Vous êtes ici

Energie-intensiteit van de secundaire sector

Context

De energie-intensiteit is de verhouding tussen de hoeveelheid energie die een sector verbruikt en een variabele die representatief is voor deze sector. Een hogere energie-intensiteit komt dus overeen met een hoger energieverbruik per eenheid van de in aanmerking genomen variabele.

Om de energie-intensiteit van de economische activiteiten te ramen, worden er twee benaderingen gehanteerd: het aantal werknemers of de productie (toegevoegde waarde). Aangezien de industrie gekenmerkt wordt door een sterke mechanisering van het werk, gaat de voorkeur naar de tweede benadering. De energie-intensiteit van de industriële sector wordt zodoende berekend op basis van de gegevens over de toegevoegde waarde in volume. Deze zijn meer representatief voor de geproduceerde hoeveelheden dan de gegevens over de toegevoegde waarde tegen lopende prijzen, aangezien deze laatste onderhevig zijn aan de inflatie.

Evolutie van de energie-intensiteit van de industrie

Evolutie van de energie-intensiteit van de industrie (t.o.v. de toegevoegde waarde in volume uitgedrukt in miljoenen kettingeuro’s - basisjaar 2008) in het Brussels Gewest, met en zonder klimaatcorrectie van het energieverbruik
Bron : Gewestelijke energiebalansen 1990-2009 en BISA, berekeningen van Leefmilieu Brussel

In 2009 bedroeg het gemiddelde energieverbruik van de industriële sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 166 MWh per miljoen euro toegevoegde waarde in volume.

Qua evolutie doorheen de tijd bereikte de aldus berekende energie-intensiteit van de industrie een piek in 2002 en daalde sindsdien vrij regelmatig en sterk: tussen 2002 en 2009 bedroeg de daling - 33 %.

Verklarende factoren

Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling kunnen verklaren.

De recente evolutie van de Brusselse industriële activiteit is een eerste factor: zo trad er een gelijktijdige daling op van de activiteit (bruto toegevoegde waarde) en het energieverbruik van bepaalde subsectoren die representatief zijn voor de industriële activiteit in het BHG.
Deze evolutie kan eveneens toegeschreven worden aan de verbetering van het gebouwenpark (met o.a. isolatie van de gebouwen, nieuwe constructies die op dit vlak beter presteren), de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebruikte uitrustingen of het effect van al dan niet opgedrongen energiebesparende gedragingen (bijvoorbeeld door de stijgende energieprijzen).

Date de mise à jour: 29/05/2020