Vous êtes ici

Energie-intensiteit van de tertiaire sector

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele.
Om de energie-intensiteit van de economische activiteiten te ramen, worden er twee benaderingen gehanteerd: het aantal werknemers of de productie (toegevoegde waarde). De tertiaire sector, die diensten voortbrengt, vertegenwoordigt een belangrijke bron van tewerkstelling in het Brussels Gewest. De energie-intensiteit van deze sector zal bijgevolg op deze basis worden berekend.

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (t.o.v. het aantal banen in de dienstensector) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1995-2009 en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel

In 2009 bedroeg het energieverbruik van de tertiaire sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 12.000 kWh per baan in de dienstensector.
Over de jaren heen vertoont de energie-intensiteit van de tertiaire sector (per baan) een neerwaartse trend: tussen 2004 (jaar met maximaal energieverbruik) en 2009 werd er een daling met 7 % waargenomen. In de laatste drie jaar treedt er evenwel een stabilisering op.

Energie-intensiteit van de tertiaire sector, per energiedrager

Evolutie van de energie-intensiteit van de tertiaire sector (t.o.v. de tewerkstelling in de dienstensector waarbij jaar 1995 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager
Bron : Gewestelijke energiebalans en Nationale Bank van België, volgens INR, berekeningen van Leefmilieu Brussel

Deze algemene trend kan nader verklaard worden door te analyseren hoe de intensiteit per energiedrager evolueert: de recente daling van de totale intensiteit is toe te schrijven aan een duidelijke daling van de verwarmingsbehoeften (of van het brandstofverbruik) per baan. Daarentegen werd tot in 2006 een sterke stijging van het elektriciteitsverbruik per baan waargenomen, gevolgd door een daling in 2007 en een stabilisering sindsdien.

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:

  • de evolutie van de tertiaire activiteit in Brussel (type, aantal banen, …);
  • de evolutie van de uitrusting van de ondernemingen (type en comfortniveau van het vastgoedpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
  • de verbetering van de energetische kwaliteit van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen, nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren);
  • de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen (in casu: de kantoorautomatisering);
  • het effect van energiebesparende gedragingen, opgedrongen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen) of vrijwillig (ten gevolge van een bewustwording van de beheerders voor milieuproblemen en voor het zuinig omspringen met natuurlijke rijkdommen): verlaging van de verwarmingstemperatuur in gebouwen, …
Date de mise à jour: 29/05/2020