Vous êtes ici

Afvalwaterzuivering

Het afvalwater dat momenteel door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (en een deel van de randgemeenten) wordt gegenereerd en in de zuiveringsstations terechtkomt, vertegenwoordigt 148 miljoen m3 per jaar. Drie vierde daarvan wordt gezuiverd in het waterzuiveringsstation Noord en het resterende vierde in het waterzuiveringsstation Zuid. De zuiverende prestaties van het waterzuiveringsstation Noord zijn de afgelopen 4 jaar goed en stabiel. Die van het waterzuiveringsstation Zuid zijn daarentegen ontoereikend, vooral ten opzichte van de zwevende deeltjes en de nutriënten. Om dit te verhelpen, werden er in 2014 ingrijpende werken aangevat om de installaties aan te passen. Het is echter verkeerd ervan uit te gaan dat al het afvalwater wordt behandeld door de waterzuiveringsstations: enkele recente metingen benadrukken immers de belangrijke rol van de overlaten in de overdracht van polluenten naar de Zenne en het Kanaal.

Toegelaten afvalwatervolumes in de waterzuiveringsstations

Afhankelijk van de nominale capaciteiten van de stations is het waterzuiveringsstation Noord in principe ontworpen met de afmetingen om drie vierde van het afvalwater van de inwonersequivalenten (IE) van het Brussels Gewest (en een deel van de Vlaamse randgemeenten) te zuiveren en het waterzuiveringsstation Zuid het resterende vierde (1.100.000 IE vs 360.000 IE). De realiteit stemt overeen met deze raming, aangezien - al naargelang het jaar - het waterzuiveringsstation Noord tussen 70% en 75% van het totale volume van het afvalwater ontvangt dat in de waterzuiveringsstations terechtkomt. Er dient evenwel te worden verduidelijkt dat dit volume een aanzienlijk deel afvloeiingswater bevat (het rioleringsnet is historisch gezien van het gemengde type), maar ook water dat wordt weggeleid van het hydrografisch netwerk (waaronder volledige waterlopen, zoals de Maalbeek). De opvolging van de naar de stations afgevoerde volumes zou het mogelijk moeten maken om op lange termijn verslag uit te brengen over de aansluitingswerken op het rioleringsnet, maar vooral over de vermindering van het helder water of het afvloeiingswater die er doorgaan.

Inkomende volumes in het waterzuiveringsstation Zuid (2007-2014)
Bron : VIVAQUA, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
Opmerking: begin 2011 werden er ingrijpende methodologische wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de berekening van de toegelaten volumes, waardoor de waarden vanaf deze datum betrouwbaarder werden.

Inkomende volumes in het waterzuiveringsstation Zuid (2007-2014)
Over de periode 2011-2014 schommelde het jaarlijks toegelaten volume in het waterzuiveringsstation Zuid tussen 35 en 45 miljoen m³ en het gemiddelde dagvolume tussen 90 en 120 duizend m³.
Wij herinneren eraan dat deze volumes niet geheel worden afgevoerd naar het volledige zuiveringscircuit (biologische straat, de zogenaamde droogweerstraat): bij een overschrijding van een welbepaald debiet aan de ingang van het station wordt het overtollige water afgeleid naar een circuit waarvan het zuiveringsproces slechts gedeeltelijk is (de zogenaamde regenweerstraat). De verdeling van de volumes van de influenten overeenkomstig de twee circuits is niet beschikbaar voor het waterzuiveringsstation Zuid. Door het ontbreken van metingen aan de ingang van de circuits, kunnen deze volumes onrechtstreeks worden geraamd via de metingen van de door beide circuits geloosde volumes: het volume aan de uitgang van de biologische straat vertegenwoordigt over het algemeen tussen 90% en 95% van het totale geloosde volume.

Onlangs werden twee nieuwe collectoren op het stroombekken Zuid in gebruik genomen: die van de Vogelzangbeek in september 2012 en die van de Verrewinkelbeek - stroomafwaarts - in 2014. Deze laatste aansluiting zou aan de basis kunnen liggen van het evolutieverschil tussen de neerslag en de toegelaten volumes in het station, dat in 2014 werd vastgesteld ten opzichte van de vorige jaren.

Inkomende volumes in het waterzuiveringsstation Noord (WZS) (2007-2014)
Bron : Aquiris, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating

Inkomende volumes in het waterzuiveringsstation Noord (WZS) (2007-2014)
Het toegelaten volume in waterzuiveringsstation Noord over de periode 2011-2014 ligt tussen 100 en 115 miljoen m3 per jaar. Over dezelfde periode schommelt  het gemiddelde toegelaten volume in de biologische straat tussen 270 en 285 duizend m3 per dag. De inkomende fractie op de biologische straat bedraagt minstens 90% van het totale volume sinds 2011. Het is interessant om te benadrukken dat dit percentage een stijgende tendens kende tussen 2011 en 2014 (gaande van 90% in 2011 tot 95% in 2014) en zelfs sinds 2007. Anders gezegd, het afvalwater dat door het waterzuiveringsstation Noord stroomt heeft de afgelopen jaren een uitvoerigere zuivering ondergaan.

Over de periode 2007-2014 werd een algemene stijgende tendens van de volumes van het influent waargenomen. Sinds 2010-2011 lijkt er zich echter een stabilisering af te tekenen. Ook al is de pluviometrie zonder enige twijfel een van de verklarende factoren, toch zou ook de aansluiting van nieuwe afgewaterde zones of de sinds 2010 uitgevoerde werken tot vermindering van het helder water of afvloeiingswater er ook aan kunnen bijdragen. Sommige jaren, zoals in 2011 waar de pluviometrie sterk deficitair was ten opzichte van 2012 en zelfs van 2010, was het totale toegelaten volume namelijk van dezelfde grootteorde.

Waterzuiveringsstation Noord: een gunstige evolutie van de zuiveringsprestaties tussen 2007 en 2011, een stabiele evolutie tussen 2011 en 2014

Waterzuiveringsstation Noord – gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)
Bron : Aquiris, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
 

Waterzuiveringsstation Noord – gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)   Waterzuiveringsstation Noord – gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)

Over het algemeen zijn de zuiveringsprestaties (van de biologische straat) van het waterzuiveringsstation Noord (zowel op het vlak van de concentraties als wat het verminderingspercentage betreft) tussen 2007 en 2011 sterk gestegen voor alle parameters. Tussen 2011 en 2014 waren ze over het algemeen stabiel, ondanks een lichte afwijking in 2012 en 2013.
Wat de verminderingspercentages betreft, was de vooruitgang zeer uitgesproken voor de zwevende deeltjes en de nutriënten (10 punten voor de zwevende deeltjes en fosfor, 15 punten voor stikstof).

De normen die zijn vastgelegd voor de jaarlijkse gemiddelden in de Brusselse besluiten die de richtlijn betreffende de behandeling van het stedelijk afvalwater op identieke wijze omzetten, worden nageleefd (zie methodologische fiche). Ter herinnering, de vastgelegde normen voor de jaarlijkse gemiddelden zijn tweeledig: de ene hebben betrekking op de concentraties, de andere op de verminderingspercentages. Hoewel het doel van deze fiche niet is om een balans op te maken over de conformiteit van het station (in dat geval zouden andere criteria in aanmerking moeten worden genomen - zie methodologische fiche en focus “Zuivering van het afvalwater” van de staat van het leefmilieu 2007-2010), dienen deze normen toch als referentie voor de voorgestelde resultaten. 

  • Wat de zwevende deeltjes (ZD) betreft, wordt de norm betreffende het gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentage sinds 2010 nageleefd (wetende dat die betreffende het jaarlijkse gemiddelde steeds werd nageleefd). Er dient te worden verduidelijkt dat deze normen facultatief zijn op grond van het besluit.
  • Wat de nutriënten betreft, worden de normen betreffende het verminderingspercentage en de concentraties ook nageleefd sinds 2010 (en zelfs sinds 2008 voor het verminderingspercentage van stikstof).

Wat de organische vuilvracht betreft (BZV en CZV), worden de normen nageleefd sinds de ingebruikname van het station in 2007.

Waterzuiveringsstation Zuid: moderniseringswerken aan de gang

Ingrijpende methodologische veranderingen betreffende de monsterneming die begin 2011 werden doorgevoerd, hebben aanleiding gegeven tot de vaststelling van een leemte tussen de zuiveringsprestaties vóór en na deze datum. De resultaten tussen deze twee periodes kunnen dus niet worden vergeleken.

Waterzuiveringsstation Zuid - gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)
Bron : VIVAQUA, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
Opmerking: de methode voor de monsterneming is sterk veranderd vanaf 2011: de gegevens worden vanaf deze datum als veel betrouwbaarder en respresentatiever voor de waterkwaliteit geacht (zie methodologische fiche). Onder de uitgang van de biologische straat moet hier worden verstaan het lozingspunt naar de Zenne.
 

Waterzuiveringsstation Zuid - gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)  Waterzuiveringsstation Zuid - gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2014)

De zuiveringsprestaties (van de biologische straat) van het waterzuiveringsstation Zuid vertonen tamelijk contrasterende tendensen en resultaten. Tussen 2011 en 2014 en vooral sinds 2012 kennen de gemiddelde jaarconcentraties aan de uitgang van het station een dalende evolutie voor alle in aanmerking genomen parameters.  Wat de verminderingspercentages betreft, tekent er zich geen enkele duidelijke tendens af tussen 2011 en 2014, met uitzondering van een geleidelijke verbetering voor stikstof. Het gemiddelde verminderingspercentage voor fosfor leek er tussen 2011 en 2013 ook op vooruit te gaan, maar het resultaat van 2014 is onder dat van 2011 gezakt.

De balans op het vlak van de organische stoffen is over het algemeen positief, aangezien het BZV en het CZV meestal de normen naleven die in de Brusselse besluiten zijn vastgelegd voor de jaarlijkse gemiddelden. Waarden die afwijken van de normen, werden sinds 2011 slechts drie keer waargenomen: in 2011 en 2012 voor de concentratie van het BZV (hoger dan 25 mg/l) en in 2012 voor het verminderingspercentage van het CZV (lager dan 75%). Ter herinnering, de vergelijking met deze normen is louter informatief - net als voor het waterzuiveringsstation Noord - aangezien rekening moet worden gehouden met andere criteria om de conformiteit van het station te beoordelen.

De situatie toont echter minder goede zuiveringsprestaties op het vlak van de zwevende deeltjes en de nutriënten. Enerzijds wijken de resultaten voor de zwevende deeltjes tussen 2011 en 2014 systematisch af van de normen, zowel voor de concentraties als wat de verminderingspercentages betreft. De tendens kent echter een gunstige evolutie voor de concentraties. Wij verduidelijken dat deze normen facultatief zijn volgens de Brusselse besluiten, maar sinds juni 2012 van toepassing zijn overeenkomstig de milieuvergunning. Anderzijds wijkt het waterzuiveringsstation Zuid systematisch af van de normen die zijn vastgelegd voor de nutriënten. Dit resultaat vloeit voort uit het ontbreken van een doorgedreven behandeling voor deze parameters (tertiaire zuivering). Om dit te verhelpen, werden er  in 2014 voor een periode van 3 jaar grote werken aangevat om de installaties te moderniseren (geraamde kostprijs van 72 miljoen euro excl. btw). Er dient te worden verduidelijkt dat de zuivering van het water gedurende de hele looptijd van de werken zal worden gegarandeerd. Aan het einde van de werken zou het waterzuiveringsstation Zuid moeten zijn uitgerust met een membraanfiltratieproces (ter vervanging van de huidige klassieke bezinking), dat het mogelijk zal maken om de zuiveringsrendementen te verhogen en andere polluenten dan de vijf “klassiekers” tegen te houden.

Beperkte zuivering van afvalwater bij slechte weersomstandigheden

Het afvalwater van het Brussels Gewest wordt vandaag nog bijna volledig ingezameld (98%, volgens het ontwerp van het tweede waterbeheerplan). Zoals hiervoor reeds werd aangegeven, wordt een deel van het water dat in de waterzuiveringsstations terechtkomt bij hevige regenval afgevoerd naar de “regenweerstraat” waar de behandeling minder doorgedreven is als in de biologische straat. Ondanks deze gedeeltelijke zuivering, vormen de lozingen van de regenweerstraat een bron van emissies van polluenten - onder meer organische stoffen - voor de Zenne (zie focus “emissies van verontreinigende stoffen naar de oppervlaktewateren”).

Om een overbelasting van het rioleringsnet te vermijden, wordt bij deze periodes van overvloedige neerslag steeds een deel van het water dat er doorstroomt afgevoerd naar het hydrografisch netwerk ter hoogte van de “stormoverlaten” zonder voorafgaande behandeling (dus stroomopwaarts van de stations): deze kunstwerken werken als veiligheidskleppen en voorkomen dat het rioleringsnet bij regenweer onder druk komt te staan. Deze lozingen zijn echter verre van verwaarloosbaar, zowel op het vlak van de volumes als wat de kwaliteit betreft, zoals blijkt uit de gegevens die werden ingezameld bij enkele van deze kunstwerken (zie hierna). 

Van de 81 overstorten van het rioleringsnet naar het hydrografische netwerk (zelfs in de twee richtingen voor 36 ervan), maken er 14 die zich langs de Zenne of het Kanaal bevinden het voorwerp uit van een telemetrische monitoring door de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (BMWB) of Aquiris. Deze metingen hebben betrekking op de geloosde volumes en/of de frequenties van de overstorten. In 2010 heeft Brussel Leefmilieu ook een gerichte meetcampagne uitgevoerd. Deze waarnemingen tonen een regelmatige en erg frequente inwerkingstelling van de gemonitorde overstorten aan, ver boven de richtlijn van maximaal 7 dagen overstorten per jaar, die als referentie wordt gebruikt in Vlaanderen:

  • Op basis van de metingen die werden uitgevoerd tussen juni 2008 en maart 2010 in 5 van de grootste overstorten naar het Kanaal (allemaal op de linkeroever), werd vastgesteld dat de overstortfrequenties over het algemeen onder de richtlijn blijven. Uitzondering: de overstort van de Molenbeek, waarvoor een twintigtal jaarlijkse neerslagepisodes werden geteld. Het volume dat door deze 5 kunstwerken wordt geloosd, zou 0,7 miljoen m3 per jaar bedragen. Dit cijfer schat het totale geloosde volume naar het Kanaal echter wellicht veel te laag in, aangezien het geen rekening houdt met twee andere als belangrijk geachte overstorten (de Neerpedebeek en de Broekbeek).
  • Voor dezelfde periode kenden 4 grote overlaten naar de Zenne (Paruck, Molenbeek, Marly en Zwartebeek) een dertigtal overstortepisodes per jaar. Met de andere overstorten die zijn verbonden met het afvoerkanaal op de linkeroever van het waterzuiveringsstation Noord, zou het gemiddelde naar de Zenne geloosde volume bijna 5 miljoen m3 per jaar bedragen, ofwel de equivalent van 5% van het totale toegelaten volume in het station.
  • Op basis van de gerichte meetcampagne van 2010 werd vastgesteld dat een van de andere belangrijke overstorten naar de Zenne - de Nieuwe Maalbeek - die is aangesloten op het afvoerkanaal op de rechteroever van het waterzuiveringsstation Noord, een vijftigtal keer per jaar zou worden geactiveerd en alleen ongeveer 4,8 miljoen m3 per jaar zou lozen.

Hoewel er ook talrijke overstorten aanwezig zijn langs de Woluwe, ziet het ernaar uit dat de watertransfers zeldzaam zijn (zie hoofdstuk 2 van het ontwerp van het tweede waterbeheerplan).

Om de geloosde vuilvracht te beoordelen, werden in 2012 en 2013 twee meetcampagnes van 3 tot 6 maanden uitgevoerd op twee belangrijke overlaten: de Nieuwe Maalbeek en de Paruck. De balans van deze campagnes werd gebruikt om de inventaris van de emissies naar de oppervlaktewateren van gegevens te voorzien, die aantoonde dat de overlaten vaak de belangrijkste toegangsweg van de netto-emissies van polluenten naar de Zenne en het Kanaal vormen (zie focus “inventaris van de emissies van verontreinigende stoffen naar de oppervlaktewateren”) Rekening houdend met deze resultaten wordt bestudeerd of deze twee overstorten kunnen worden aangepast om de emissies ervan op termijn te verlagen.

Date de mise à jour: 29/10/2018
Documents: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Studie(s) en rapport(en)

  • VIVAQUA of BMWB, verschillende jaren. « Maandelijkse rapporteringen » en « Jaarlijkse rapporten van de uitbating van het zuiveringsstation van Brussel-Zuid ». Studies in opdracht van Leefmilieu Brussel. Beperkte verspreiding.
  • AQUIRIS, verschillende jaren. « Maandelijkse technische rapporten » en « Jaarlijkse technische rapporten van het zuiveringsstation van Brussel-Noord ». Rapporten in opdracht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Beperkte verspreiding.

Plan(nen) en programma(‘s)