Vous êtes ici

Focus: Geluidsblootstelling op school

Actualisering : december 2015

Te hoge geluidsniveaus op school zijn een echt probleem dat zowel leerlingen, leerkrachten als ander schoolpersoneel treft. Uit verschillende metingen is gebleken dat de geluidsniveaus in klaslokalen aanvaardbaar waren, maar te hoog in sportzalen, refters en andere polyvalente ruimtes. Gelukkig bestaan er oplossingen die de situatie echt kunnen verbeteren, zo lang ze maar correct worden uitgevoerd. Door bijvoorbeeld al vanaf het ontwerp van een nieuw gebouw rekening te houden met de akoestiek, worden latere meerkosten vermeden.

De inzet voor de volksgezondheid

Naast de gevolgen voor ons gehoor veroorzaakt lawaai bij leerlingen ook vermoeidheid, stress, gedragsproblemen (agressiviteit, hyperactiviteit), concentratieverlies en een daling van het vermogen om cognitieve taken tot een goed einde te brengen (leren, complexe opdrachten, problemen oplossen). Voor sommige kinderen en tieners is er niet enkel het lawaai op school, maar ook het intensieve gebruik van een MP3-speler en/of het bespelen of gebruiken van muziek (concerten, feestjes, instrumenten) op vaak buitensporige geluidsniveaus. Allemaal factoren die leiden tot een overmatige blootstelling aan geluid. De risicograad van die blootstelling hangt af van het geluidsniveau en van de blootstellingsduur. Door regelmatige blootstelling aan geluidsdoses die hoger liggen dan de tolerantiedrempels, wordt het gehoor van scholieren geleidelijk aangetast.

Bij leerkrachten en ander schoolpersoneel veroorzaakt lawaai niet enkel stress en vermoeidheid, ze zijn ook nog eens verplicht om luider te spreken, anders verstaat niemand ze nog. Als dat vaak gebeurt, bestaat er een risico op soms onherstelbare schade aan de stem.

Het terugdringen van geluidsoverlast in de scholen is dan ook een prioriteit, met als inzet rijkere lessen, een betere concentratie, een beter gehoor en vooral, een betere gezondheid voor iedereen.

De aanzienlijke demografische groei waar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de komende jaren mee geconfronteerd zal worden, maakt die inzet des te belangrijker. De laatste prognoses spreken van een bevolkingsgroei van 1 tot 1,5 % per jaar, ofwel een toename met 170.000 inwoners tegen 2020 (BISA, mei 2010). Gelet op die regelmatige groei van de Brusselse bevolking, voorspelt het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) dat er tussen 2010 en 2020 42.500 leerlingen zullen bijkomen (BISA, juni 2010).

Brussel zal de komende jaren dus heel wat extra plaatsen moeten creëren voor de schoolgaande jeugd. Of dat nu in de bestaande scholen is, dan wel in nieuwe gebouwen, het is cruciaal om scholen vanuit geluidsperspectief 'slim' te ontwerpen, om hun gebruikers een geluidsomgeving te bieden die het leerproces bevordert.

Geluidsniveaus in de scholen
Bron: Leefmilieu Brussel, Dienst Gegevens geluid, 2012
Nota: 1. Een rustruimte, 2. De fluisterstem, 3. Een bibliotheek, 4. Een spreker, 5. Een klaslokaal, 6. Een eetzaal, 7. Een sportzaal, 8. Een roepstem en 9. De pijndrempel

Geluidsniveaus in de scholen

Doel: de blootstelling aan geluid in de scholen meten

De voorbije jaren hield Leefmilieu Brussel een vijftiental meetcampagnes in de scholen. Aan de hand van verschillende metingen in uiteenlopende ruimtes (klaslokalen, eetzalen, afgesloten speelplaatsen, sportzalen en andere polyvalente ruimtes) wilde men een beeld krijgen van de geluidssituatie in de Brusselse scholen. In bijna alle gevallen werden de nagalmtijd en het omgevingsgeluid gemeten.

Nagalmtijd: aanvaardbaar in alle klaslokalen, maar te lang in andere ruimtes

De nagalmtijd is de tijd (in seconden) die nodig is tot het geluidsniveau weer onder de 60 dB zakt na uitschakeling van de geluidsbron. Die tijd is kenmerkend voor het akoestische comfort van een ruimte: hoe langer de nagalmtijd, hoe meer je een echo hoort en hoe sterker je de indruk hebt dat de ruimte 'lawaaierig' is. De nagalmtijd hangt af van de grootte van de ruimte en van de mate waarin de gebruikte materialen het geluid absorberen. De Belgische norm NBN S01-400-2:2012 bepaalt de akoestische criteria voor nieuwe schoolgebouwen of voor delen van schoolgebouwen die gerenoveerd worden en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. De eisen hangen af van het type ruimte.
De nagalmtijden gemeten in de klaslokalen zijn doorgaans goed, want lager dan de aanbevelingen uit de norm. In kleuterklasjes daarentegen is de nagalmtijd vaak te hoog. Die laatste vaststelling moet weliswaar wat genuanceerd worden. Voor kleuterklasjes beveelt de norm immers een nagalmtijd aan die losstaat van de grootte van de ruimte (korter dan of gelijk aan 0,6 s), terwijl de nagalmtijd voor de andere soorten klaslokalen wel afhangt van de grootte van het lokaal (in de orde van 0,8 s voor de onderzochte klassen). De metingen leveren in feite gelijkaardige resultaten op, ongeacht het klaslokaal (kleuterklasje of ander) waar ze gebeurd zijn. De goede resultaten voor de klaslokalen staan in schril contrast met de gemeten nagalmtijden voor afgesloten speelplaatsen, eetzalen en polyvalente ruimtes. Daar lagen de resultaten nagenoeg systematisch boven de aanbevolen waarden. Echt verrassend is dat niet, het gaat immers vaak om grote ruimtes met weinig absorberende materialen.

Omgevingsgeluid: aanvaardbaar in klaslokalen, te hoog in andere ruimtes

Er bestaan geen echte richtwaarden voor omgevingsgeluid in scholen. Men gaat er doorgaans van uit (zie bovenstaande afbeelding) dat het geluidsniveau van een gesprek in een klasruimte tussen 60 en 65 dB(A) ligt en dat om een les duidelijk te verstaan, het stemgeluid van een lesgever minstens sterker moet zijn dan het achtergrondgeluid van 10 dB(A). Vanuit die vaststelling blijft het achtergrondgeluid in een klas idealiter onder de 50 dB(A), zodat leerkrachten les kunnen geven zonder hun stem te moeten verheffen.
Men stelt ook dat om de leerkracht op elk moment goed te kunnen verstaan en te vermijden dat leerlingen hun aandacht verliezen, het omgevingsgeluid (alle geluidsbronnen door elkaar: leerlingen, leerkrachten, lawaai buiten...) in een klaslokaal best onder de 65 dB(A) blijft tijdens de lessen. In dezelfde lijn geldt dat het omgevingsgeluid in een eetzaal best onder de 75 dB(A) blijft tijdens de maaltijden, zodat de leerlingen normaal met elkaar kunnen praten.
De onderstaande grafiek toont de blootstelling van leerlingen aan geluid tijdens een doorsnee schooldag. Het gaat om gemiddelde niveaus, berekend op basis van metingen in verschillende Brusselse lagere scholen.

Metingen van de geluidsniveaus waaraan de leerlingen tijdens een dag op de lagere school worden blootgesteld
Bron: Leefmilieu Brussel, departement Geluid, niveaus berekend op basis van metingen door Leefmilieu Brussel in zes lagere scholen in 2011
Opmerkingen : De speeltijd vond plaats op een binnenspeelplaats, een ruimte waar geluid snel hinderlijk wordt.
De rode lijn stelt het equivalente niveau (= “gemiddelde” geluidsniveau) voor voor elke periode.

Metingen van de geluidsniveaus waaraan de leerlingen tijdens een dag op de lagere school worden blootgesteld

Terwijl het omgevingsgeluid in klaslokalen doorgaans uitkwam op of onder de bovenstaande waarden, die Leefmilieu Brussel als optimaal beschouwt, was het in refters en afgesloten speelplaatsen bijzonder hoog.

Er bestaan oplossingen, zowel voor renovaties als voor nieuwe gebouwen

In twee scholen gebeurden er metingen voor en na werken om de akoestiek van een refter en van een sportzaal te verbeteren. Uit die vergelijkende metingen bleek dat wanneer er een voorafgaande geluidsstudie gebeurt en de werken zorgvuldig worden uitgevoerd, de beschikbare oplossingen een merkbare verbetering opleveren. In de beide gevallen, hierboven geïllustreerd, voldeden de gemeten nagalmtijden na de werken wel aan de normen.

Metingen van de nagalmtijden voor en na de plaatsing van absorberende panelen
Bron: Leefmilieu Brussel, departement Geluid
Metingen van de nagalmtijden voor en na de plaatsing van absorberende panelen

Om de geluidssituatie te verbeteren, zijn niet altijd kostelijke ingrepen nodig. Er bestaan ook andere oplossingen, denken we aan het herinrichten van de ruimte, eten in 'shiften' om het aantal leerlingen in de refter te beperken, het meubilair aanpakken (rubberen doppen onder de stoelen, plaatsing van de tafels, onderleggers om het gekletter van borden en bestek te dempen...), kiezen voor 'stille' uitrusting en een goed onderhoud ervan, of ook de bewustmaking van gebruikers, leerlingen en leerkrachten.

In nieuwe gebouwen moet bijzondere aandacht uitgaan naar de akoestiek van de gebouwen, en dat vanaf het ontwerp. Om een optimaal resultaat te garanderen, moeten de prestaties op het vlak van geluidscomfort, zowel voor lawaai van binnen als van buiten, opgenomen worden in het bestek. En nieuwe scholen zouden in de mate van het mogelijke gebouwd moeten worden in rustige omgevingen.

De oplossingen moeten afgestemd worden op de situatie, wetende dat de doelstellingen voor renovaties niet dezelfde zijn als die voor een nieuwbouw, en dat ze afhangen van het soort onderricht (technische werkplaatsen, kleuterklasjes...), van het budget, van de locatie en van de omgeving. Het blijft evenwel belangrijk om te benadrukken dat preventieve maatregelen tegen lawaai doorgaans niet meer dan 5 % extra kosten met zich meebrengen. Als er daarentegen nadien ingrepen nodig zijn om een scheve geluidssituatie recht te trekken, dan gaan die doorgaans gepaard met een extra prijskaartje van 15 tot 30 % van het budget van de uitgevoerde werken.

Date de mise à jour: 08/01/2020