat andere interne of externe spelers van uw organisatie meewerken. De identificatie van deze actoren en de oprichting van een "PLAGE"-team is geen verplichting, ook al wordt dit sterk aanbevolen gezien de omvang van de betrokken gebouwenparken.

Het staat de coördinator vrij om zijn opdracht te beheren door zijn collega's erbij te betrekken of door bepaalde taken uit te besteden. In dat geval kan hij zelf toegang verlenen aan zijn medewerkers op het webplatform plage.brussels. Het is echter de PLAGE-coördinator die de contactpersoon blijft voor alle communicatie met Leefmilieu Brussel. Hij staat in de ogen van Leefmilieu Brussel garant voor de kwaliteit en de juistheid van de gegevens die in het kader van de PLAGE-procedure worden verstrekt en gebruikt.

De medewerkers hebben dezelfde toegangsrechten als de coördinator op het webplatform met uitzondering van de volgende functionaliteiten: aanmaken en schrappen van toegang voor medewerkers, officiële validatie van de fasen (die de termijnen van de volgende fase doen ingaan).

4.2. Kan mijn organisatie meerdere coördinatoren of een coördinator en plaatsvervangers aanstellen? 

Neen. U kunt officieel slechts één coördinator aanstellen (via een mandaat waarvan een model beschikbaar is op onze website). U kunt een team samenstellen achter deze persoon, maar wij aanvaarden slechts één contactpersoon. Indien u dat wenst, kunt u echter meerdere personen naar de PLAGE-opleiding sturen (afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen). Ook zal uw coördinator toegang tot het webplatform kunnen verlenen aan de medewerkers die hij hiervoor aanwijst. Zij hebben dan dezelfde toegangsrechten als hij, met uitzondering van de volgende functionaliteiten: aanmaken en schrappen van toegangsrechten voor medewerkers, officiële validatie van de fasen (die de termijnen van de volgende fase doen ingaan)..

4.3. Gebouwenpark dat eigendom is van een buitenlandse investeerder: hoe een coördinator aanwijzen? 

Een investeerder die in het buitenland verblijft en in België niet over personeel beschikt om een PLAGE-coördinator te benoemen, kan een coördinator aanwijzen onder het personeel van de in België gevestigde organisatie die zijn gebouwen beheert. 

Als er geen organisatie en geen persoon is gevestigd in België, neemt u het best contact met ons op via plage@leefmilieu.brussels.

4.4. Welke opleidingen moet de PLAGE-coördinator volgen?  

De coördinator wiens organisatie onder de PLAGE-verplichting valt, moet twee opleidingen volgen: "energiebeheer (Energieverantwoordelijke)" (3-daagse opleiding, voor iedereen toegankelijk) en een specifieke PLAGE-opleiding (1 dag, opleiding uitsluitend bestemd voor PLAGE-coördinatoren).

Alleen de coördinator moet die opleidingen volgen. De medewerkers hoeven geen enkele opleidingsverplichting na te leven.

Als u beslist om het IPMVP-protocol toe te passen (Zie FAQ 6.5 'Wat is het IPMVP-protocol? Waarom is het belangrijk?') moet de expert die u vrij hebt gekozen om u te helpen bij het naleven van dit protocol CMVP-gecertificeerd zijn. Een document met de beschrijving van de vereiste minimale technische capaciteiten van die expert is ter beschikking op aanvraag of op de toolpagina van plage.brussels.

4.5. U heeft al een opleiding tot energieverantwoordelijke gevolgd. Blijft deze opleiding geldig?  

Ja. Als u de opleiding energiebeheer (energieverantwoordelijke) van Leefmilieu Brussel heeft gevolgd, blijft deze geldig als u als PLAGE-coördinator werd aangesteld.

4.6. Kan ik vragen om een gelijkwaardigheidsattest van de opleiding "energiebeheer (energieverantwoordelijke)" te krijgen wanneer ik die niet bij Leefmilieu Brussel heb gevolgd?  En zo ja, hoe?  

Ja. We vragen enkel een certificaat dat bevestigt dat u de opleiding heeft gevolgd en een specifiek programma van de opleiding. Leefmilieu Brussel zal de aanvraag analyseren en u, per e-mail en zo snel mogelijk, bevestigen of de opleiding als gelijkwaardig wordt beschouwd. De opleiding moet aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo moet de minimale inhoud vastgelegd in Bijlage 5 van het PLAGE-besluit van 14 juni 2018 zeker worden nageleefd.

4.7. Hoe wordt de 'hoofdcoördinator' aangewezen? 

Bij een gedeeld gebouw wordt de eerste coördinator die het gebouw in het platform invoert standaard aangewezen als de hoofdcoördinator. Het webplatform spoort voor u automatisch de gebouwen op die u 'deelt' met andere organisaties die ook PLAGE-plichtig zijn (dankzij de georefereringsfunctie van uw gebouwen: 'GeoUrbis'). In dat geval wordt de eerste coördinator die zijn gebouw heeft georefereerd voor dat gebouw aangewezen als de hoofdcoördinator. Om van hoofdcoördinator te veranderen, kunt u ons contacteren door in de applicatie een bericht te sturen naar 'Helpdesk PLAGE'. Die verandering wordt enkel aanvaard in geval van overleg met alle betrokken coördinatoren.

4.8. Wat is de rol van de 'hoofdcoördinator' en hoe kan hij worden bepaald? 

Wanneer meerdere PLAGE-plichtige organisaties eenzelfde gebouw delen, moet elk van de coördinatoren zijn informatie meedelen aan de andere en desgevallend wordt een van hen aangewezen om die informatie te coördineren voor het betrokken gebouw.

Op het webplatform kunt u snel de coördinatoren terugvinden van de organisaties waarmee u uw gegevens over hetzelfde gebouw moet delen. In de programmeringsfase moet u een aantal gegevens invoeren die dat gebouw uitvoerig beschrijven (Is het beschermd? Welke technische installaties zijn er? Enz). Dit is bijvoorbeeld de gelegenheid om het werk van het ophalen van deze gegevens te delen of om ze direct te delen als ze al zijn verzameld door een van de organisaties die hetzelfde gebouw delen. Kortom, het kan voor iedereen tijdswinst betekenen.

Als Leefmilieu Brussel of uw revisor vragen heeft over dit gebouw of als ze onsamenhangende gegevens vaststellen tussen de organisaties die dit gebouw delen, is het bovendien de hoofdcoördinator die zal worden gecontacteerd en die de samenhang van de gegevens moet controleren met de andere betrokken coördinatoren.

4.9. Wat is de rol van de PLAGE-revisor? 

De PLAGE-revisor is de persoon die al uw gegevens en documenten bekijkt en controleert voor u ze ons doorstuurt. 

Zijn hoofdtaken: uw ontwerp-actieprogramma beoordelen en u een verslag overhandigen met eventuele aanbevelingen, u doorheen de volledige PLAGE-procedure (met name voor de toepassing van het IPMVP-protocol) begeleiden, de naleving van uw PLAGE-doelstelling beoordelen en u een onderzoeksverslag van uw eindevaluatieverslag bezorgen.

Om belangenconflicten te vermijden werd de revisorenrol, door Leefmilieu Brussel, via overheidsopdracht, toevertrouwd aan onafhankelijke deskundigen.

4.10. Welke onafhankelijkheidsclausules moeten de PLAGE-revisoren in acht nemen? 

Elke PLAGE-revisor oefent zijn opdracht in volledige onafhankelijkheid en objectiviteit uit.

  • Gelet op het risico van belangenvermenging zijn de functies van revisor, van technisch consulent bij een organisatie en van PLAGE-coördinator onverenigbaar.
  • De revisor mag met geen enkele organisatie waarvan hij het dossier beheert of de verslagen controleert verbonden zijn voor andere energieverplichtingen die op die organisatie toepasselijk zijn, bijvoorbeeld voor de regelgeving in verband met de EPB of de energieaudit.
  • Hij mag zijn diensten niet aanbieden of leveren aan een organisatie waarmee hij is verbonden door een arbeidsovereenkomst, een dienstcontract of een samenwerkingsovereenkomst of waarmee hij om het even welke andere relatie onderhoudt die een bedreiging kan vormen voor zijn onpartijdigheid of voor belangenvermenging. Een relatie op basis van gemeenschappelijke kenmerken, een gemeenschappelijke administratie, een gemeenschappelijk beheer of gemeenschappelijk personeel, op basis van middelen, financiën en/of contracten die worden gedeeld of op basis van een gemeenschappelijke marketing, vormt meer bepaald een bedreiging voor de onpartijdigheid. 
  • Hij mag zijn diensten niet aanbieden of leveren aan een organisatie waarvan het gebouwenpark een gebouw omvat waarop hij een zakelijk of persoonlijk recht bezit of voor hetwelk hij in welke hoedanigheid ook optreedt, meer bepaald in het kader van een vastgoedtransactie.
  • Hij vergewist zich ervan dat zijn verslagen geen enkel commercieel voorstel bevatten betreffende de energiebevoorrading van de gebouwen of de aanbevolen acties om energiebesparingen te realiseren. Zijn verslagen mogen op geen enkele wijze de invloed ondergaan van welke handelsbelangen ook.

5. Energiekadaster en -boekhouding /PLAGE-doelstelling 

5.1. Moet rekening worden gehouden met het energieverbruik van onze huurders/gebruikers die niet PLAGE-plichtig zijn? 

Ja, u moet rekening houden met het verbruik van de huurders of andere gebruikers van de gebouwen waarvan u eigenaar bent, zelfs als uw huurders niet PLAGE-plichtig zijn.

Lees voor meer informatie over de definitie van eigenaar en gebruiker het Protocol, pagina 22-23.

5.2. Hoe worden de gemeenschappelijke delen van een gebouw dat met andere organisaties (gebruiker en/of eigenaar) wordt gedeeld in rekening gebracht? 

Als er geen regels of metingen zijn voor de verdeling van het verbruik van de gemeenschappelijke delen van een gebouw dat met andere organisaties wordt gedeeld, wordt het verbruik van de gemeenschappelijke delen berekend naar verhouding van de oppervlakten van de privéruimten waaraan ze gekoppeld zijn.

5.3. Wat moet mijn organisatie doen als ze niet beschikt over de verbruiksgegevens van haar huurders/gebruikers? 

Onder bepaalde voorwaarden kunt u het energieverbruik vragen aan Sibelga (Lees FAQ 5.4 'Hoe verkrijg ik de energieverbruiksgegevens bij Sibelga?').

Als u niet over de energieverbruikgegevens beschikt voor deze betrokken oppervlakten, kan het energiekadaster en de energieboekhouding worden beperkt tot de gebouwen of delen van gebouwen (bijvoorbeeld gemeenschappelijke ruimten) en de installaties waarvoor die gegevens beschikbaar zijn. 

De raming van het energieverbruik vóór en na het PLAGE kan dus worden beperkt tot dit 'beperkt' verbruik. In het dossier moeten deze situatie en de redenen ervoor worden meegedeeld (er wordt ter staving een schriftelijk bewijs gevraagd).

5.4    Hoe verkrijg ik de energieverbruiksgegevens bij Sibelga? 

Als u bent aangesloten bij het NRClick-programma (www.nrclick.be) vindt u de historiek van de verbruiksgegevens in de tool NRClick Scan. U kunt ze exporteren in csv-formaat.

Bent u niet aangesloten bij het NRClick-programma, lees dan de Infofiche voor de praktische modaliteiten (.pdf).

5.5. Moet het specifiek verbruik van een gebouwenpark worden berekend naar verhouding van de oppervlakte van het beschermd volume? 

Ja, de ruimten die in aanmerking worden genomen in PLAGE zijn de ruimten die deel uitmaken van het beschermd volume. Het specifiek verbruik ervan moet dus naar verhouding van hun oppervlakte worden berekend.

Lees voor meer informatie hoofdstuk '4.3 Uw energiekadaster opmaken' van het Protocol.

5.6. Kunnen we in ons energiekadaster voor elk gebouw een verschillende referentieverbruiksperiode kiezen (12 maanden of 36 maanden) of moeten we voor onze volledig gebouwenpark dezelfde periode nemen?  

De keuze van de referentieperiode (12 of 36 opeenvolgende maanden die aflopen in de programmeringsfase) mag verschillend zijn van gebouw tot gebouw in uw gebouwenpark. Deze keuze is slechts geldig bij het 1e PLAGE en biedt elke organisatie meer soepelheid in haar eerste PLAGE-cyclus.

Als u 36 maanden kiest, kunt u de maatregelen en inspanningen op het vlak van energie die u al vóór de inwerkingtreding van de PLAGE-regelgeving had genomen valoriseren. Hoewel uw verbruik vandaag ongetwijfeld lager ligt dankzij deze eerdere maatregelen en inspanningen, zullen wij uw doelstelling berekenen op basis van uw vroeger verbruik (afgevlakt gemiddelde over 3 jaar) dat a priori hoger ligt. Anders gezegd, hebt u dan waarschijnlijk al een deel van de doelstelling die u zal worden toegewezen, bereikt. 

5.7. Sommige van mijn gebouwen produceren energie (warmtekrachtkoppeling, zonnepanelen,...). Hoe kan ik hiermee rekening houden in mijn energiekadaster? Is deze energie aftrekbaar van mijn verbruik? 

U kunt rekening houden met de energie die werd opgewekt door uw voorzieningen voor hernieuwbare energie en wel volgens onderstaande principes:

  • De energie (elektriciteit, warmte, ...) die wordt opgewekt door een voorziening voor hernieuwbare energie en die door het gebouw wordt verbruikt (men spreekt dan van zelfconsumptie) word niet aangerekend als een verbruik;
  • De elektriciteit die wordt opgewekt door een voorziening voor hernieuwbare energie en die aan het net wordt teruggegeven mag worden afgetrokken van het van het net afgenomen elektriciteitsverbruik;
  • De warmte die door een voorziening voor hernieuwbare energie wordt opgewekt, wordt teruggewonnen en naar andere gebouwen wordt gestuurd, kan eventueel worden aangewend als er warmtemeters aanwezig zijn. Als u in dat geval bent, contacteer ons dan om samen alle in te voeren gegevens te definiëren. Er is geen aanwending mogelijk voor de in deze infrastructuur opgewekte en vervolgens weggetrokken warmte;
  • De energie die wordt gebruikt door een voorziening voor hernieuwbare energie om de elektriciteit of de warmte op te wekken wordt aangerekend als een verbruik.

Lees voor meer informatie de hoofdstukken '4.3 Uw energiekadaster opmaken' en '4.4. Vaststellen van uw PLAGE-referentieverbruik' van het Protocol.

5.8. Hoe berekent u onze PLAGE-doelstelling? 

De PLAGE-doelstelling van uw gebouwenpark wordt berekend op basis van de initiële energieprestatie van elk van uw gebouwen. Hoe efficiënter uw gebouwenpark is, hoe lager uw PLAGE-doelstelling bijgevolg zal zijn, maar ook het omgekeerde is waar.

Om de individuele (indicatieve) doelstellingen van elk gebouw te berekenen, houden we rekening met hun reëel verbruik, hun oppervlakte en hun bestemming (kantoren, school, sportzaal enzovoort). Elke bestemming wordt toegewezen aan een specifieke inspanningsschaal. Er zijn 16 bestemmingscategorieën.

Enkel de totale doelstelling die voor het gebouwenpark wordt vastgesteld, is bindend. Aan de hand van deze methode kunt u vrij beslissen welke acties u wil ondernemen in de gebouwen van uw keuze. Zelfs als voor elk gebouw een indicatieve doelstelling wordt berekend, is die niet bindend. We gaan alleen na of uw voor uw volledig gebouwenpark uw totale doelstelling hebt bereikt. Het staat u bijgevolg vrij om enkel acties te ondernemen voor een deel van uw gebouwen als u zo uw doelstelling kunt bereiken.

Lees voor meer informatie hoofdstuk '4.5 Hoe wordt uw PLAGE-doelstelling berekend uitgaande van uw PLAGE-referentieverbruik?' van het Protocol.

5.9. Hoe berekent u de PLAGE-doelstelling als we gebouwencategorieën hebben (residentieel, horeca, handelszaken) waarvoor er (nog) geen inspanningsschaal is?  

Voor gebouwen uit een categorie zonder inspanningsschaal, is de doelstelling in de praktijk 0%. Anders gezegd, vragen we u alleen om uw huidig verbruik voor die categorieën niet te verhogen.

5.10. Wat betekent de PLAGE-doelstelling die is uitgedrukt in kWh/jaar? Moeten we elk jaar energie besparen? 

De PLAGE-doelstelling van uw organisatie is een doelstelling van vermindering van energieverbruik die u behaalt op het gebouwenpark van uw organisatie en wordt uitgedrukt in kWhEP/jaar. Dit is een doelstelling die moet worden bereikt op het einde van de 3 jaar van de uitvoeringsfase en wordt uitgedrukt in jaarlijks verbruik (het laatste jaar van de uitvoeringsfase). 

Het is geen doelstelling die u jaarlijks gedurende 3 jaar moet halen.

Als die doelstelling 5% is. Het gaat wel degelijk om 5% die op het einde van de 3 jaar moet worden behaald (het verschil tussen het beginverbruik en het verbruik van het laatste jaar) en niet om 5% gedurende 3 jaar.

5.11. Waarom baseert men zich op de EPB-certificering van de openbare gebouwen om de inspanningsschalen voor de 1e cyclus van het PLAGE te bepalen? 

De EPB-certificering (en de jaarlijkse bijwerking ervan) is verplicht voor openbare gebouwen die door de overheid worden gebruikt. De methodologie is gebaseerd op het werkelijke verbruik, waardoor rekening kan worden gehouden met gedrag, gebruik en "kleine" uitrustingen, in overeenstemming met de filosofie van het PLAGE. Daarnaast is het aandeel gecertificeerde openbare gebouwen hoog, waardoor de huidige database goed bruikbaar en representatief is voor het gebouwenpark.

Ter herinnering, voor de niet-openbare gebouwen wordt het EPB-certificaat alleen verplicht gesteld voor kantoren en residentiële gebouwen in geval van een transactie (verkoop, verhuur, overdracht van huurcontracten, enz.) of bij het bouwen ervan. Voor deze sectoren is de database van de bestaande certificaten dus nog onvoldoende representatief voor het gebouwenpark, wat de database in dit stadium onbruikbaar maakt om een inspanningsschaal te bepalen die vergelijkbaar is met de schaal die voor de overheidssector is ontwikkeld. Ten slotte is de EPB-certificeringsmethodologie voor kantoren niet gebaseerd op het werkelijke verbruik, maar op theoretische gegevens die geen rekening houden met het verbruiksgedrag of de kleine uitrustingen van het gebouw, waardoor deze koppeling in strijd is met van de PLAGE-filosofie. Voor de andere (tertiaire) sectoren bestaat de EPB-certificeringsmethodologie nog niet en zal deze niet beschikbaar zijn voor de inwerkingtreding van het PLAGE.

De inspanningsschalen en het gebruik van het gebouw kunnen na de 1e cyclus van het PLAGE worden herzien en bijgestuurd, via een nieuw ministerieel besluit, voornamelijk op basis van de gegevens die voor het hele gebouwenpark dat onder de PLAGE-verplichting valt, werden verzameld.

5.12. Houdt u bij de te behalen doelstellingen rekening met de leeftijd van het gebouw of met het feit dat het beschermd is? 

Neen. De doelstellingen worden enkel berekend op basis van het specifiek gebruik van het gebouw en van de inspanningsschalen.

5.13. Kunnen energiebesparingen die verdergaan dan mijn PLAGE-doelstellingen worden overgedragen naar de volgende PLAGE-cyclus?  

Ja, overeenkomstig artikel 10, §1, 4° van het PLAGE-besluit kunnen de overtollige besparingen ten opzichte van uw PLAGE-doelstelling worden overgedragen naar de volgende cyclus op voorwaarde dat deze waarden werden gemeten volgens het IPMVP-protocol. We bestuderen momenteel de mogelijkheid om dit eveneens toe te staan voor de standaardmethode.

5.14. Als overtollige besparingen werden behaald op een gebouw dat is verkocht of uit gebruik is genomen tijdens de volgende PLAGE-cyclus, blijven die overtollige besparingen dan geldig? 

We houden geen rekening met de individuele resultaten van elk gebouw. We houden enkel rekening met het resultaat dat door het gebouwenpark werd behaald. Eventuele overtollige besparingen worden enkel berekend ten opzichte van uw PLAGE-doelstelling die betrekking heeft op uw volledig gebouwenpark. Anders gezegd heeft het geen belang hoe of op welke gebouwen u deze overtollige besparingen hebt behaald. Ze blijven geldig tijdens de volgende cyclus.

5.15. Is een administratieve boete in het geval het doel niet wordt bereikt, een jaarlijkse boete? Aan wie wordt de boete gericht? 

Het gaat om een eenmalige boete, niet om een jaarlijkse boete. Ze wordt vastgesteld op 0,06 euro per overtollig kWh in primaire energie (Art. 2.6.3 van het BWLKE). Met overtollig kWh wordt het verschil bedoeld tussen uw PLAGE-doelstelling (hoeveelheid kWh die u moet besparen) en de hoeveelheid kWh die u werkelijk heeft bespaard op het einde van het PLAGE (referentieverbruik). 
De boete wordt gericht aan de onderworpen organisatie. Aan elke organisatie die haar doel niet haalt, kan een administratieve boete worden opgelegd. Deze boete kan worden gevorderd tot vijf jaar na de ontvangst van het definitieve evaluatieverslag.

6. Actieprogramma / Meting (IPMVP)

6.1. Zou een maatregel van het actieplan kunnen bestaan in de installatie van een systeem van hernieuwbare energie aangezien het niet gaat om loutere energie-efficiëntie? 

Ja, want zelfverbruikte geproduceerde energie vermindert het energieverbruik van het gebouw.

6.2. We hebben een contract met een energieleverancier die ons garandeert dat de energie die we bij hem aankopen groen is.  Hoe kan hiermee rekening worden gehouden in PLAGE?  

We kunnen in PLAGE geen rekening houden met dit type van contract. Het sluiten van een contract voor groene elektriciteit is geen actie ter verbetering van de energieprestatie.

6.3. Hoe te werk gaan bij een wijziging van uw gebouwenpark (nieuwe huur, aankoop, verkoop, enz.)? 

Als uw gebouwenpark wijzigt, hangen de te volgen regels af van de PLAGE-fase waarin u zich bevindt. Vanaf de programmeringsfase moet u Leefmilieu Brussel inlichten bij wijziging van uw gebouwenpark. U kunt dit naargelang van het geval ofwel doen via het PLAGE-webplatform, ofwel via plage@leefmilieu.brussels.

Tijdens de identificatiefase:

Als u een nieuw gebouw koopt of betrekt: de oppervlakte van dat (zelfs niet-betrokken) gebouw wordt opgenomen in de berekening van het PLAGE-gebouwenpark op basis waarvan wordt bepaald of uw organisatie al dan niet PLAGE-plichtig is. U moet dit gebouw dus opnemen in uw PLAGE-gebouwenpark.

Als u een van uw gebouwen verkoopt of verlaat: dat gebouw maakt geen deel meer uit van uw PLAGE-gebouwenpark. U kunt dit gebouw gewoon verwijderen van het PLAGE-webplatform. Als uw organisatie dan onder de PLAGE-drempel zakt, is ze niet langer onderworpen aan de regelgeving.

Lees voor meer informatie over de programmeringsfase hoofdstuk '4.6 Aankoop, betrekking, verkoop en verhuizing tijdens de programmeringsfase' van het Protocol.

6.4. Wat gebeurt er als er tijdens het PLAGE renovaties worden uitgevoerd aan een gebouw van het gebouwenpark? 

Als de renovatie te veel tijd in beslag neemt en er vóór het einde van de PLAGE-cyclus geen rekening kan worden gehouden met de invloed ervan, kan ze niet worden gemeten tijdens de duur van de 1e PLAGE-cyclus. Dan zou de beoordeling onder bepaalde voorwaarden kunnen worden uitgesteld tot de volgende PLAGE-cyclus. Deze situatie zal geval per geval worden geanalyseerd.

6.5. Wat is het IPMVP-protocol? Waarom is het belangrijk? 

Om de in het kader van het PLAGE behaalde energiebesparingen onweerlegbaar te objectiveren werd beslist om gebruik te maken van een internationaal erkend protocol: IPMVP; het internationaal metings- en verificatieprotocol van energieprestaties (in het Engels International Performance Measurement and Verification Protocol). Dit is het meest gebruikte het standaardprotocol voor het meten van het effect van energie-efficiëntieacties, met name in het kader van de Energieprestatiecontracten (EPC).

In het kader van PLAGE worden u twee methodes voorgesteld:

De eerste methode, de zogenaamde standaardmethode, is standaard geïntegreerd in het PLAGE-webplatform en bestaat in de vereenvoudigde en geautomatiseerde toepassing van het IPMVP-protocol. Iedereen kan ze gebruiken maar ze is niet erg flexibel.  Ze is geschikt voor de meeste gevallen die zich in het kader van PLAGE voordoen.

De tweede methode is veel soepeler, volgt het IPMVP-volledig en kan worden aangepast aan bijzondere gevallen en aan gebouwen met een complexe werking. Hierbij is vereist dat het protocol wordt toegepast door een CMVP-gecertificeerde professional.

Het onderzoek van de bijzondere omstandigheden dat de PLAGE-revisor en Leefmilieu Brussel voeren als de PLAGE-doelstelling niet is bereikt, vindt plaats door toepassing van dit IPMVP-protocol waarvan de regels zijn uiteengezet in het methodologisch protocol en de bijlagen ervan. 

6.6. Wordt de toepassing van het IPMVP-protocol op een of meerdere gebouwen wel degelijk aan het oordeel van de organisatie overgelaten?  

Ja, u hebt de keuze om het IPMVP-protocol al dan niet toe te passen (in het kader van PLAGE worden u twee methodes voorgesteld: zie FAQ 6.5 'Wat is het IPMVP-protocol?') en op het of de gebouw(en) die u kiest. In bepaalde omstandigheden zou uw revisor u voor complexe projecten kunnen aanraden om het IPMVP-protocol te volgen om uw besparingen nauwgezet te kunnen meten.  Volgens artikel 13 van het PLAGE-besluit kunnen bepaalde modaliteiten enkel worden toegepast als het IPMVP-protocol wordt gebruikt, zoals de validatie van bepaalde bijzondere omstandigheden als de doelstelling niet werd behaald. 

Als u beslist om het IPMVP-protocol toe te passen (Zie FAQ 6.5 'Wat is het IPMVP-protocol?') moet de expert die u vrij hebt gekozen om uw te helpen bij de naleving van dat protocol CMVP-gecertificeerd zijn. Een document met de beschrijving van de vereiste minimale technische capaciteiten van die expert is ter beschikking op aanvraag of op de toolpagina van plage.brussels.

Date de mise à jour: 27/11/2020