Vous êtes ici

Focus: Lessen trekken uit de balans van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu

De verbetering van het leefmilieu kan een bron zijn van jobcreatie. Daarom voerde de Brusselse Regering de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu in, een participatieve en geïntegreerde aanpak die van de verbetering van het leefmilieu een hefboom wil maken voor economische groei en jobcreatie voor de Brusselaars. De AWL ondersteunde de ontwikkeling van 200 acties in 4 dragende economische sectoren: duurzaam bouwen (sinds 2011), water (sinds 2012), duurzame voeding en grond- en afvalstoffen (sinds 2013). De evaluatie van de AWL van eind 2014-begin 2015 wees onder andere op de relevantie van de nagestreefde doelstellingen, op het belang van de op gang gekomen dynamiek, alsook op de algehele bereidheid van de verschillende actoren om deze aanpak, middels bepaalde verbeteringen, voort te zetten.

De Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu in het kort

De Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu (AWL) is een sectoraal beleid dat de Brusselse Regering op initiatief van de ministers van Leefmilieu, Economie en de minister-voorzitter in 2010 opstartte.

De AWL streeft tegelijk 3 doelstellingen na:

  • werkgelegenheid ontwikkelen voor de Brusselaars, ook voor de laagst geschoolden;
  • een nieuwe dynamiek in de Brusselse economie brengen door bepaalde sectoren die economische activiteiten en werkgelegenheid in zich dragen aan te zwengelen en door de ontwikkeling ervan, voor een transitie naar meer duurzaamheid en concurrentiekracht, te ondersteunen;
  • de milieubalans van het Brussels Gewest verbeteren.

De AWL heeft sinds 4 jaar de ontwikkeling van 200 acties in 4 sleutelsectoren ondersteund: duurzaam bouwen (sinds februari 2011), water (sinds november 2012), grond- en afvalstoffen (sinds oktober 2013) en duurzame voeding (sinds december 2013). De budgetten om de AWL in het werk te stellen lopen in het totaal, over 4 jaar implementering (2011-2014), op tot 23 miljoen euro. De pijlers Duurzaam Bouwen, Water, Grond-Afvalstoffen en Duurzame Voeding konden respectievelijk rekenen op ongeveer 60%, 20%, 10% en 10% van deze budgetten.

Evaluatiemethodologie

Tussen oktober 2014 en april 2015 maakte Leefmilieu Brussel, de Brusselse overheidsdienst die met de steun van een onderaannemer instaat voor de coördinatie van de AWL, een evaluatie van de AWL.
Ze is gebaseerd op:

  • de raadplegingen van de Raad voor het Leefmilieu, van de Economische en Sociale Raad (sociale partners) en van de actoren van de AWL;
  • de analyse van de actieplannen van de AWL. Deze analyse werd in samenwerking met alle actoren gemaakt;
  • de indicatoren die in het kader van de uitvoering van de acties werden geproduceerd.

Deze evaluatie heeft betrekking op de uitwerkings- en de uitvoeringsprocessen bij de acties van de AWL, alsook op de concreet waargenomen realisaties. Bij een gebrek aan gegevens heeft deze evaluatie het slechts beperkt over de rechtstreekse impact op de doelgroepen (behoud of creatie van banen, oprichting van bedrijven, enz.). Bovendien zit de pijler Duurzame Voeding, slechts een jaar in uitvoering, niet in deze analyse.

Balans en geleerde lessen in verband met de uitwerkings- en de uitvoeringsprocessen bij de AWL-acties

De evaluatie bracht het innoverende karakter naar voren van de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu, een participatieve en geïntegreerde aanpak die van de verbetering van het leefmilieu een bron van economische kansen en van jobcreatie voor de Brusselaars wil maken. De meerwaarde van de AWL-aanpak die werd vastgesteld tijdens de evaluatie en die beklemtoond wordt door verscheidene bij de aanpak betrokken sociale partners en Brusselse actoren, bestaat uit:

  • de betrokkenheid van alle actoren uit de sector;
  • de zinvolle en realistische acties die worden uitgewerkt, aangezien ze rechtstreeks aansluiten bij de behoeften van de doelgroepen en de arbeidsrealiteit van de actoren;
  • het tot stand brengen van een samenwerkingsdynamiek tussen operationele actoren met verschillende achtergronden, wat leidt tot talrijke partnerships;
  • het op elkaar afstemmen van aanvullende en synergetische acties rond strategische doelstellingen;
  • de evolutie van de actieplannen naarmate het proces vordert.

Door de evaluatie was het meer concreet mogelijk een aantal kwantitatieve gegevens over de realisaties in het kader van de AWL in te zamelen, waarvan de meest sprekende hieronder:

Pijler Duurzaam bouwen:

Op bijna 4 jaar tijd werd de uitvoering van een zestigtal acties binnen de pijler Duurzaam Bouwen vertaald naar:

  • de oprichting van 12.200 m2 opleidingscentra en de organisatie van 184.000 opleidingsuren, waarvan 32.000 uren voor werkzoekenden;
  • de organisatie van 29 nieuwe professionele opleidingsmodules;
  • 800 opgeleide of doorgelichte werkzoekenden;
  • 1.800 bedrijven of zelfstandigen gesensibiliseerd, begeleid, ondersteund of betrokken bij de transitie naar duurzaam bouwen;
  • 12 ondersteunde onderzoeksprojecten;
  • 50% van de gediplomeerde jongeren die een opleiding van 2 weken hebben gevolgd en een baan of een bijkomende opleiding hebben gevonden.

Pijler Water:

Op twee jaar tijd werd de uitvoering van een dertigtal acties binnen de pijler Water vertaald naar:

  • 50% van de opdrachten die werden geplaatst door operationele wateractoren die werden binnengehaald door Brusselse bedrijven;
  • 10 gemeenten die actief betrokken zijn bij de vereenvoudiging van de stappen bij het plannen van werkzaamheden;
  • 3 universiteiten en 28 onderzoekscentra die betrokken zijn bij het waterthema;
  • gemiddeld 60 deelnemers aan de workshops van het Blauw netwerk (voornamelijk publieke, gemeentelijke en gewestelijke actoren, ondernemers, studiebureaus en architecten, universiteiten, verenigingen en federaties);
  • 100 Brusselse ondernemingen die actief betrokken zijn bij het bepalen van hun behoeften en van de belemmeringen voor hun ontwikkeling in deze sector.

Pijler Grond- en Afvalstoffen:

Na een jaar vertaalde de uitvoering van de pijler Grond- en Afvalstoffen zich in:

  • 73 organen die in het proces worden betrokken (48% publiek en 52% privaat);
  • de organisatie van 3 workshops;
  • op het ogenblik van de evaluatie 27 lopende of afgeronde acties (op 43 gedefinieerde acties).

De analyse van de actieplannen toont ook aan dat de meerderheid van de acties rechtstreekse en onrechtstreekse jobcreatie of -behoud als bedoeling hadden (62% van de 82 onderzochte acties), alsook een dynamisering van de Brusselse economie (87% van de 82 onderzochte acties). Een zeker aantal acties (in het bijzonder studies) streefden evenwel enkel en alleen een milieudoelstelling na. Hoewel de Brusselse actoren het reële jobcreatiepotentieel van deze acties beklemtoonden, is het echter omwille van het jeugdige beleid moeilijk de rechtstreekse impact te kwantificeren van deze realisaties op de doelgroepen. Dat geldt des te meer voor de recentste pijlers van de alliantie (water, grond-afvalstoffen, duurzame voeding). Deze acties kaderen immers binnen processen waarvan de gevolgen voor de werkgelegenheid, ondernemingen of economische activiteiten zelden op korte termijn voelbaar zijn. Zo kan de pijler Duurzaam Bouwen, die het meeste tijd heeft gehad voor de fase waarin de acties werden gedefinieerd, meer afdoende resultaten voorleggen dan de pijlers Water en Grond-Afvalstoffen, waar de periode voor het definiëren en uitvoeren van acties minder lang was.

Omwille van deze vooruitgang en van de eerste bemoedigende resultaten lijkt het volledig relevant om de op gang gekomen innoverende dynamiek van co-constructie en transitie verder te zetten. Zo kunnen zich structurele effecten laten voelen in de sectoren van het duurzaam bouwen, het water en de grond-afvalstoffen. Als we teruggrijpen naar de Brusselse uitdagingen die werden gedefinieerd in de gewestelijke beleidsverklaring - met name de verbetering van de levenskwaliteit en de ontwikkeling van de economie, de werkgelegenheid, de opleiding en het onderwijs - dan blijven de doelstellingen van de AWL in de huidige context overigens volkomen relevant.

De pijler Duurzame Voeding leek op het ogenblik waarop deze evaluatie werd gemaakt minder rijp voor een co-constructieaanpak. Vooral voor de stadslandbouw, waar er nog gegevens inzake technisch potentieel ontbraken (beschikbare oppervlakte, aan de stad aangepaste technieken, aangepaste businessmodellen). Het bleek overigens noodzakelijk een heldere gemeenschappelijke visie over duurzame voeding te ontwikkelen.

Deze visie werd in de loop van 2015 uitgewerkt, via een samenwerkingsverband tussen Leefmilieu Brussel en de cel Landbouw van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, en werd gevoed door een lang participatief proces (conferentie, workshops, vergaderingen, ...) dat een honderdtal actoren die de Brusselse en Belgische voedingswaardeketen vertegenwoordigen rond zich gaarde.  In december 2015 mondde deze visie dan uit in de goedkeuring van de Good Food-strategie (“Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”).

Door de acties die in het kader van de pijler Voeding van de AWL werden uitgevoerd kwamen er studies en proefacties op gang die hebben geholpen deze strategie beter te definiëren.

De sociale partners en de actoren zijn het eens over de relevantie om de AWL-aanpak voort te zetten. Toch halen ze ook een aantal verbeterpunten voor de toekomst aan, met in het bijzonder de noodzaak om, naast de bottom-upmethodologie, te beschikken over een heldere visie en een duidelijk politiek kader. Deze visie blijkt fundamenteel te zijn. Enerzijds om richting te geven aan de co-constructiefase met de actoren en uit te komen op coherente actieplannen, anderzijds om te zorgen voor een politieke arbitrage tussen de acties die voortspruiten uit de bottom-upfase en voor transparantie rond de gemaakte financieringskeuzes.

In dit opzicht zal het Gewestelijk Programma voor Circulaire Economie (GPCE), in uitwerking in 2015, dit referentiekader bezorgen en richting geven aan het co-constructieproces van de AWL.  Dit toekomstige programma is erop gericht een meer circulaire economie te ontwikkelen (in tegenstelling tot het huidige lineaire model dat is gebaseerd op extractie, productie, consumptie en lozing), dat qua gebruik van hulpbronnen efficiënter is, minder weerslag heeft op het leefmilieu en eveneens lokale werkgelegenheid bewerkstelligt.

Er komen ook nog andere punten naar voren uit de evaluatie van de AWL, waaronder het verbeteren van de banden en synergieën tussen acties, het ontwikkelen van begeleiding bij proefprojecten rond de doorlopende evaluatie van de acties (met behulp van efficiënte instrumenten) en het beheer van veerkrachtige samenwerkingsprojecten, het verbeteren van de communicatie, zowel naar de deelnemende actoren als naar het grote publiek en de doelgroepen toe, alsook het verbeteren van de kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van de impact van de uitgevoerde acties en van de efficiëntie van deze acties ten aanzien van de gemaakte kosten.

Date de mise à jour: 30/05/2020
Documents: 

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten