Vous êtes ici

Energie-intensiteit van de woningen

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele.
In de huisvestingssector komt de verbruikseenheid overeen met één huishouden. De energie-intensiteit van de huisvesting wordt dus bepaald in verhouding tot het aantal gezinnen en kan geraamd worden op basis van het totale eindverbruik van de huisvestingssector (vervoer niet inbegrepen). Daarvan wordt een schatting gemaakt, met of zonder klimaatcorrectie, in het kader van de gewestelijke energiebalansen. Ter herinnering: de klimaatcorrectie is erop gericht om de invloed van de meteorologische kenmerken van het jaar in kwestie te extraheren en dus een idee te geven van de evolutie van het energieverbruik bij constant klimaat.

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het aantal gezinnen) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2009 en BISA volgens de gegevens van ADSEI, berekeningen van Leefmilieu Brussel

In 2009 bedroeg het energieverbruik van de woningsector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 18.000 kWh per gezin.
De energie-intensiteit van de gezinnen wordt duidelijk beïnvloed door de weersomstandigheden van het betrokken jaar (dit blijkt uit de verschillen tussen de twee krommen op de grafiek). In het verloop van het verbruik met klimaatcorrectie kunnen wij een dalende trend van de intensiteit observeren sinds 1999, het jaar waarin een maximum werd opgetekend. Tussen 1999 en 2009 daalde de energie-intensiteit namelijk met 17 %.

Energie-intensiteit van de huisvesting, per energiedrager

Evolutie van de energie-intensiteit van de huisvesting (t.o.v. het energieverbruik per gezin waarbij jaar 1990 = 100) in het Brussels Gewest, in functie van de energiedrager
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2009 en BISA volgens de gegevens van ADSEI, berekeningen van Leefmilieu Brussel

De globale trend kan worden verduidelijkt door de evolutie van de intensiteit per energiedrager te analyseren: de recente daling van de totale intensiteit is voor deze sector toe te schrijven aan een duidelijke daling van de verwarmingsbehoeften (of van het brandstofverbruik) per gezin. Daarentegen wordt totin 2005 een sterke stijging waargenomen van het elektriciteitsverbruik, sindsdien gevolgd door een daling.

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren:

  • de evolutie van de sociaaleconomische kenmerken van de Brusselse bevolking (groei, samenstelling van de gezinnen, levensstandaard, …) en haar uitrusting (type en comfortniveau van het vastgoedpark, elektrische en elektronische uitrustingen, …);
  • de verbetering van de energetische kwaliteit van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen, nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren);
  • de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen (bv. elektrische huishoudapparatuur);
  • Het effect van energiebesparende gedragingen, opgedrongen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen) of vrijwillig (ten gevolge van een bewustwording van de bevolking voor de milieuproblemen en het zuinig omspringen met natuurlijke rijkdommen): verlaging van de verwarmingstemperatuur in de gebouwen, …
Date de mise à jour: 29/05/2020