Vous êtes ici

Mobiliteit en vervoer in het Brussels Gewest

Sleutelgegevens m.b.t. de verplaatsingen

De volgende tabel toont een forse toename van de verplaatsingen met het openbaar stadsvervoer en per fiets tijdens de periode 2000-2014 op het Brussels grondgebied. Volgens het Kenniscentrum van de mobiliteit van het BHG is het succes van de collectieve en/of actieve transportmodi te verklaren door verschillende factoren: de demografische groei en de gevoelige verjonging van de Brusselse bevolking, de evolutie van de verkeersomstandigheden (vertraging van het verkeer) en van de parkeermogelijkheden, de verarming van de bevolking … De vooruitgang van de fiets kan ook het resultaat zijn van de diverse maatregelen om deze verplaatsingswijze aan te moedigen: ontwikkeling van de gewestelijke en gemeentelijke fietsroutes (in maart 2016 waren er 134 km aangelegde gewestelijke routes) en van een geautomatiseerd netwerk voor de fietsenverhuur (Villo), de ondersteuning van de intermodaliteit fiets/openbaar vervoer (parkings, mogelijkheid om fiets mee te nemen, enz.), de invoering van vervoerplannen (bedrijven, scholen), enz.

Evolutie van enkele sleutelindicatoren m.b.t. mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Onderstaande tabel, die werd opgesteld door het Kenniscentrum van de mobiliteit (Brussel Mobiliteit, 2013), is gebaseerd op de resultaten van enquêtes over de mobiliteit van de Belgen die in 1999 (MOBEL) en 2010 (BELDAM) werden uitgevoerd. Hij geeft een synthese van de gegevens betreffende de voornaamste vervoersmiddelen die werden gebruikt voor verplaatsingen binnen, naar of vanuit het Brussels Gewest, en dit voor 1999 en 2010.

Evolutie van de hoofdvervoerwijze* gebruikt op een gemiddelde dag** voor verplaatsingen met betrekking tot het BHG

Deze gegevens wijzen op een sterke evolutie in de verplaatsingsgewoonten in de loop van de jaren 2000, met meer bepaald een forse toename van het gebruik van het openbaar vervoer, ook wat betreft de inkomende en de uitgaande stromen in het Brussels Gewest. In 2010 bleef de auto met een aandeel van meer dan 60% tijdens een “gemiddelde dag” echter het voornaamste vervoermiddel voor verplaatsingen met het Brussels Gewest als bestemming en vertrekpunt. Bij de intraregionale verplaatsingen binnen het BHG kwam stappen op de eerste plaats (37%), op de voet gevolgd door de auto (32% … tegenover 50% in 1999), en het openbaar vervoer (26%, trein inbegrepen) met ver achterop nog de fiets (3,5%). Gegevens over woon-werkverplaatsingen worden ook verstrekt door verslagen over verplaatsingsplannen van bedrijven. Immers, sinds 2011 moeten bedrijven en overheidsinstellingen die meer dan 100 werknemers op dezelfde plek in Brussel tewerkstellen om de 3 jaar een doorlichting van de verplaatsingen van hun werknemers uitvoeren (waaronder de woon-werkverplaatsingen) en een verplaatsingsplan opstellen. Deze verplichting dekte, in 2011, 42% van de Brusselse arbeidsplaatsen. De analyse van de dossiers heeft met name toegelaten om de voornaamste verplaatsingswijzen te bepalen die in 2011 gebruikt werden door de betrokken werknemers, meer bepaald, in dalende volgorde van belangrijkheid: de auto (39,6% waarvan 1,6% carpooling), de trein (34,9%), het openbaar stadsvervoer (18,2%), te voet (3,7%) en de fiets (2,5%). In vergelijking met 2006 betekent dit een daling van het aandeel van de auto als vervoermiddel met 18,2%, en dit grotendeels ten gunste van het openbaar vervoer (Leefmilieu Brussel en Brussel Mobiliteit, 2013).

Gezien de sterke bevolkingsgroei die het Gewest al bijna 20 jaar kent en die voor een toename in de vraag naar personenvervoer maar ook van goederentransport zorgt, mag men aannemen dat zonder deze verschuiving van de auto als vervoermiddel naar andere vervoerswijzen de problemen op het vlak van verkeersopstoppingen waarmee het Gewest geconfronteerd wordt nog veel groter zouden zijn.

Wat het volume van het wegverkeer betreft, besloot de Katern van het Kenniscentrum van de mobiliteit die gewijd is aan de verplaatsingsgewoonten en die gepubliceerd werd in 2013, op basis van de beschikbare gegevens over de tellingen, dat er sprake is van een contrasterende evolutie waarbij het verkeer op bepaalde punten afneemt en op andere juist toeneemt, in het bijzonder op het niveau van de ring (zie Synthese van de Staat van het leefmilieu 2011-2012 ).

Evolutie van het voertuigenpark

In 2014 telde het wagenpark dat in het Brussels Gewest is ingeschreven bijna 500.000 wagens, waarvan 35% bedrijfswagens (82% voor nieuwe inschrijvingen). Na een sterke toename de laatste decennia is het aantal wagens dat met een dieselmotor is uitgerust sinds 2011 gestabiliseerd.  De Brusselse vloot telt momenteel 61% dieselwagens waarvan 60% is uitgerust met een roetfilter. Zowel op Belgisch als regionaal vlak vertoont de gemiddelde ouderdom van de voertuigen een stijgende trend. Nadere gegevens over het Brussels wagenpark zijn beschikbaar op de fiche “Milieukenmerken van het Brussels wagenpark” van deze versie van het rapport over de Staat van het leefmilieu (thematiek Lucht).

Goederentransport

In juli 2013 heeft de Regering een plan aangenomen voor de ontwikkeling van een strategie voor het goederentransport in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het beheer van het goederentransport is immers essentieel om de mobiliteit te verbeteren en de problemen aan te pakken die deze met zich mee brengt, in het bijzonder in stedelijke omgevingen.

Bovendien is het goederentransport een sector die blijft groeien. Volgens het Federaal Planbureau zullen bij een ongewijzigd beleid de goederenstromen (in tonkilometers) in België tussen 2012 en 2030 met 44% stijgen.

De 4de Katern van het Kenniscentrum van de mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2015) is gewijd aan goederentransport en logistiek. Daaruit blijkt met name dat:

  • het goederentransport in Brussel grotendeels gedomineerd wordt door vervoer over de weg, waarbij het gebruik van de binnenvaart beperkt blijft tot massagoederen, goederen met een lage waarde en goederen die in grote hoeveelheden vervoerd worden en het gebruik van het spoor verwaarloosbaar is (in termen van een tijdelijke tendens vertoont de verdeling van de vervoermiddelen de neiging zich te handhaven, met zelfs een versterking van het vervoer over de weg);
  • volgens tellingen die in 2012 door Brussel Mobiliteit werden uitgevoerd, vrachtwagens (bussen en autocars inbegrepen) en bestelwagens (met uitsluiting van kleine bestelwagens die de grootte hebben van wagens) tijdens de week op de toegangswegen van het Gewest (autosnelwegassen uitgesloten) respectievelijk ongeveer 6% en 8% van het totale verkeer uitmaakten;
  • nieuwe tellingen die in 2014 werden uitgevoerd, uitwijzen dat binnen de stad het aandeel van vrachtwagens afneemt (ongeveer 3,5% van het verkeer tijdens de week en 6% tijdens het weekend op de grote assen), terwijl dat van bestelwagens licht toeneemt (ongeveer 9% van het verkeer tijdens de week en het weekend).
Date de mise à jour: 29/05/2020
Documents: 

Factsheet(s)
Thema « Transport en leefmilieu in Brussel »

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicatie van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)